
Penitentiaire beginselenwet
Artikel 76
1
De plaatsing van een tot vrijheidsstraf veroordeelde in een justitiële inrichting voor verpleging van ter beschikking gestelden geschiedt voordat zes maanden sedert de beslissing, bedoeld in artikel 13, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht is genomen, in een gevangenis of huis van bewaring zijn doorgebracht.
2
Indien Onze Minister, rekening houdende met de in artikel 11, tweede lid, van de Beginselenwet verpleging ter beschikking gestelden genoemde eisen, van oordeel is dat de plaatsing niet binnen de in het eerste lid gestelde termijn mogelijk is, kan hij deze termijn telkens met drie maanden verlengen.
3
Tegen de beslissing tot verlenging, bedoeld in het tweede lid, kan de tot vrijheidsstraf veroordeelde beroep instellen bij de Raad. Het bepaalde in Hoofdstuk XVI van de Beginselenwet verpleging ter beschikking gestelden is van overeenkomstige toepassing.
Jurisprudentie bij dit artikel
- Hieronder wordt een selectie van de bijbehorende jurisprudentie getoond.
- Geen resultaten gevonden voor de door u opgegeven zoek termen.