
Wet toekenning gedeeltelijke compensatie voor ingevolge AOW en AWW geheven premie over een buitengewoon pensioen
Artikel 1
1
Voor zover van een persoon ter zake van het genot van een buitengewoon pensioen krachtens de Wet buitengewoon pensioen 1940-1945 (Stb. 1947, H 313) of de Wet buitengewoon pensioen zeelieden-oorlogsslachtoffers (Stb. 1947, H 420) premie ingevolge de Algemene Ouderdomswet (Stb. 1956, 281) en de Algemene Weduwen- en Wezenwet (Stb. 1959, 139) wordt geheven, wordt hem ten laste van het Rijk een vergoeding verleend.
2
De in het vorige lid bedoelde vergoeding bedraagt zes en zes tiende procent van het over 1964 betaalbaar buitengewoon pensioen en acht en een tiende procent van het betaalbaar buitengewoon pensioen over perioden nĂ 31 december 1964.
3
Het overeenkomstig het vorige lid berekende bedrag mag per maand niet hoger zijn dan een twaalfde deel van de overeenkomstig de vorige leden over een maximaal premie-inkomen berekende vergoeding.
Jurisprudentie bij dit artikel
- Hieronder wordt een selectie van de bijbehorende jurisprudentie getoond.
- Geen resultaten gevonden voor de door u opgegeven zoek termen.