Wetboek-online maakt gebruik van cookies. sluiten
bladeren
zoeken

Jurisprudentie

BJ1336

Datum uitspraak2009-07-02
Datum gepubliceerd2009-07-02
RechtsgebiedStraf
Soort ProcedureEerste aanleg - meervoudig
Instantie naamRechtbank Groningen
Zaaknummers18/630039-07
Statusgepubliceerd


Indicatie

De rechtbank veroordeelt verdachte voor mensenhandel gedurende enige periode ten aanzien van een zestal betrokken vrouwen – onder wie een op het moment van het plegen van het delict nog minderjarig meisje – tot een gevangenisstraf van vijf jaren. De rechtbank verklaart het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk met betrekking tot die tenlastegelegde feiten die niet in Nederland zijn gepleegd vanwege het ontbreken van rechtsmacht.


Uitspraak

RECHTBANK GRONINGEN Sector Strafrecht parketnummer: 18/630039-07 (Promis) datum uitspraak: 2 juli 2009 op tegenspraak raadsvrouw: mr. S. Dogan V O N N I S van de rechtbank Groningen, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen: [VERDACHTE], geboren op [geboortedatum en - plaats], thans verblijvende in de [Penitentiaire Inrichting], hierna: verdachte Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van 9 juni 2008, 4 september 2008, 16 oktober 2008, 8 januari 2009, 23 maart 2009 en 18 juni 2009. TENLASTELEGGING Aan verdachte is - na nadere omschrijving tenlastelegging ex artikel 314a Wetboek van Strafvordering ter terechtzitting van 23 maart 2009 - ten laste gelegd dat: 1. hij in of omstreeks de periode van 01 juni 2006 tot en met 15 januari 2007, in de gemeente(n) Groningen, Hulst, Eindhoven en/of (elders) in Nederland, en/of in Bulgarije, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, meermalen, althans eenmaal, (telkens) A. [Getuige A] (geboren 08-05-1990) heeft aangeworven en/of medegenomen, met het oogmerk die [Getuige A] in een ander land, te weten Nederland, ertoe te brengen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van één of meer seksuele handeling(en) met of voor een derde tegen betaling (sub 3°); en/of B. [Getuige A] heeft geworven, vervoerd, overgebracht, gehuisvest of opgenomen, met het oogmerk van uitbuiting (in de prostitutie) van die [Getuige A], terwijl die [Getuige A] de leeftijd van achttien jaren nog niet had bereikt (sub 2); en/of C. [Getuige A] ertoe heeft gebracht zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met of voor een derde tegen betaling, dan wel ten aanzien van die [Getuige A] enige handeling heeft ondernomen waarvan hij wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat die [Getuige A] zich daardoor beschikbaar zou stellen tot het verrichten van die handelingen, terwijl die [Getuige A] de leeftijd van achttien jaren nog niet had bereikt (sub 5); en/of D. opzettelijk voordeel heeft getrokken uit de seksuele handelingen van die [Getuige A] met of voor een derde tegen betaling, terwijl die [Getuige A] de leeftijd van achttien jaren nog niet had bereikt (sub 8) bestaande dat voordeel trekken en/of dat ertoe brengen en/of de overige hierboven omschreven handelingen hieruit dat verdachte en/of verdachtes mededader(s), meermalen, althans eenmaal, (telkens) - de reis van die [Getuige A] naar Nederland geheel of gedeeltelijk heeft/hebben betaald en/of geregeld, en/of - die [Getuige A] vanuit het buitenland (Bulgarije) naar Nederland heeft/hebben vervoerd en/of overgebracht en/of doen en/of laten vervoeren en/of overbrengen, al dan niet onder de valse voorstelling van zaken dat zij, [Getuige A], in Nederland, in vrijheid (veel meer) geld kon verdienen met werkzaamheden als prostituee, en/of - de benodigde papieren/vergunningen voor die [Getuige A] heeft/hebben geregeld en/of laten regelen en/of - die [Getuige A] heeft/hebben ondergebracht in een pand en/of aldaar haar heeft/hebben tegengehouden en/of belemmerd om weg te gaan, althans verhinderd zich te verwijderen van de plaats waar zij zich bevond, en/of - die [Getuige A] in een kwetsbare positie heeft/hebben gebracht en/of gehouden doordat zij de Nederlandse taal niet machtig was en niet over inkomsten beschikte en door haar te zeggen en/of te doen geloven dat er buiten het prostitutiewerk geen ander werk voor haar was in Nederland en/of - die [Getuige A] in een club en/of kamer/vitrine heeft/hebben geplaatst of laten plaatsen, althans een club en/of kamer/vitrine voor haar heeft geregeld of laten regelen, en/of - die [Getuige A] (telkens) heeft/hebben gebracht en gehaald en/of laten brengen en/of halen naar haar club en/of kamer/vitrine en/of - die [Getuige A] als prostituee heeft/hebben laten werken en/of haar werktijden heeft/hebben bepaald, en/of - die [Getuige A] onder controle heeft/hebben gehouden en/of laten houden, en/of - die [Getuige A] heeft/hebben geslagen en/of door (een) andere(n) laten slaan en/of - die [Getuige A] heeft/hebben verteld of doen voorkomen dat zij, [Getuige A], schuld(en) diende af te lossen en/of te voldoen alvorens zij terug mocht naar Bulgarije, en/of - die [Getuige A] heeft/hebben verteld dat de helft van de verdiensten (in de prostitutie) voor haar zouden zijn, en/of - die [Getuige A] (een groot deel van) de verdiensten