
Wet werk en inkomen kunstenaars
Artikel 15 Hoogte van de uitkering
1
De uitkering bedraagt per kalendermaand voor:
a
een alleenstaande: 648,04 [Red: per 1 januari 2009: 718,09] ;
b
een alleenstaande ouder: 828,31 [Red: per 1 januari 2009: 1000,69] ;
c
gehuwden: 954,73 [Red: per 1 januari 2009: 1.058,08] .
2
Indien de echtgenoot van de kunstenaar in een omstandigheid verkeert als bedoeld in artikel 10, eerste lid, onderdelen a, b of c, wordt de hoogte van de uitkering vastgesteld op het bedrag voor een alleenstaande of alleenstaande ouder.
3
Vooruitlopend op de definitieve vaststelling van de hoogte van de uitkering, bedoeld in artikel 16, kan op de uitkering het inkomen van de kunstenaar of zijn gezin in mindering worden gebracht, voorzover de som van het bedrag, genoemd in het eerste lid, en het inkomen in een kalendermaand waarin recht op uitkering bestaat, meer bedraagt dan het bedrag genoemd in artikel 16, tweede lid, onderdeel b.
Jurisprudentie bij dit artikel
- Hieronder wordt een selectie van de bijbehorende jurisprudentie getoond.
- Geen resultaten gevonden voor de door u opgegeven zoek termen.