
Visserijwet 1963
Artikel 21
1
Het is verboden in een water, als bedoeld in artikel 1, vierde lid, onder d , te vissen voorzover een ander rechthebbende is op het visrecht van dat water.
2
Het verbod in het eerste lid geldt niet:
a
voor hem, die voorzien is van een schriftelijke toestemming van de rechthebbende, geldende voor de visserij, welke wordt uitgeoefend;
b
voor hem die de rechthebbende op het visrecht of de houder van de schriftelijke toestemming behulpzaam is bij het vissen met een vistuig, dat niet door één persoon kan worden bediend;
c
voor het vissen met een hengel door personen onder de veertien jaar die vissen onder begeleiding van een volwassene die voorzien is van de in onderdeel a bedoelde schriftelijke toestemming, of die vissen in het kader van een door de betreffende rechthebbende op het visrecht georganiseerd evenement;
d
voor het vissen in een viswater, als bedoeld in artikel 10, achtste lid, dan wel in een viskwekerij, ten aanzien waarvan een ontheffing is verleend, als bedoeld in het negende lid van dat artikel.
Jurisprudentie bij dit artikel
- Hieronder wordt een selectie van de bijbehorende jurisprudentie getoond.
- Geen resultaten gevonden voor de door u opgegeven zoek termen.