
Gerechtsdeurwaarderswet
Artikel 1
Voor de toepassing van het bij of krachtens deze wet bepaalde wordt verstaan onder:
a
Onze Minister: Onze Minister van Justitie;
b
ambtshandelingen: de werkzaamheden, bedoeld in artikel 2;
c
gerechtsdeurwaarder: de ambtenaar, benoemd krachtens artikel 4, eerste lid;
d
kandidaat-gerechtsdeurwaarder: hij die met goed gevolg de opleiding, bedoeld in artikel 25, eerste lid, heeft doorlopen;
e
toegevoegd kandidaat-gerechtsdeurwaarder: een als zodanig, overeenkomstig artikel 26, aangewezen kandidaat-gerechtsdeurwaarder;
f
het Bureau: het Bureau Financieel Toezicht, bedoeld in artikel 110 van de Wet op het notarisambt;
g
kamer voor gerechtsdeurwaarders: het college, bedoeld in artikel 34;
h
deeltijd: de werktijd die korter is dan de volledige werktijd die geldt voor burgerlijke rijksambtenaren, werkzaam op de ministeries;
i
de KBvG: de Koninklijke Beroepsorganisatie van Gerechtsdeurwaarders, bedoeld in artikel 56.
Jurisprudentie bij dit artikel
- Hieronder wordt een selectie van de bijbehorende jurisprudentie getoond.
- Geen resultaten gevonden voor de door u opgegeven zoek termen.