uit de prostitutie aan verdachte en/of verdachtes mededader(s) heeft/hebben laten afdragen; 2. hij in of omstreeks de periode van 01 juni 2006 tot 01 juni 2007, in de gemeente(n) Groningen, Hulst, Eindhoven en/of (elders) in Nederland, en/of in Bulgarije, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, meermalen, althans eenmaal, (telkens) A. [Getuige B] en/of [Getuige C] en/of [Getuige D] en/of [Getuige E] door dwang, geweld of een andere feitelijkheid of door dreiging met geweld of een andere feitelijkheid, door misleiding dan wel door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht, door misbruik van een kwetsbare positie heeft/hebben (aan)geworven, vervoerd, overgebracht, gehuisvest of opgenomen, met het oogmerk van uitbuiting (in de prostitutie) van die [Getuige B] en/of [Getuige C] en/of [Getuige D] en/of [Getuige E] (sub 1°); en/of B. [Getuige B] en/of [Getuige C] en/of [Getuige D] en/of [Getuige E] heeft aangeworven en/of medegenomen, met het oogmerk die [Getuige B] en/of [Getuige C] en/of [Getuige D] en/of [Getuige E] in een ander land, te weten Nederland, ertoe te brengen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van één of meer seksuele handeling(en) met of voor een derde tegen betaling (sub 3°); en/of C. [Getuige B] en/of [Getuige C] en/of [Getuige D] en/of [Getuige E], door dwang, geweld of een andere feitelijkheid of door dreiging met geweld of een andere feitelijkheid, door misleiding dan wel door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht, door misbruik van een kwetsbare positie, heeft gedwongen of bewogen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van arbeid of diensten dan wel onder voornoemde omstandigheden enige handelingen heeft ondernomen waarvan verdachte en/of verdachtes mededader(s) wist(en) of redelijkerwijs moest(en) vermoeden dat die [Getuige B] en/of [Getuige C] en/of [Getuige D] en/of [Getuige E] zich daardoor beschikbaar stelde(n) tot het verrichten van arbeid of diensten (sub 4°); en/of D. opzettelijk voordeel heeft getrokken uit de uitbuiting (in de prostitutie) van [Getuige B] en/of [Getuige C] en/of [Getuige D] en/of [Getuige E] (sub 6°); en/of E. [Getuige B] en/of [Getuige C] en/of [Getuige D] en/of [Getuige E], door dwang, geweld of een andere feitelijkheid of door dreiging met geweld of een andere feitelijkheid, door misleiding dan wel door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht, door misbruik van een kwetsbare positie, heeft gedwongen dan wel heeft bewogen verdachte en/of verdachtes mededader(s) te bevoordelen uit de opbrengst van haar/hun seksuele handelingen met of voor een derde (sub 9°) bestaande die dwang en/of dat geweld en/of die andere feitelijkhe(i)d(en) en/of die dreiging met geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en), en/of die misleiding en/of dat misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en/of dat misbruik van een kwetsbare positie en/of dat voordeel trekken en/of de overige hierboven omschreven handelingen hieruit dat verdachte en/of verdachtes mededader(s), meermalen, althans eenmaal, (telkens) - de reis van die [Getuige B] en/of [Getuige C] en/of [Getuige D] en/of [Getuige E] naar Nederland geheel of gedeeltelijk heeft/hebben betaald en/of geregeld, en/of - die [Getuige B] en/of [Getuige C] en/of [Getuige D] en/of [Getuige E] vanuit het buitenland (Bulgarije) naar Nederland heeft/hebben vervoerd en/of overgebracht en/of doen en/of laten vervoeren en/of overbrengen, al dan niet onder de valse voorstelling van zaken dat zij, [Getuige B] en/of [Getuige C] en/of [Getuige D] en/of [Getuige E], in Nederland, in vrijheid (veel meer) geld kon(den) verdienen met werkzaamheden als prostituee, en/of - de benodigde papieren/vergunningen voor die [Getuige B] en/of [Getuige C] en/of [Getuige D] en/of [Getuige E] heeft/hebben geregeld en/of laten regelen en/of - die [Getuige B] en/of [Getuige C] en/of [Getuige D] en/of [Getuige E] heeft/hebben ondergebracht in een pand en/of aldaar haar/hun heeft/hebben tegengehouden en/of belemmerd om weg te gaan, althans verhinderd zich te verwijderen van de plaats waar zij zich bevond(en), en/of - die [Getuige B] en/of [Getuige C] en/of [Getuige D] en/of [Getuige E] in een kwetsbare positie heeft/hebben gebracht en/of gehouden doordat zij de Nederlandse taal niet machtig was/waren en niet over inkomsten beschikte(n) en door haar/hen te zeggen en/of te doen geloven dat er buiten het prostitutiewerk geen ander werk voor haar/hen was in Nederland en/of - die [Getuige B] en/of [Getuige C] en/of [Getuige D] en/of [Getuige E] in een club en/of kamer/vitrine heeft/hebben geplaatst of laten plaatsen, althans een club en/of kamer/vitrine voor haar/hun heeft/hebben geregeld of laten regelen, en/of - die [Getuige B] en/of [Getuige C] en/of [Getuige D] en/of [Getuige E] (telkens) heeft/hebben gebracht en gehaald en/of laten brengen en/of halen naar haar/hun club en/of kamer/vitrine en/of - die [Getuige B] en/of [Getuige C] en/of [Getuige D] en/of [Getuige E] als prostituee heeft/hebben laten werken en/of haar/hun werktijden heeft/hebben bepaald, en/of - die [Getuige B] en/of [Getuige C] en/of [Getuige D] en/of [Getuige E] onder controle heeft/hebben gehouden en/of laten houden, en/of - die [Getuige B] en/of [Getuige C] en/of [Getuige D] en/of [Getuige E] heeft/hebben geslagen en/of door (een) andere(n) laten slaan en/of hebben bedreigd door te zeggen dat zij Nederland niet levend zoud(en) verlaten als er vluchtpogingen werden ondernomen en/of - die [Getuige B] en/of [Getuige C] en/of [Getuige D] en/of D.S.