
Postbankwet
Artikel 3
1
Alle vermogensbestanddelen van de Rijkspostspaarbank, bedoeld in artikel 1 van de Postspaarbankwet 1954 (Stb. 594), gaan onder algemene titel over op de Postbank N.V. zonder dat daarvoor een nadere akte of betekening wordt gevorderd.
2
De rechtsbetrekking, welke ten gevolge van het bepaalde in het eerste lid ontstaat tussen de Postbank N.V. en een derde, die tot het tijdstip van overgang van de vermogensbestanddelen, in het eerste lid bedoeld, rechthebbende was op een tegoed bij de Rijkspostspaarbank, blijft, voor zolang tussen de bank en die derde geen andere voorwaarden zijn overeengekomen dan wel de rechtsbetrekking niet door een der partijen is opgezegd, op overeenkomstige wijze beheerst door de voorwaarden, die op dat tijdstip op die rechtsbetrekking van toepassing waren ingevolge het bij of krachtens artikel 7, eerste, derde en vijfde lid, van de Postspaarbankwet 1954 bepaalde, met dien verstande, dat bevoegdheden, in die voorwaarden gegeven aan organen van de Staat of de Rijkspostspaarbank, als rechten worden uitgeoefend door de bank.
Jurisprudentie bij dit artikel
- Hieronder wordt een selectie van de bijbehorende jurisprudentie getoond.
- Geen resultaten gevonden voor de door u opgegeven zoek termen.