
Jurisprudentie
BJ2225
Datum gepubliceerd2009-07-10
RechtsgebiedVreemdelingen
Soort ProcedureEerste aanleg - enkelvoudig
ZittingsplaatsGroningen
Instantie naamRechtbank 's-Gravenhage
ZaaknummersAwb 09/20899
Statusgepubliceerd
Indicatie
Uit de tekst van de maatregel van toezicht, zijnde een wekelijkse meldplicht, blijkt eenduidig dat deze op grond van artikel 54, tweede lid, van de Vw 2000 is opgelegd. Anders dan verweerder heeft betoogd brengt de enkele omstandigheid dat aan eiser een wekelijkse meldplicht is opgelegd, niet met zich dat de maatregel op grond van artikel 54, eerste lid, van de Vw 2000 is opgelegd. Nog daargelaten dat als een maatregel krachtens het eerste lid zou zijn opgelegd, dit ook uit de tekst van de maatregel had moeten blijken, kan ook krachtens artikel 54, tweede lid, Vw 2000 een wekelijkse meldplicht worden opgelegd. Dat de maatregel, zoals door verweerder gesteld, gebaseerd zou zijn op artikel 54, eerste lid, onder b en of c, Vw 2000 vermag de rechtbank niet in te zien, nu de maatregel een meldplicht betreft en niet een verplichting tot het verstrekken van gegevens of het verlenen van medewerking. Weliswaar is de maatregel kennelijk ingegeven door de wens dat eiser meewerkt aan het afnemen van vingerafdrukken, maar dat neemt niet weg dat de opgelegde maatregel daartoe niet strekt. Tegen de opgelegde maatregel van toezicht staat dan ook rechtstreeks beroep open bij de rechtbank. Uit het standpunt van verweerder ter zitting leidt de rechtbank af dat verweerder niet heeft beoogd om artikel 54, tweede lid, van de Vw 2000 aan de maatregel van toezicht ten grondslag te leggen. Nu verweerder kennelijk niet achter de grondslag van de opgelegde maatregel staat, is de maatregel, in strijd met de artikelen 3:2 en 3:46 Awb. Over het beroep tegen de bijzondere aanwijzing in de zin van artikel 54, eerste lid, onder b en c, van de Vw 2000, waarbij aan eiser is opgedragen zich te onthouden van die acties, die kunnen leiden tot een verslechtering van de kwaliteit van zijn dactyloscopisch signalement, overweegt de rechtbank dat tegen deze maatregel eerst bezwaar moet worden gemaakt. De rechtbank acht dit beroep daarom niet-ontvankelijk. Het beroepschrift zal door verweerder als bezwaar in behandeling moeten worden genomen.