[Getuige E] heeft/hebben verteld of doen voorkomen dat zij, [Getuige B] en/of [Getuige C] en/of [Getuige D] en/of D.S.[Getuige E], schuld(en) diende(n) af te lossen en/of te voldoen alvorens zij terug mocht(en) naar Bulgarije, en/of - die [Getuige B] en/of [Getuige C] en/of [Getuige D] en/of D.S.[Getuige E] heeft/hebben verteld dat de helft van de verdiensten (in de prostitutie) voor haar/hun zouden zijn, en/of - die [Getuige B] en/of [Getuige C] en/of [Getuige D] en/of [Getuige E] (een groot deel van) de verdiensten uit de prostitutie aan verdachte en/of verdachtes mededader(s) heeft/hebben laten afdragen; 3. hij in of omstreeks de periode van 1 januari 2001 tot en met 30 april 2002, in de gemeente Groningen en/of (elders) in Nederland, en/of in Bulgarije, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, meermalen, althans eenmaal, (telkens) A. een ander, te weten [Getuige F], door geweld en/of één of meer andere feitelijkhe(i)d(en) en/of door bedreiging met geweld en/of met één of meer andere feitelijkhe(i)d(en), heeft gedwongen dan wel door misbruik van uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht en/of door misleiding heeft bewogen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met een derde tegen betaling, dan wel onder voornoemde omstandigheden enige handeling heeft/hebben ondernomen waarvan hij/zij wist(en), althans redelijkerwijs moest(en) vermoeden dat die ander zich daardoor tot het verrichten van die (seksuele) handelingen beschikbaar zou stellen (sub 1°); en/of B. een persoon, te weten [Getuige F], heeft aangeworven en/of medegenomen met het oogmerk die [Getuige F] in een ander land, te weten Nederland, ertoe te brengen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met een derde tegen betaling (sub 2°); en/of C. opzettelijk voordeel heeft/hebben getrokken uit seksuele handelingen van [Getuige F] met een derde tegen betaling, terwijl verdachte en/of zijn mededader(s) wist(en) of redelijkerwijs moest(en) vermoeden, dat die [Getuige F] zich onder de onder A genoemde omstandigheden beschikbaar zou stellen tot het plegen van die (seksuele) handelingen (sub 4°); en/of D. een ander, te weten [Getuige F] door geweld en/of één of meer andere feitelijkhe(i)d(en) en/of door bedreiging met geweld en/of één en/of meer andere feitelijkhe(i)d(en) heeft gedwongen, dan wel door misbruik van uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht en/of door misleiding heeft bewogen hem, verdachte, en/of zijn mededader(s) uit de opbrengst(en) van haar seksuele handelingen met een derde te bevoordelen (sub 6°); bestaande dat geweld en/of die een of meer andere feitelijkhe(i)d(en) en/of die bedreiging met geweld en/of die een of meer andere feitelijkhe(i)d(en) en/of dat misbruik van uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht en/of die misleiding en/of die (ondernomen) handelingen en/of dat getrokken voordeel hieruit dat verdachte en/of zijn mededader(s), meermalen, althans eenmaal, (telkens) - de reis van die [Getuige F] naar Nederland geheel of gedeeltelijk heeft/hebben betaald en/of geregeld, en/of - die [Getuige F] vanuit het buitenland (Bulgarije) naar Nederland heeft/hebben vervoerd en/of overgebracht en/of doen en/of laten vervoeren en/of overbrengen, al dan niet onder de valse voorstelling van zaken dat zij, [Getuige F], in Nederland, in vrijheid (veel meer) geld kon verdienen met werkzaamheden als prostituee, en/of - de benodigde papieren/vergunningen voor die [Getuige F] heeft/hebben geregeld en/of laten regelen en/of - die [Getuige F] heeft ondergebracht in een pand en/of aldaar haar heeft tegengehouden en/of belemmerd om weg te gaan, althans verhinderd zich te verwijderen van de plaats waar zij zich bevond, en/of - die [Getuige F] in een kwetsbare positie heeft gebracht en/of gehouden doordat zij de Nederlandse taal niet machtig was en niet over inkomsten beschikte en door haar te zeggen en/of te doen geloven dat er buiten het prostitutiewerk geen ander werk voor haar was in Nederland en/of - die [Getuige F] in een kamer/vitrine heeft/hebben geplaatst of laten plaatsen, althans een kamer/vitrine voor haar heeft/hebben geregeld of laten regelen, en/of - die [Getuige F] als prostituee heeft laten werken en/of haar werktijden heeft/hebben bepaald, en/of - die [Getuige F] onder controle heeft gehouden en/of laten houden, en/of - die [Getuige F] heeft/hebben bedreigd dat zij niet over de telefoon over geld mocht praten omdat anders de politie dit allemaal kon horen en/of - die [Getuige F] heeft verteld of doen voorkomen dat zij, [Getuige F] schuld(en) diende(n) af te lossen en/of te voldoen alvorens zij terug mocht naar