
Telecommunicatiewet
Artikel 3.4a
1
Indien vergunningen als bedoeld in artikel 3.3, eerste lid, worden verleend volgens de procedure bedoeld in artikel 3.3, vierde lid, onder b, of onder c, kan in het belang van een evenwichtige verdeling van schaarse frequentieruimte, voor bij ministeriële regeling aan te wijzen diensten, bij die regeling de maximale hoeveelheid frequentieruimte worden vastgesteld die een aanvrager bij verlening van bedoelde vergunningen kan verkrijgen.
2
Indien een aanvrager een onderneming is die rechtstreeks of middellijk een dominerende invloed kan uitoefenen op een andere aanvrager worden zij als één aanvrager aangemerkt.
3
Indien de andere aanvrager bedoeld in het tweede lid de rechtsvorm van een privaatrechtelijke rechtspersoon heeft, wordt dominerende invloed als bedoeld in het tweede lid vermoed te kunnen worden uitgeoefend wanneer de onderneming rechtstreeks of middellijk:
a
over de meerderheid van de stemrechten, verbonden aan de door de rechtspersoon uitgegeven aandelen beschikt, of
b
meer dan de helft van de leden van het bestuur of het toezichthoudend orgaan benoemt.
4
Dit artikel blijft buiten toepassing als artikel 82f van de Mediawet van toepassing is.
Jurisprudentie bij dit artikel
- Hieronder wordt een selectie van de bijbehorende jurisprudentie getoond.
- Geen resultaten gevonden voor de door u opgegeven zoek termen.