
Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945
Artikel 30
1
De toekenning van een uitkering, vergoeding of tegemoetkoming geschiedt naar aanleiding van een daartoe bij de Raad ingediende aanvraag.
2
De Raad kent geen uitkering, vergoeding of tegemoetkoming toe dan nadat is vastgesteld dat het door de aanvrager opgegeven adres overeenstemt met het hem betreffende adresgegeven in de gemeentelijke basisadministratie.
3
Het bepaalde in het tweede lid is niet van toepassing indien de aanvrager in het buitenland gevestigd is.
4
De Raad kan het tweede lid buiten toepassing laten of daarvan afwijken voor zover toepassing gelet op het belang dat deze wet beoogt te beschermen zal leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard.
5
Op de aanvraag wordt de datum van ontvangst aangetekend.
6
De ontvangst van de aanvraag wordt de aanvrager schriftelijk bevestigd. Daarbij wordt hem voorlichting gegeven over de verdere procedure en de geldende behandeltermijnen.
7
Indien de belanghebbende in het buitenland is gevestigd wordt de aanvraag, tenzij de Raad in het desbetreffende land een eigen vertegenwoordiging heeft, ingediend bij het hoofd der Nederlandse diplomatieke dan wel consulaire vertegenwoordiging in wiens ambtsgebied of ressort hij gevestigd is. Deze zendt de op de aanvraag betrekking hebbende bescheiden door aan de Raad.
8
Onze Minister kan nadere regelen stellen met betrekking tot de bij de behandeling van de aanvraag over te leggen bescheiden.
Jurisprudentie bij dit artikel
- Hieronder wordt een selectie van de bijbehorende jurisprudentie getoond.
- Geen resultaten gevonden voor de door u opgegeven zoek termen.