Bulgarije, en/of - die [Getuige F] heeft verteld dat de helft van de verdiensten (in de prostitutie) voor haar zouden zijn, en/of - die [Getuige F] (een groot deel van) de verdiensten uit de prostitutie aan verdachte en/of verdachtes mededader(s) heeft/hebben laten afdragen. ONTVANKELIJKHEID VAN HET OPENBAAR MINISTERIE Namens verdachte is betoogd dat de officier van justitie niet-ontvankelijk moet worden verklaard in haar vervolging, omdat de start van het onderzoek onrechtmatig is geweest. Daarbij is met name aangevoerd dat ten onrechte is gesuggereerd dat de Bulgaarse grenspolitie de informatie had verstrekt dat verdachte de pooier was van [Getuige A] (de in het onder 1. ten laste gelegde feit bedoelde [Getuige A]). Naar de mening van de raadsvrouw wordt deze suggestie niet controleerbaar door feiten ondersteund, terwijl wel op basis hiervan een tapmachtiging is gevraagd en verkregen. Hierdoor is het Zwolsmancriterium geschonden en moet niet-ontvankelijkheid dan wel bewijsuitsluiting het gevolg zijn. De rechtbank verwerpt dit verweer. Aan de raadsvrouw kan worden toegegeven dat de in het hoofdverbaal op bladzijde 28 gedane mededeling over informatie van de Bulgaarse (grens)politie niet volledig wordt gestaafd door de op bladzijde 561 opgenomen informatie. Dit leidt echter niet tot de door de raadsvrouw genoemde conclusies. Weliswaar heeft de rechtbank in het strafdossier geen concrete informatie van de Bulgaarse grenspolitie aangetroffen, maar wel vindt zij aanknopingspunten in het al genoemde hoofdverbaal in combinatie met de ten overstaan van de rechter-commissaris door de liaisonofficier Maasdam afgelegde verklaring. Wat hier verder ook van zij, uit het proces-verbaal dat ten grondslag is gelegd aan de door de raadsvrouw gewraakte tapaanvraag (blz. 2858 e.v.) blijkt dat het verweer van de raadsvrouw op een onjuiste feitelijke grondslag berust. Blijkens dat verbaal is de aanvraag niet alleen gebaseerd op de informatie van de Bulgaarse grenspolitie maar met name ook op een telefoongesprek dat in aanwezigheid van verbalisanten en een tolk is gevoerd tussen [Getuige A] en haar moeder en een daarop gevolgd telefoongesprek tussen verbalisanten en die moeder. Uit die gesprekken komt de naam van verdachte naar voren. De in dit verbaal gerelateerde informatie heeft de rechtbank kunnen terugvoeren op een als blz. 2763 opgenomen proces-verbaal. Gezien een en ander kan de rechtbank niet inzien, en de raadsvrouw heeft dit verder ook op geen enkele manier onderbouwd, hoe gekomen zou kunnen worden tot het oordeel dat sprake is van een vormverzuim als bedoeld in artikel 359a Sv, laat staan dat door dat verzuim doelbewust of met grove veronachtzaming van de belangen van verdachte tekort zou zijn gedaan aan zijn recht op een eerlijke behandeling van zijn zaak. Om dezelfde redenen ziet de rechtbank geen aanleiding voor het uitsluiten van enig bewijsmiddel. De rechtbank overweegt ambtshalve, gehoord de officier van justitie en de raadsvrouw, dat haar geen rechtsmacht toekomt met betrekking tot mogelijk door verdachte in Bulgarije gepleegde strafbare feiten. Ten aanzien van dit onderdeel der tenlastelegging zal de rechtbank de officier van justitie dan ook niet ontvankelijk verklaren. BEWIJSVRAAG Standpunt van het Openbaar Ministerie De officier van justitie heeft geconcludeerd tot bewezenverklaring van het onder 1, 2 en 3 tenlastegelegde. Met betrekking tot het bewijs heeft de officier van justitie daarbij gewezen op de verklaringen van de betrokken vrouwen, met name [Getuige B], [Getuige C], [Getuige D] en [Getuige E], als afgelegd ten overstaan van de politie, middels tussenkomst van een rogatoire commissie en als afgelegd ten overstaan van de rechter-commissaris. Bovendien heeft de officier van justitie gewezen op de verklaring van medeverdachte [Medeverdachte Z], de verklaringen van getuigen [Betrokkene A] en [Betrokkene B], hetgeen blijkt omtrent de reisbewegingen van de betrokken vrouwen en verdachte alsook uit de telefoongesprekken tussen [Getuige A] en [Moeder Getuige A] (de moeder van [Getuige A]). Standpunt van de verdediging De raadsvrouw van verdachte heeft geconcludeerd tot vrijspraak van verdachte voor het hem onder 1, 2 en 3 tenlastegelegde. Naar de mening van de raadsvrouw is uit de voorhanden zijnde bescheiden onvoldoende wettig en overtuigend gebleken van een strafbare betrokkenheid van verdachte bij de prostitutiewerkzaamheden van de betrokken vrouwen. De raadsvrouw heeft daarbij gewezen op het feit dat de betrokken vrouwen wisselend verklaren over de rol van verdachte. Bovendien blijkt volgens de raadsvrouw uit de verklaringen van de betrokken vrouwen niet dat sprake is geweest van enige vorm van dwang, misleiding, geweld of bedreigingen. Voor zover uit het strafdossier incidenteel wel blijkt van dergelijke feiten en omstandigheden, hebben de betrokken vrouwen een belang om daarover te verklaren (bijvoorbeeld om vermeende schade op verdachte te kunnen verhalen of hun prostitutiewerkzaamheden te vergoelijken). De verklaringen van de betrokken vrouwen zijn derhalve niet voldoende betrouwbaar om als basis voor