
Locaalspoor- en Tramwegwet
Artikel 2
1
Voor de aanleg van een locaalspoorweg, een stadsspoorweg of een tramweg en de uitoefening van de dienst op die locaalspoorweg, die stadsspoorweg of die tramweg wordt een door Ons of met Onze machtiging verleende concessie vereist.
2
De concessie wordt niet verleend, dan nadat Gedeputeerde Staten zijn gehoord.
3
De concessie houdt, voor zooveel tramwegen betreft, voorschriften in ter verzekering, dat bepalingen omtrent rechten en verplichtingen der beambten en bedienden van den spoorwegdienst worden onderworpen aan de instemming van Onzen Minister voornoemd, en door dezen kunnen worden vastgesteld, voor zooveel overeenstemming met bestuurders van den spoorwegdienst ontbreekt.
4
Ten aanzien van buitenlandsche spoorwegdiensten, welke mede hier te lande worden uitgeoefend, kan worden afgeweken van het bepaalde in het voorgaande lid.
Jurisprudentie bij dit artikel
- Hieronder wordt een selectie van de bijbehorende jurisprudentie getoond.
- Geen resultaten gevonden voor de door u opgegeven zoek termen.