
Remigratiewet
Artikel 11
1
Aan een persoon als bedoeld in artikel 2, die voor de dag van inwerkingtreding van deze wet is geremigreerd naar een bestemmingsland en die geen aanspraak heeft op een recht op uitkering op grond van de Remigratieregeling 1985 uitsluitend vanwege het feit, dat hij voorafgaande aan zijn vertrek uit Nederland geen aanvraag daarvoor heeft ingediend, wordt zo nodig in afwijking van artikel 10, derde lid, overeenkomstig de bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te stellen voorwaarden, bedoeld in artikel 4, eerste lid, op aanvraag een periodieke uitkering verstrekt, indien hij op de dag van vertrek recht had op een uitkering op grond van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, welke uitkering na zijn vertrek uit Nederland op grond van artikel 36 of 43 van Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering is verlaagd of ingetrokken.
2
Artikel 10, tweede, vierde en vijfde lid, is van overeenkomstige toepassing op een persoon als bedoeld in het eerste lid, zijn partner en zijn minderjarige kinderen die voor de inwerkingtreding van deze wet zijn geremigreerd respectievelijk zijn meegeremigreerd, waarbij onder partner mede wordt verstaan de partner, bedoeld in artikel 1, tweede lid, en waarbij onder kinderen mede wordt verstaan de kinderen, bedoeld in artikel 1, derde lid.
Jurisprudentie bij dit artikel
- Hieronder wordt een selectie van de bijbehorende jurisprudentie getoond.
- Geen resultaten gevonden voor de door u opgegeven zoek termen.