
Wet op de Nederlandse organisatie voor wetenschappelijk onderzoek
Artikel 6 Samenstelling algemeen bestuur
1
Het algemeen bestuur bestaat uit een voorzitter en ten hoogste zes overige leden. Het aantal leden wordt bij koninklijk besluit bepaald.
2
De voorzitter en de overige leden van het algemeen bestuur worden benoemd bij koninklijk besluit op voordracht van Onze Minister, het algemeen bestuur gehoord. De benoeming geschiedt voor een termijn van vijf jaren. De leden kunnen éénmaal opnieuw worden benoemd.
3
Onze Minister stelt de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen en de universiteiten, genoemd in de bijlage bij de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek, gezamenlijk, in de gelegenheid van hun gevoelens te doen blijken over de voordrachten, bedoeld in het tweede lid.
4
De voorzitter en de overige leden van het algemeen bestuur kunnen bij koninklijk besluit op voordracht van Onze Minister, het algemeen bestuur gehoord, om zwaarwichtige redenen worden geschorst en tussentijds ontslagen.
5
Het lidmaatschap van het algemeen bestuur is onverenigbaar met dat van een gebiedsbestuur. Een lid van het personeel kan niet worden benoemd tot lid van het algemeen bestuur.
Jurisprudentie bij dit artikel
- Hieronder wordt een selectie van de bijbehorende jurisprudentie getoond.
- Geen resultaten gevonden voor de door u opgegeven zoek termen.