
Pleegkinderenwet
Artikel 11
Indien gegronde vrees voor verwaarlozing van de belangen van een of meer pleegkinderen bestaat, tengevolge van ernstige nalatigheid in de naleving van de bepalingen dezer wet of de tot haar uitvoering gegeven voorschriften, dan wel tengevolge van de omstandigheid, dat het gezin of de inrichting niet of niet langer voldoet aan de ter uitvoering van deze wet gegeven voorschriften, kan de raad voor de kinderbescherming besluiten, dat in het gezin of de inrichting geen pleegkinderen mogen worden verzorgd en opgevoed.
Jurisprudentie bij dit artikel
- Hieronder wordt een selectie van de bijbehorende jurisprudentie getoond.
- Geen resultaten gevonden voor de door u opgegeven zoek termen.