
Wet grensoverschrijdende betaaldiensten
Artikel 5
1
Een betalingsverkeerinstelling die een opdracht tot een grensoverschrijdende overmaking heeft aanvaard draagt er zorg voor dat de rekening van de buitenlandse instelling van de begunstigde binnen de termijn die met de opdrachtgever is overeengekomen of, wanneer geen termijn is overeengekomen, binnen vijf werkdagen volgend op de datum van aanvaarding van de opdracht tot de grensoverschrijdende overmaking, wordt gecrediteerd.
2
Indien de in lid 1 bedoelde termijn niet wordt nagekomen, heeft de opdrachtgever recht op een vergoeding van zijn betalingsverkeerinstelling.
3
De vergoeding bedoeld in het tweede lid, bedraagt de wettelijke rente op het bedrag van de grensoverschrijdende overmaking over de periode tussen het einde van de overeengekomen termijn of, wanneer geen termijn is overeengekomen, het einde van de vijfde werkdag volgend op de datum van aanvaarding van de opdracht tot de grensoverschrijdende overmaking en de datum waarop de rekening van de buitenlandse instelling van de begunstigde met het bedrag wordt gecrediteerd.
4
Vergoeding uit hoofde van de voorgaande leden is niet verschuldigd, indien de betalingsverkeerinstelling van de opdrachtgever aantoont dat de vertraging aan de opdrachtgever te wijten is.
5
De uit de voorgaande leden voortvloeiende rechten en bevoegdheden komen aan de opdrachtgever toe, onverminderd al zijn andere rechten en bevoegdheden.
Jurisprudentie bij dit artikel
- Hieronder wordt een selectie van de bijbehorende jurisprudentie getoond.
- Geen resultaten gevonden voor de door u opgegeven zoek termen.