
Meetbrievenwet 1981
Artikel 25
1
Met het toezicht op de naleving van de in artikel 24, eerste lid, bedoelde verplichting zijn belast de ambtenaren van de divisie Scheepvaart van de Inspectie Verkeer en Waterstaat.
2
De toezichthouder dan wel de inspecteur, bedoeld in artikel 1:3, eerste lid, onderdeel c, van de Algemene douanewet, oefent zijn bevoegdheden slechts uit ten aanzien van een schip, ongeacht welke vlag het voert, dat zich in een Nederlandse haven bevindt.
3
De uitoefening van het toezicht dan wel de douanecontrole op de naleving mag in geen geval vertraging voor het schip meebrengen.
4
Indien blijkt, dat de voornaamste kenmerken van het schip afwijken van die vermeld op de Internationale Meetbrief (1969), in dier voege, dat dit tot een vermeerdering van de bruto- of netto-tonnage leidt, wordt de Staat wiens vlag het schip voert hiervan door de inspecteur-generaal onmiddellijk in kennis gesteld.
5
Indien niet is voldaan aan de in artikel 5:20 van de Algemene wet bestuursrecht of artikel 1:5 van de Algemene douanewet in samenhang met artikel 14 van verordening (EEG) nr. 2913/92 van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 12 oktober 1992 tot vaststelling van het communautair douanewetboek (PbEG L 302) bedoelde verplichting, verleent de inspecteur, bedoeld in artikel 1:3, eerste lid, onderdeel c, van de Algemene douanewet, geen expeditie.
Jurisprudentie bij dit artikel
- Hieronder wordt een selectie van de bijbehorende jurisprudentie getoond.
- Geen resultaten gevonden voor de door u opgegeven zoek termen.