
Postbankwet
Artikel 9
1
De kosten die in verband met de oprichting van de Postbank N.V. voor het Staatsbedrijf der Posterijen, Telegrafie en Telefonie voortvloeien uit een andere tewerkstelling van personeel van het Staatsbedrijf, dat voor het tijdstip van inwerkingtreding van dit artikel niet bij doch wel ten behoeve van de Postcheque- en Girodienst of de Rijkspostspaarbank werkzaam was, komen ten laste van de Postbank N.V. behoudens voor zover deze betrekking hebben op de periode die begint twee jaar na de inwerkingtreding van dit artikel.
2
Onze Minister van Verkeer en Waterstaat kan, op verzoek van de Postbank N.V., bepalen dat door hem aan te wijzen werkzaamheden die vóór het tijdstip van inwerkingtreding van dit artikel bij het Staatsbedrijf werden verricht ten behoeve van de Postcheque- en Girodienst en de Rijkspostspaarbank, met uitzondering van de werkzaamheden als bedoeld in artikel 12, ten behoeve van de bank worden voortgezet gedurende een door hem te bepalen periode van ten hoogste vijf jaar. De wijze waarop deze werkzaamheden worden verricht en de daarvoor door de bank aan het Staatsbedrijf te betalen vergoeding worden bij overeenkomst vastgesteld.
Jurisprudentie bij dit artikel
- Hieronder wordt een selectie van de bijbehorende jurisprudentie getoond.
- Geen resultaten gevonden voor de door u opgegeven zoek termen.