
Huisvestingswet
Artikel 55
1
Burgemeester en wethouders beëindigen de vordering:
a
indien tussen de gebruiker en de eigenaar een huurovereenkomst tot stand komt;
b
indien naar hun oordeel het belang van een evenwichtige en rechtvaardige verdeling van woonruimte het voortzetten van de vordering niet langer noodzakelijk maakt.
2
Burgemeester en wethouders kunnen de vordering op verzoek van de eigenaar tevens beëindigen, indien de eigenaar het gevorderde zo dringend voor eigen gebruik - vervreemding niet daaronder begrepen - nodig heeft, dat bij afweging van zijn belang tegen het belang van een evenwichtige en rechtvaardige verdeling van woonruimte handhaving van de vordering redelijkerwijs niet aanvaardbaar is.
3
Burgemeester en wethouders geven niet eerder toepassing aan het eerste of tweede lid, dan vier weken nadat zij de gebruiker van hun voornemen daartoe op de hoogte hebben gesteld. Zij stellen de gebruiker in de gelegenheid zijn zienswijze op het voornemen kenbaar te maken.
Jurisprudentie bij dit artikel
- Hieronder wordt een selectie van de bijbehorende jurisprudentie getoond.
- Geen resultaten gevonden voor de door u opgegeven zoek termen.