
Meststoffenwet
Artikel 36
1
De bij of krachtens de algemene maatregel van bestuur, bedoeld in artikel 35, gestelde regels kunnen mede betrekking hebben op de bevoegdheid tot het doen van vaststellingen ten behoeve van de bepaling van de in dat artikel bedoelde hoeveelheden, hoedanigheden en oppervlakten en op de voor die vaststellingen te gebruiken apparatuur.
2
De bevoegdheid tot het doen van vaststellingen kan worden verbonden aan:
a
een door Onze Minister overeenkomstig bij of krachtens de maatregel gestelde voorwaarden verleende erkenning;
b
een door de Raad voor Accreditatie verleende accreditatie overeenkomstig een door Onze Minister goedgekeurd programma van eisen.
3
Aan een erkenning kunnen voorschriften worden verbonden en zij kan onder beperkingen worden verleend. De voorschriften en beperkingen kunnen worden gewijzigd, aangevuld of ingetrokken.
4
Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld met betrekking tot het verlenen, weigeren of intrekken van een erkenning.
Jurisprudentie bij dit artikel
- Hieronder wordt een selectie van de bijbehorende jurisprudentie getoond.
-
LJN AU9144, Eerste aanleg - meervoudig, 04/03109
Rechtsoort
Belasting
Datum uitspraak
29-12-2005
Status
gepubliceerd
Soort procedure
Eerste aanleg - meervoudig
Instantie
gepubliceerd
Rechtsoort
Gerechtshof AmsterdamBestemmingsheffing o.g.v. de Meststoffenwet (tekst 1998 en 1999). Omdat een accountantsverklaring ontbreekt, bedraagt de bestemmingsheffing 1999 Æ 400 (zie ook VN 2004/33.31). Geen discriminatie ten opzichte van de deelnemers aan het NVV-convenant. Verzuimboete terecht opgelegd.