een veroordeling te fungeren. Beoordeling De rechtbank heeft bij de beoordeling van de bewijsvraag acht geslagen op de volgende bewijsmiddelen. Met betrekking tot feit 1 1. Een proces-verbaal van verhoor van [Medeverdachte Z] d.d. 18 maart 2008, opgenomen op pagina 2608ev van een strafdossier met nummer 07-007080 RET-001 d.d. 27 februari 2009 (Muurbloem), waaruit als verklaring van medeverdachte [Medeverdachte Z] ten overstaan van de verbalisanten, zakelijk weergegeven: Ik ken [Verdachte] (opmerking rechtbank: na naamswijziging [Verdachte]) van vroeger. [Verdachte] bracht mij in contact met de meisjes. In juli 2006 haalde ik [Verdachte] en twee meisjes van het vliegtuig. Een van de meisjes was een blond meisje met de naam [Getuige A]. [Verdachte] had mij gebeld ze op te halen. Wij zijn naar een seksclub in Vogelwaarde gegaan. [Verdachte] had gehoord dat ze meisjes nodig hadden in de club. De baas van de seksclub zou de papieren regelen voor de meisjes, maar het bleek dat ze niet de goede papieren hadden. [Verdachte] is toen weer terug gegaan met de meisjes naar Bulgarije. Een maand later, ongeveer augustus 2006 kwam [Verdachte] weer terug met [Getuige A]. Hij hield contact met mij. Ik tolkte voor [Verdachte] omdat hij geen Nederlands sprak. We hebben toen gekeken of [Getuige A] ergens kon werken. Een maand later kwamen [Getuige D] en [Getuige C]. Ik ging in opdracht van [Verdachte] naar Nico in Eindhoven om te kijken of [Getuige A] daar kon werken. [Getuige A] is een dag in Eindhoven achter de ramen geweest maar werd gecontroleerd en bleek niet de juiste papieren te hebben. [Verdachte] kent Mario uit Groningen. [Verdachte] zei mij dat de meisjes bij hem konden werken. Dit was in december 2006. [Getuige A], [Getuige C], [Getuige D], Daniele en [Getuige B] zijn toen in Groningen geweest. 2. Een proces-verbaal van verhoor van [Medeverdachte Z] d.d. 19 maart 2008, opgenomen op pagina 2625ev van het onder 1. genoemde strafdossier, waaruit als verklaring van medeverdachte [Medeverdachte Z] ten overstaan van de verbalisanten, zakelijk weergegeven: U toont mij foto's van vrouwen. Ik herken van deze foto's de volgende personen: 2. (Foto van [Getuige C]) Dit is [Getuige C]. 3. (Foto van [Getuige E]) Dit is [Getuige E]. 4. (Foto van [Getuige D]) Dit is [Getuige D]. 6. (Foto van [Getuige B]) Dit is [Getuige B]. 7. (Foto van [Getuige A]) Dit is [Getuige A]. U toont mij foto's van mannen. Ik herken van deze foto's de volgende persoon: 1. (Foto van [Verdachte])) Dit is [Verdachte]. 5. (Foto van [Medeverdachte A]) Dit is de buschauffeur van het kleine busje, hij heet Toni. [Getuige B] komt van [Verdachte]. Venelin belde mij in opdracht van [Verdachte] op over [Getuige B]. [Getuige B] moest naar Vogelwaarde om daar de papieren in orde te laten maken. Ik moest van [Verdachte] gaan zoeken naar een club waar de meisjes officieel konden werken, met de goede papieren. [Verdachte] verdiende zijn geld met de meisjes. De meisjes gaven hem geld. [Verdachte] ging naar de meisjes toe om hen te controleren of ze werkten en om geld te verdienen. [Betrokkene A] kent mij als [Medeverdachte Z]. 3. Een proces-verbaal van verhoor van [Medeverdachte Z] d.d. 21 maart 2008, opgenomen op pagina 2644ev van het onder 1. genoemde strafdossier, waaruit als verklaring van medeverdachte [Medeverdachte Z] ten overstaan van de verbalisanten, zakelijk weergegeven: [Verdachte] heeft met behulp van mij de papieren voor de meisjes geregeld. [Verdachte] regelde verder dat de meisjes hier in Nederland aan het werk konden. [Verdachte] en ik brachten de meisjes van en naar de club in Vogelwaarde. Na de kerstdagen in 2006 heb ik in Groningen 5 meisjes ingeschreven bij de gemeente in Groningen. Ik moest dat regelen van [Verdachte]. Er waren huurcontracten geregeld. 4. Een proces-verbaal van verhoor van [Betrokkene A] d.d. 1 augustus 2007, opgenomen op pagina 2004ev van het onder 1. genoemde strafdossier, waaruit als verklaring van getuige [Betrokkene A] ten overstaan van de verbalisanten, zakelijk weergegeven: Ik ben directeur van [Club P] U hoort mij over mijn betrokkenheid bij de Bulgaarse vrouwen. Zij zijn via mij aangemeld bij de KvK. Zij hebben ook voor mij gewerkt in de club. Ik leerde hen kennen via [Medeverdachte Z], hij wordt ook [Medeverdachte Z] genoemd. In juli 2006 kwam [Medeverdachte Z] bij mij in de club en stelde mij voor aan zijn vriendin [Getuige A]. (De getuige toont een kopie paspoort van [Alias Getuige A]). Zij wilde in de club werken. Ik melde haar en een ander meisje aan bij de gemeente Zeeland. Ik kreeg echter de benodigde papieren niet van de Vreemdelingendienst en daarom hebben de meiden maar twee weken bij mij gewerkt. Begin augustus 2006 heeft [Medeverdachte Z] ze daarom weer opgehaald. Ik heb [Getuige A] niet weer gezien. Ik heb [Medeverdachte Z] in het totaal met 5 of 6 Bulgaarse vrouwen geholpen met de papieren. [Getuige B] [Getuige B], [Getuige D], [Getuige C], [Getuige E] waren daar ook bij. U houdt mij voor dat [Getuige B] heeft verklaard dat zij € 5.000,- aan schulden moest afdragen i.v.m. de kosten om in Nederland als prostituee