
Waterleidingwet
Artikel 40
1
Zo spoedig mogelijk stelt de rechtbank bij vonnis de in artikel 37, tweede lid, bedoelde bedragen vast.
2
Bij haar vonnis veroordeelt zij de partij op welke ingevolge artikel 26 de in dat artikel bedoelde rechten en verplichtingen zijn overgegaan, tot betaling van de schadeloosstelling en van de in artikel 37, derde lid, bedoelde rente.
3
De rechtbank kan op verzoek van een der partijen, rekening houdende met de omstandigheden waarin partijen verkeren, bepalen dat de schadeloosstelling zal worden voldaan over een door haar vast te stellen aantal jaarlijkse termijnen van ten hoogste tien. Indien de rechtbank niet bepaalt dat de schadeloosstelling in termijnen zal worden voldaan, is de tot schadeloosstelling gehouden partij verplicht de verschuldigde som te voldoen binnen vier weken nadat het in dit artikel bedoelde vonnis gezag van gewijsde heeft verkregen. Bij de betaling ineens of bij elke termijnbetaling moet de in artikel 37, derde lid, bedoelde rente worden voldaan, welke tot de dag van die betaling verschuldigd is.
4
De rechtbank veroordeelt de partij, op wie de in artikel 26 bedoelde rechten en verplichtingen overgaan, tot betaling van de kosten in het geding.
5
Tegen het vonnis staat geen ander rechtsmiddel open dan beroep in cassatie.
Jurisprudentie bij dit artikel
- Hieronder wordt een selectie van de bijbehorende jurisprudentie getoond.
- Geen resultaten gevonden voor de door u opgegeven zoek termen.