
Vaarplichtwet
Artikel 8
1
Bij algemene maatregel van bestuur worden regelen gesteld, welke aan de vaarplichtige, die een aanwijzing als bedoeld in artikel 5 heeft ontvangen, gedurende de tijd, dat hem geen dienstbetrekking is aangewezen of deze nog niet is aangevangen, van overheidswege een behoorlijk levensonderhoud waarborgen, voorzover hij hierin niet zelf door passende arbeid kan voorzien of hem niet op andere wijze behoorlijk levensonderhoud is verzekerd.
2
De uit het eerste lid voortvloeiende aanspraak kan door Onze Minister geheel of gedeeltelijk al dan niet voor een bepaalde tijd worden ontzegd aan de vaarplichtige,
a
die uit enige hoofde rechtens van zijn vrijheid is beroofd;
b
die op enigerlei wijze de verplichtingen, bedoeld in de artikelen 5 of 9 opzettelijk of door schuld niet nakomt.
Jurisprudentie bij dit artikel
- Hieronder wordt een selectie van de bijbehorende jurisprudentie getoond.
- Geen resultaten gevonden voor de door u opgegeven zoek termen.