te kunnen werken. Dit gaat nergens over, inschrijving bij de KvK kost € 50,-, drie uittreksels € 30,-, een pasfoto € 15,- en leges € 35,-. De aanvraag bij de IND kost € 433,-. Meer kosten zijn er niet. 5. Een proces-verbaal van verhoor van [Betrokkene B] d.d. 17 april 2008, opgenomen op pagina 2119ev van het onder 1. genoemde strafdossier, waaruit als verklaring van getuige [Betrokkene B] ten overstaan van de verbalisanten, zakelijk weergegeven: Ik werkte in club [Club P]. Daar kwamen ongeveer 5-6 Bulgaarse vrouwen werken in de loop van 2006. Zij werden gebracht door twee Bulgaarse mannen. U toont mij een aantal foto's van mannen. Ik herken de mannen op de foto's 1. (foto van [Verdachte]) en 3. (Foto van [Medeverdachte Z]) als deze Bulgaarse mannen. U toont mij foto's van vrouwen, ik herken de vrouwen op foto's 2 ([Getuige C]), 3 ([Getuige E]), 4 ([Getuige D]), 6 ([Getuige B]) en 7 ([Getuige A]) als de Bulgaarse vrouwen die bij ons werkten. De vrouwen hebben ongeveer 3 maanden bij ons gewerkt. De Bulgaarse mannen brachten en haalden hen van maandag tot en met vrijdag. 6. Een proces-verbaal van verhoor van [Getuige D] d.d. 8 januari 2008, opgenomen op pagina 3133ev van het onder 1. genoemde strafdossier, waaruit als verklaring van getuige [Getuige D] ten overstaan van de onderzoekers bij de Nationale Onderzoeksdienst in Sofia (Bulgarije), zakelijk weergegeven: U toont mij een foto van een vrouw (het betreft een foto van [Getuige A]). Dit is het minderjarige meisje die ze [Getuige A] noemen. Zij had een relatie met [Verdachte]. Ik heb gezien dat zij al haar geld aan [Verdachte] gaf. 7. Een proces-verbaal van verhoor van [Getuige B] d.d. 18 juli 2007, opgenomen op pagina 2988ev van het onder 1. genoemde strafdossier, waaruit als verklaring van getuige [Getuige B] ten overstaan van de verbalisanten, zakelijk weergegeven: [Verdachte] stelde [Getuige A] voor als zijn vriendin en zei dat zij ook als prostituee werkte. [Getuige A] was ook in Vogelwaarde. Ik begreep dat zij ook in Eindhoven heeft gewerkt op een aantal dagen. In de auto van Eindhoven zei [Verdachte] tegen [Getuige A] en mij dat hij in Groningen kamers voor ons zal regelen en een adres. [Getuige A] en ik hebben samen verbleven aan de [Adres] in Groningen. Wij moesten daarvoor papieren ondertekenen die [Betrokkene P] bij zich had. [Verdachte] was daarbij. 8. Een schriftelijk stuk, te weten een verslag van een getapt telefoongesprek tussen ([Getuige A]) en haar moeder d.d. 23 februari 2007, als vervat op pagina 3063ev van het onder 1. genoemde strafdossier, waaruit, zakelijk weergegeven: [Getuige A]: Ze hebben zijn foto en van die man die ons gebracht heeft met de bus. Alles hebben ze, van A tot Z. (...) Ik zal alles ontkennen, denk je dat ik de waarheid tegen hem zal vertellen? 9. Een proces-verbaal van bevindingen d.d. 14 juli 2008, opgenomen op pagina 1447 van het onder 1. genoemde strafdossier, waaruit, als verklaring van de relaterende verbalisant, zakelijk weergegeven: Op 8 oktober 2006 verlaat [Verdachte] met een minibus Bulgarije. In dezelfde minibus rijdt mee [Getuige A]. 10. Een schriftelijk stuk, te weten een uitdraai van een vluchtlijst, als vervat op pagina 2495ev van het onder 1. genoemde strafdossier, waaruit, zakelijk weergegeven: [Verdachte] is op 24 juli 2006 per vliegtuig met vluchtnummer FB 461 vanuit Bulgarije naar Nederland gereisd. Met dezelfde vlucht reisde ook [Getuige A]. [Verdachte] was gezeten op stoel 16 A en [Getuige A] op stoel 16B. 11. Een proces-verbaal van bevindingen d.d. 3 april 2007, opgenomen op pagina 475 van het onder 1. genoemde strafdossier, waaruit, als verklaring van de relaterende verbalisant, zakelijk weergegeven: Bij onderzoek naar de ware identiteit van [Alias Getuige A] is gebleken dat zij is genaamd: [Getuige A], geboren [Geboortedatum en - plaats]. Met betrekking tot feit 2 De onder 1. tot met 5. opgenomen bewijsmiddelen. 12. Een proces-verbaal van verhoor van [Getuige B] d.d. 18 juli 2007, opgenomen op pagina 2988ev van het onder 1. genoemde strafdossier, waaruit als verklaring van getuige [Getuige B] ten overstaan van de verbalisanten, zakelijk weergegeven: Een klant van mij in Bulgarije gaf mij het nummer van [Verdachte]. Ik heb hem gebeld. Ik zei hem dat ik naar Nederland wilde om daar te werken. [Verdachte] maakte een afspraak met mij. [Verdachte] bracht [Getuige A] mee naar de afspraak. Hij zei me dat ik per minibus naar Nederland zou gaan, dat ik daar zou worden opgewacht door [Medeverdachte Z]. Deze [Medeverdachte Z] zou me uitleggen hoe het gaat in Nederland. [Verdachte] zou alle kosten dragen en ik moest hem daarna terugbetalen. Het ging om € 5.000,-. Rond 30 september 2007 ging ik per minibus naar Nederland. Ik kwam rond 2 oktober 2007 in Nederland aan. [Medeverdachte Z] haalde mij na telefonisch contact op van een parkeerplaats. Hij legde mij in de auto uit dat hij mij naar een club in Vogelwaarde zou brengen. In de club was [Betrokkene A] en waren ook meisjes. Er zijn toen papieren voor mijn bedrijf geregeld. Ik ging wonen op de camping in Vogelwaarde. [Medeverdachte Z] was een soort loopjongen, hij