
Vreemdelingenwet 2000
Artikel 62
1
Nadat het rechtmatig verblijf van de vreemdeling is geëindigd, dient hij Nederland uit eigen beweging binnen vier weken te verlaten.
2
In afwijking van het eerste lid, dient de vreemdeling, indien de beroepstermijn, bedoeld in artikel 69, ongebruikt verstrijkt en tijdens die termijn de werking van de beschikking, waarbij de aanvraag is afgewezen of de verblijfsvergunning is ingetrokken dan wel niet is verlengd, is opgeschort, Nederland onmiddellijk te verlaten.
3
In afwijking van het eerste lid, dient de vreemdeling:
a
wiens rechtmatig verblijf op grond van artikel 8, onder i, is geëindigd;
b
die onmiddellijk voorafgaand aan zijn binnenkomst in Nederland geen rechtmatig verblijf heeft gehad; of
c
wiens aanvraag is afgewezen binnen een bij algemene maatregel van bestuur te bepalen aantal uren,
Nederland onmiddellijk te verlaten.
4
Onze Minister kan, in afwijking van het eerste lid, de vertrektermijn verkorten tot minder dan vier weken:
a
in het belang van de uitzetting, of
b
in het belang van de openbare orde of de nationale veiligheid.
Jurisprudentie bij dit artikel
- Hieronder wordt een selectie van de bijbehorende jurisprudentie getoond.
- Geen resultaten gevonden voor de door u opgegeven zoek termen.