Wetboek-online maakt gebruik van cookies. sluiten
bladeren
zoeken

Jurisprudentie

ZC3687

Datum uitspraak2001-10-05
Datum gepubliceerd2001-10-05
RechtsgebiedHandelszaak
Soort ProcedureCassatie
Instantie naamHoge Raad
ZaaknummersC00/273HR
Statusgepubliceerd


Conclusie anoniem

Rolnr. C00/273 mr. E.M. Wesseling-van Gent Zitting: 18 mei 2001 Conclusie inzake: [Eiseres] tegen 1. [Verweerster 1] 2. [Verweerder 2] 3. [Verweerder 3] 4. [Verweerder 4] Edelhoogachtbaar college, 1.1 In deze zaak vordert eiseres tot cassatie, [eiseres], kort gezegd veroordeling van verweerders in cassatie, [verweerder] c.s., tot afgifte van een partij sieruien (Allium Globemaster) tegen een prijs van ƒ 1.300.000,--, alsmede hoofdelijke veroordeling van [verweerder] c.s. tot schadevergoeding, nader op te maken bij staat. 1.2 Aan deze vorderingen legt [eiseres] ten grondslag dat [verweerder] c.s. jegens haar onrechtmatig hebben gehandeld door genoemde partij sieruien op 11 mei 1998 van de eigenaar, [betrokkene A], te kopen en deze koopovereenkomst vervolgens ook ten uitvoer te leggen, terwijl zij op dat moment wisten dat [eiseres] die partij reeds eerder, op 2 mei 1998, van [betrokkene A] had gekocht onder de ontbindende voorwaarde dat [eiseres] vóór 15 mei 1998 de financiering van de koopprijs rond zou hebben. 1.3 Zowel de rechtbank te Alkmaar1 als het Gerechtshof te Amsterdam2 hebben deze vorderingen afgewezen. Het hof heeft daartoe overwogen dat (1) niet is komen vast te staan dat [verweerder] c.s. wisten dat [betrokkene A] reeds een koopovereenkomst was aangegaan met [eiseres] (rov. 4.4-4.5) en dat (2) bovendien geen bijzondere omstandigheden zijn gesteld of gebleken op grond waarvan kan worden gezegd dat [verweerder] c.s. - gesteld dat zij wel van die eerdere verkoop hebben geweten - jegens [eiseres] onzorgvuldig hebben gehandeld door ook van [betrokkene A] te kopen. De enkele wetenschap van de tweede koper dat de verkoper wanprestatie pleegt tegenover de eerste koper is daarvoor onvoldoende (rov. 4.6). 1.4 Het hof heeft zijn beslissing aldus doen steunen op twee gronden die deze beslissing ieder zelfstandig kunnen dragen. Het tijdig3 ingestelde cassatieberoep berust op een uit twee onderdelen opgebouwd middel, waarmee beide gronden worden bestreden. 1.5 Onderdeel 1 is gericht tegen rechtsoverweging 4.5 en klaagt erover dat het hof het bewijsaanbod van [eiseres] ten aanzien van haar stelling dat [verweerder] c.s. wisten dat [betrokkene A] reeds met haar een koopovereenkomst had gesloten ten onrechte, althans op ondeugdelijke gronden heeft gepasseerd. 1.6 Deze klacht faalt. In rechtsoverweging 4.4 heeft het hof in cassatie onbestreden geoordeeld dat tenminste moet komen vast te staan dat [verweerder] c.s. wisten van de eerdere koopovereenkomst tussen [betrokkene A] en [eiseres] en dat het op de weg van [eiseres] ligt feiten en omstandigheden te stellen op grond waarvan deze wetenschap kan worden aangenomen. In rechtsoverweging 4.5 heeft het hof vervolgens de in dit verband door [eiseres] in eerste en tweede aanleg aangevoerde feiten en omstandigheden onderzocht en geoordeeld dat deze feiten, ook indien zij worden bewezen, niet de conclusie wettigen dat [verweerder] c.s. vóór 11 mei 1998 wisten van de eerder gesloten overeenkomst. Hierin ligt besloten dat de door [eiseres] aangevoerde feiten de vordering niet kunnen dragen, zodat het aanbod deze feiten te bewijzen als niet ter zake dienend kan worden gepasseerd. Dit oordeel geeft niet blijk van een onjuiste rechtsopvatting en behoefde ook geen nadere motivering. 1.7 Nu onderdeel 1 faalt, heeft [eiseres] geen belang meer bij bespreking van het tegen rechtsoverweging 4.6 gerichte onderdeel 2. Dit onderdeel kan immers, zelfs indien gegrond, onder deze omstandigheden niet tot cassatie leiden. 1.8 De aangevoerde klachten nopen niet tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling. 2. Conclusie De conclusie strekt tot verwerping van het beroep. De Procureur-Generaal bij de Hoge Raad der Nederlanden, A-G 1 Bij vonnis van 23 september 1999. 2 Bij arrest van 8 juni 2000. 3 De cassatiedagvaarding is uitgebracht op 7 september 2000.