verbleef ook op de camping. Toen later [Medeverdachte Z] en [Getuige A] kwamen verbleven we met z'n vieren op de camping. [Betrokkene A], de eigenaar van de club regelde de papieren. Ik ben na drie weken weer teruggegaan naar Bulgarije omdat ik papieren moest regelen bij de ambassade daar. Ik hield contact met [Verdachte]. Hij vertelde me dat ik de juiste papieren had en wel weer terug kon komen. Ik ben toen op 25 december 2007 met de minibus weer naar Nederland gekomen. De andere meisjes in de bus gingen naar later bleek ook voor [Verdachte] in de prostitutie werken, dat waren [Getuige D], [Getuige E] en [Getuige C]. We werden opgehaald door [Verdachte], [Medeverdachte Z] en [Getuige A]. We werden toen door [Medeverdachte Z] naar de ramen gebracht. Ik dacht terug te gaan naar de club, maar [Verdachte] had besloten dat we achter de ramen gingen werken. We werden met z'n vieren ondergebracht in een kamer in Eindhoven boven de ramen. Rond 30 december 2007 zijn we naar Groningen gegaan; in twee auto's, de zoon van [Medeverdachte Z] reed ook. [Verdachte] vertelde ons die avond dat het allemaal wel goed zou komen. Ik moest later met [Getuige A] naar bar Turkey & Chicken komen. Daar was [Verdachte], maar ook [Betrokkene P]. Wij moesten wat papieren ondertekenen. Ik betaalde [Verdachte] om de papieren te regelen, dat was zo afgesproken. De huur van de werkkamer van € 600,- per week. [Verdachte] schoot dit geld voor. Ik heb dit geld en de eerder afgesproken € 5.000,- aan hem terugbetaald. Ik woonde toen aan de [Adres] met [Getuige A]. 13. Een proces-verbaal van verhoor van [Getuige B] d.d. 8 december 2008, waaruit als verklaring van getuige [Getuige B] ten overstaan van de rechter-commissaris in strafzaken in de rechtbank Groningen, zakelijk weergegeven: Ik heb in de hele periode dat ik voor [Verdachte] werkte al mijn verdiende geld aan hem afgedragen. Hij zou het voor mij bewaren maar ik heb het nooit gekregen. [Getuige C], [Getuige E] en [Getuige D] werkten ook voor [Verdachte]. Ik moest van [Verdachte] 12 uur per dag en 7 dagen per week werken, ik moest ook werken tijdens de menstruatie. Ik mocht niet zelf bepalen wanneer ik werkte. [Verdachte] controleerde mij. [Verdachte] zei dat ik niet terug mocht naar Bulgarije en dat als ik dat wel zou doen, dat hij voldoende connecties had in Bulgarije. 14. Een proces-verbaal van verhoor van [Getuige C] d.d. 26 maart 2008, opgenomen op pagina 3090ev van het onder 1. genoemde strafdossier, waaruit als verklaring van getuige [Getuige C] ten overstaan van de onderzoekerts van de Nationale Onderzoeksdienst in Sofia (Bulgarije), zakelijk weergegeven: [Getuige E], [Getuige D] en ik waren twee jaren geleden in een café. Daar ontmoeten we [Verdachte]. Hij vertelde ons dat we veel geld konden verdienen. Wij moesten papieren tekenen en een voorgeschoten bedrag van € 3.000,- aan hem terug betalen. Er waren geen afspraken om inkomsten van het werk te delen. We zijn met de minibus naar Nederland gegaan. Hij huisvestte ons in een bungalow op een camping. De papieren werden daar in een club geregeld. We zijn daar ook gaan werken. De barman gaf ons de helft van het verdiende geld en wij gaven het geld aan [Verdachte]. Later bracht [Verdachte] ons naar de vitrines. We sliepen op de tweede verdieping. [Verdachte] haalde na iedere dag ons geld op, om het te bewaren. We verdienden ongeveer € 350,- per dag. Dat was wat we aan [Verdachte] gaven, met de rest betaalde we de huur van de vitrines. We bespraken dit en kwamen tot de conclusie dat [Verdachte] ons exploiteerde en we van hem niet het verdiende geld zouden terugkrijgen. We hielden toen geld achter voor [Verdachte]. Hij kreeg het door en begon ons te bedreigen. Ik begreep tenminste van [Getuige E] en [Getuige D] dat hij hen ook had bedreigd. Hij vertelde me over andere meisjes die wilden vluchten die afgeslacht in de gracht waren geëindigd. Dit zou mij ook gebeuren. Ik had hierover gehoord en was er bang voor. We zijn op een gegeven moment gevlucht met achtergehouden geld en naar Bulgarije terug gegaan. 15. Een proces-verbaal van verhoor van [Getuige D] d.d. 8 januari 2008, opgenomen op pagina 3133ev van het onder 1. genoemde strafdossier, waaruit als verklaring van getuige [Getuige D] ten overstaan van de onderzoekerts van de Nationale Onderzoeksdienst in Sofia (Bulgarije), zakelijk weergegeven: Toen ik de ramen zag, wist ik over wat voor werk het ging. Ik vroeg [Verdachte] waarom we daar waren en wat voor werk ik moest doen. Hij zei me dat ik me geen zorgen hoefde te maken. [Verdachte] nam mijn paspoort mee. Hij zou papieren regelen. Ik heb toen een maand als prostituee gewerkt. Ik moest mijn geld dagelijks afstaan aan [Verdachte]. Ik heb gezien dat [Getuige E] ook geld afdroeg aan [Verdachte]. 16. Een proces-verbaal van verhoor van [Getuige D] d.d. 19 december 2008, waaruit als verklaring van getuige [Getuige D] ten overstaan van de rechter-commissaris in strafzaken in deze rechtbank, zakelijk weergegeven: Ik blijf bij de verklaring die ik ten overstaan van de politie heb afgelegd. [Verdachte] bepaalde waar ik ging werken en hoe lang ik werkte. 