
Advocatenwet
Artikel 57
1
Het hof van discipline beslist niet dan na verhoor of behoorlijke oproeping van de klager, de betrokken advocaat en, zo dezen hoger beroep hebben ingesteld, de deken die in eerste aanleg de klacht ter kennis van de raad van discipline heeft gebracht en de deken van de Nederlandse orde van advocaten.
2
Op de behandeling in het hoger beroep zijn de artikelen 47a, 48, eerste lid, en 49 van overeenkomstige toepassing.
3
Het hof van discipline kan de deken, die de betrokken zaak heeft onderzocht of het lid van de raad van toezicht, dat hem bij de instructie van de zaak heeft vervangen, alsmede de raad van discipline die de beslissing heeft genomen, uitnodigen nadere inlichtingen te verschaffen.
4
Het hof van discipline onderzoekt op grondslag van de beslissing van de raad van discipline. Het hof kan mede oordelen over feiten die de raad van discipline niet voor een maatregel vatbaar heeft geacht, en kan door de raad van discipline onbewezen geachte feiten onderzoeken.
5
Indien alleen de betrokken advocaat hoger beroep heeft ingesteld kan het hof van discipline slechts met eenparigheid van stemmen de opgelegde maatregel verzwaren. In de overige gevallen kan het hof van discipline een maatregel opleggen, een opgelegde maatregel verlichten of verzwaren, of bepalen dat er geen grond is voor het opleggen van een maatregel.
Jurisprudentie bij dit artikel
- Hieronder wordt een selectie van de bijbehorende jurisprudentie getoond.
- Geen resultaten gevonden voor de door u opgegeven zoek termen.