
Wet op de kamers van koophandel en fabrieken 1997
Artikel 37
1
Een kamer stelt ter financiering van de kosten verbonden aan de uitvoering van de taken, bedoeld in de artikelen 24 en 25, voor zover de uitvoering van deze taken niet plaatsvindt door de in artikel 27, eerste of zevende lid, bedoelde activiteiten, een bijdrage vast welke ondernemingen voor ieder kalenderjaar of een gedeelte daarvan verschuldigd zijn, voor zover deze kosten niet worden gedekt door de in artikel 35 bedoelde vergoedingen.
2
Het in het eerste lid bedoelde besluit behoeft de goedkeuring van Onze Minister.
3
Een kamer zendt Onze Minister jaarlijks vóór 1 november een afschrift van het besluit tot vaststelling van de in het eerste lid bedoelde bijdrage.
4
Onze Minister beslist binnen 6 weken na het verstrijken van de in het derde lid bedoelde termijn, of de in het tweede lid bedoelde goedkeuring wordt verleend.
5
Goedkeuring kan worden onthouden wegens strijd met het recht of met het algemeen belang of indien Onze Minister bezwaar heeft tegen de hoogte van het in het desbetreffende besluit vastgestelde bedrag.
6
Bij regeling van Onze Minister kunnen nadere regels worden gesteld over de wijze waarop de hoogte van de in het eerste lid bedoelde bijdrage wordt bepaald.
7
Een besluit als bedoeld in het eerste lid wordt bekendgemaakt door terinzagelegging daarvan ten kantore van de kamer en publicatie daarvan in een door Onze Minister aangewezen publicatieblad.
Jurisprudentie bij dit artikel
- Hieronder wordt een selectie van de bijbehorende jurisprudentie getoond.
- Geen resultaten gevonden voor de door u opgegeven zoek termen.