
Wetboek van Koophandel
Artikel 419
[1.] De schepeling is verplicht het hem door den kapitein opgedragen werk te verrichten, doch heeft recht op een bijslag op het loon voor den tijd, gedurende welken hij langer dan den door de wet of de arbeidsovereenkomst bepaalden normalen arbeidsduur werk verricht, tenzij de kapitein het werk noodzakelijk acht tot behoud van het schip, de opvarenden of de zaken aan boord. Het bedrag van dien bijslag wordt bepaald door de arbeidsovereenkomst of, bij haar stilzwijgen, door het gebruik of de billijkheid.
[2.] De kapitein doet van ieder geval van overwerk aanteekening houden in een daartoe bestemd register. Elke aanteekening wordt door den daarbij betrokken schepeling mede-onderteekend.
[3.] Het recht, betaling van den bijslag te vorderen, vervalt door verloop van één maand na het eindigen van den dienst aan boord in eene Nederlandsche haven en van zes maanden na het eindigen van den dienst aan boord in het buitenland.
[4.] Op den scheepsofficier, tevens hoofd van dienst, den geneeskundige en den marconist zijn de bepalingen van dit artikel niet van toepassing.
Jurisprudentie bij dit artikel
- Hieronder wordt een selectie van de bijbehorende jurisprudentie getoond.
- Geen resultaten gevonden voor de door u opgegeven zoek termen.