
Wijzigingswet Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945 (invoering gelijke behandeling van mannen en vrouwen alsmede enige andere wijzigingen)
Artikel III
*
1. Bij de inwerkingtreding van deze wet reeds toegekende rechten ingevolge de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945 of de Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers 1940-1945 worden bij de inwerkingtreding van deze wet niet opnieuw getoetst aan de artikelen van deze wetten zoals deze dan komen te luiden behoudens voor zover het betreft de artikelen 17 en 19 van de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945 en 23 en 28 van de Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers 1940-1945. Indien ingevolge de vorige volzin de artikelen 17 en 19 van de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945, onderscheidenlijk de artikelen 23 en 28 van de Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers 1940-1945 worden toegepast op een ongehuwde persoon die bij de inwerkingtreding van deze wet duurzaam samenwoonde in de zin van artikel 10, vijfde en zesde lid, van de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945, onderscheidenlijk artikel 2a van de Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers 1940-1945, wordt, voor wat betreft het uitkeringspercentage, het recht van betrokkene ook getoetst aan artikel 10 van de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945, onderscheidenlijk artikel 14 van de Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers 1940-1945.
*
2. Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op na de inwerkingtreding van deze wet nog toe te kennen rechten waartoe vóór de inwerkingtreding van deze wet reeds een aanvraag was ingediend.
Jurisprudentie bij dit artikel
- Hieronder wordt een selectie van de bijbehorende jurisprudentie getoond.
- Geen resultaten gevonden voor de door u opgegeven zoek termen.