
Onteigeningswet
Artikel 79
1
De onteigening ten name van de gemeente heeft plaats uit kracht van een besluit van de gemeenteraad. Dit besluit behoeft Onze goedkeuring. Alvorens te beslissen omtrent goedkeuring horen Wij de Raad van State. De goedkeuring kan worden onthouden indien de naar voren gebrachte bedenkingen daartoe aanleiding geven, wegens het niet of onvoldoende gediend zijn van het volkshuisvestingsbelang, het ruimtelijke ontwikkelingsbelang of het publiek belang, of het onvoldoende aanwezig zijn van de noodzaak of de urgentie.
2
Indien toepassing is gegeven aan artikel 3.26, eerste en vierde lid, of aan artikel 3.27 van de Wet ruimtelijke ordening geschiedt de onteigening ten name van de provincie en treden voor de toepassing van titel IV telkens provinciale staten in de plaats van de gemeenteraad en gedeputeerde staten in de plaats van het gemeentebestuur of burgemeester en wethouders.
3
Indien toepassing is gegeven aan artikel 3.28, eerste en vierde lid, of 3.29 van de Wet ruimtelijke ordening, geschiedt de onteigening ten name van de Staat en treedt voor toepassing van titel IV telkens Onze Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer in de plaats van de gemeenteraad, van het gemeentebestuur en van burgemeester en wethouders.
Jurisprudentie bij dit artikel
- Hieronder wordt een selectie van de bijbehorende jurisprudentie getoond.
- Geen resultaten gevonden voor de door u opgegeven zoek termen.