Uitspraak

5 oktober 2001 Eerste Kamer Nr. C00/273HR AS Hoge Raad der Nederlanden Arrest in de zaak van: [Eiseres], gevestigd te [vestigingsplaats], EISERES tot cassatie, advocaat: mr. P.J.L.J. Duijsens, t e g e n 1. [Verweerster 1], gevestigd te [vestigingsplaats], 2. [Verweerder 2], wonende te [woonplaats], 3. [Verweerder 3], wonende te [woonplaats], 4. [Verweerder 4], wonende te [woonplaats], VERWEERDERS in cassatie, advocaat: mr. P.J.M. von Schmidt auf Altenstadt. 1. Het geding in feitelijke instanties Eiseres tot cassatie - verder te noemen: [eiseres] - heeft bij exploit van 7 juli 1998 verweerders in cassatie - verder te noemen: [verweerder] c.s. - gedagvaard voor de Rechtbank te Alkmaar. Na wijziging van eis heeft [eiseres] gevorderd [verweerder] c.s. te veroordelen om aan [eiseres] over te dragen en zo nodig te leveren en af te geven de gehele partij van 1.600 RR "Allium Globemaster" in goede en deugdelijke staat alsmede het kwekersrecht op dit ras voor een prijs van ƒ 1.300.000,-- zulks op straffe van een dwangsom van ƒ 100.000,-- per dag dat [verweerder] c.s. daarmee, na betekening van het vonnis, in gebreke blijven, alsmede hoofdelijke veroordeling van [verweerder] c.s. tot schadevergoeding, op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet. [Verweerder] c.s. hebben de vorderingen bestreden en in reconventie gevorderd dat de Rechtbank voor recht zal verklaren dat de in de conclusie van eis in reconventie geschetste gang van zaken tegenover hen onrechtmatig is, met veroordeling van [eiseres] tot vergoeding van de daaruit voortvloeiende schade, op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet. [Eiseres] heeft de vorderingen bestreden. De Rechtbank heeft bij vonnis van 23 september 1999 in conventie en in reconventie de vorderingen afgewezen. Tegen dit vonnis heeft [eiseres] hoger beroep ingesteld bij het Gerechtshof te Amsterdam. Bij arrest van 8 juni 2000 heeft het Hof het vonnis waarvan beroep bekrachtigd. Het arrest van het Hof is aan dit arrest gehecht. 2. Het geding in cassatie Tegen het arrest van het Hof heeft [eiseres] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit. [Verweerder] c.s. hebben geconcludeerd tot verwerping van het beroep. De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten. De conclusie van de Advocaat-Generaal E.M. Wesseling-van Gent strekt tot verwerping van het beroep. 3. Beoordeling van de middelen De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 101a RO, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling. 4. Beslissing De Hoge Raad: verwerpt het beroep; veroordeelt [eiseres] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerder] c.s. begroot op ƒ 632,20 aan verschotten en ƒ 3.000,-- voor salaris. Dit arrest is gewezen door de raadsheren C.H.M. Jansen, als voorzitter, O. de Savornin Lohman en A. Hammerstein, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A. Hammerstein op 5 oktober 2001.