
Gaswet
Artikel 55
1
Onze Minister stelt tenminste eenmaal in de vijf jaar vast van welke hoeveelheid gas, dat wordt gewonnen uit het Groningen veld op basis van de bij koninklijk besluit van 30 mei 1963, nr. 39 (Stcrt. 126) verleende winningsvergunning, de op grond van artikel 53 aangewezen rechtspersoon uit mag gaan bij de uitvoering van de taken, bedoeld in artikel 54, eerste lid, onderdelen a en b. Bij iedere vaststelling geeft Onze Minister aan welke hoeveelheid de komende tien jaar ten hoogste gemiddeld per jaar mag worden gewonnen. De vaststelling maakt onderdeel uit van de voorschriften aan de houder van bovengenoemde winningsvergunning als bedoeld in artikel 36, tweede en derde lid, van de Mijnbouwwet.
2
Onze Minister kan de in het eerste lid bedoelde rechtspersoon aanwijzingen geven in het belang van een goede vervulling van de in artikel 54, eerste lid, bedoelde taken.
3
Onze Minister kan de netbeheerder van het landelijk gastransportnet aanwijzingen geven in het belang van een goede vervulling van de in artikel 54a, eerste lid, bedoelde taken.
4
Een aanwijzing als bedoeld in het tweede en derde lid wordt bekendgemaakt in de Staatscourant.
Jurisprudentie bij dit artikel
- Hieronder wordt een selectie van de bijbehorende jurisprudentie getoond.
- Geen resultaten gevonden voor de door u opgegeven zoek termen.