
Postwet
Artikel 21
1
Onze Minister is bevoegd de houder van de concessie aanwijzingen te geven met betrekking tot het postvervoer, bedoeld in artikel 2, eerste lid, naar, van, of in het gebied waarvoor een besluit als bedoeld in artikel 19 van kracht is.
2
Onze Minister kan bij toepassing van het eerste lid afwijken van de verplichtingen die ingevolge de artikelen 2, eerste lid,, 3, eerste lid, en 5 op de houder van de concessie rusten.
3
De aanwijzingen die ingevolge het eerste lid aan de houder van de concessie zijn gegeven, zijn voor deze verbindend.
4
De exploitanten van openbare vervoermiddelen zijn gehouden om bij de uitvoering van de in artikel 8, tweede lid, bedoelde verplichting mee te werken aan de uitvoering door de houder van de concessie van aanwijzingen gegeven krachtens het eerste lid.
5
Indien de houder van de concessie of een exploitant van openbare vervoermiddelen als gevolg van aanwijzingen gegeven krachtens het eerste lid onevenredig financieel nadeel ondervindt, kent Onze Minister de betrokkene een naar billijkheid te bepalen vergoeding toe.
Jurisprudentie bij dit artikel
- Hieronder wordt een selectie van de bijbehorende jurisprudentie getoond.
- Geen resultaten gevonden voor de door u opgegeven zoek termen.