17. Een proces-verbaal van verhoor van [Getuige E] d.d. 7 januari 2008, opgenomen op pagina 3104ev van het onder 1. genoemde strafdossier, waaruit als verklaring van getuige [Getuige E] ten overstaan van de onderzoekerts van de Nationale Onderzoeksdienst in Sofia (Bulgarije), zakelijk weergegeven: [Verdachte] vertelde wel dat het om prostitutie ging, die eerste keer dat ik hem ontmoette. Hij zou alles regelen en ik moest de onkosten terugbetalen. Eenmaal in Nederland bleek dat ik al het geld aan hem moest afstaan. Hij is me € 8.000,- schuldig. Hij bedreigde [Getuige D], [Getuige C] en mij dat we niet levend weg zouden komen als we weg zouden willen. Ik was afhankelijk van hem. [Getuige B] en [Getuige A] werkten ook voor [Verdachte]. Ik verdiende ongeveer € 500,- per dag en stond alles af aan [Verdachte]. Ik ben bedrogen en bedreigd door [Verdachte]. 18. Een schriftelijk stuk, te weten een uitdraai van reisbewegingen, als vervat op pagina 1435ev van het onder 1. genoemde strafdossier, waaruit, zakelijk weergegeven: Op 25 december 2006 zijn [Getuige E], [Getuige D] en [Getuige C] per Mercedes minibus Bulgarije uitgereisd tezamen met [Medeverdachte A]. Met betrekking tot feit 3 19. Een proces-verbaal van aangifte van [Getuige F] d.d. 20 december 2004, opgenomen op pagina 3160ev van het onder 1. genoemde strafdossier, waaruit als verklaring van aangeefster [Getuige F] ten overstaan van de verbalisanten, zakelijk weergegeven: Ik kwam met [Verdachte] naar Nederland. Hij was mijn pooier. Hij zei me dat ik veel geld kon verdienen in Nederland. Ik heb mijn verdiende geld nooit van hem gekregen. Hij heeft me bedrogen. Rond 13/14 mei 2001 ben ik in Nederland aangekomen. Daar waren ook andere Bulgaarse meisjes. Ik moest [Verdachte] betalen voor papieren, het contact met een advocaat en voor de vitrine. Dat was Fl. 5.000,- daarna zou ik 50% verdienen na aftrek van de huur van de vitrine. De rest was voor [Verdachte]. Ik heb een maand of 7 voor [Verdachte] gewerkt en ongeveer Fl 160.000,- verdiend en aan hem afgedragen. Ik werd telkens in de gaten gehouden door [Verdachte] en zijn broers. Iedere avond moest ik het verdiende geld afgeven aan [Verdachte]. Ik heb het verdiende geld nooit teruggekregen. 20. Een proces-verbaal van verhoor van [Getuige F] d.d. 8 december 2008, waaruit als verklaring van getuige [Getuige F] ten overstaan van de rechter-commissaris in strafzaken in deze rechtbank, zakelijk weergegeven: Ik zou in Nederland 6 maanden als prostituee voor [Verdachte] werken en de inkomsten zouden 50/50 worden verdeeld. Ik kreeg mijn deel echter niet. Hij liep regelmatig in de straat en bepaalde hoe lang en wanneer ik moest werken. Wanneer ik klaar was met het werk bracht ik het geld naar [Verdachte]. 21. Een proces-verbaal van bevindingen d.d. 9 februari 2008, opgenomen op pagina 1475 van het onder 1. genoemde strafdossier, waaruit, als verklaring van de relaterende verbalisant, zakelijk weergegeven: [Getuige F] is op 12 mei 2001 tezamen met [Verdachte] per bus Bulgarije uitgereisd. 22. Een proces-verbaal van verhoor van [Getuige F] d.d. 11 december 2008, opgenomen op pagina 3190ev van het onder 1. genoemde strafdossier, waaruit als verklaring van getuige [Getuige F] ten overstaan van de verbalisanten, zakelijk weergegeven: U houdt mij een SMS voor dat met mijn toestel is verzonden naar het toestel van Maria. Maria heeft deze SMS doorgestuurd naar [Getuige G]. Ik heb Maria gevraagd of zij Eli wilde zeggen dat zij (Eli) het geld aan mij moest teruggeven dat ze van mij gestolen heeft. Toen [Verdachte] weggegaan was, moest ik het geld dat ik hem verschuldigd was aan [Getuige G] afdragen, met de opzet dat [Verdachte] het kreeg. 23. Een proces-verbaal van verhoor van [Getuige H] d.d. 25 september 2008, opgenomen op pagina 2217ev van het onder 1. genoemde strafdossier, waaruit als verklaring van getuige [Getuige H] ten overstaan van de verbalisanten, zakelijk weergegeven: Jessica, ook wel [Getuige F] geheten, werkte als prostituee achter het raam. Ik werkte daar toen ook. Jessica werkte voor [Verdachte]. U toont mij een foto (Foto van [Verdachte]), dit is de man die ik als [Verdachte] ken. 24. Een proces-verbaal van verhoor van [Getuige G] d.d. 20 juni 2008, opgenomen op pagina 2715ev van het onder 1. genoemde strafdossier, waaruit als verklaring van getuige [Getuige G] ten overstaan van de verbalisanten, zakelijk weergegeven: [Getuige F] ken ik van vroeger. Zij werkte onder de naam Jessica. Jessica sprak slecht over [Verdachte]. [Verdachte] was haar geld verschuldigd. U toont mij een foto (Foto van [Verdachte]), dit is de man die ik als [Verdachte] ken. Met betrekking tot de door de verdediging gestelde onbetrouwbaarheid van de verklaringen en de onbruikbaarheid van die verklaringen voor de bewijsvoering overweegt de rechtbank als volgt. Terzake dat deel van de verklaringen van aangevers, getuigen en medeverdachten dat door de rechtbank voor het bewijs is gebezigd, heeft de rechtbank geen reden om aan de betrouwbaarheid daarvan te twijfelen. De verklaringen van aangeefster [Getuige F] en die van de getuigen [Getuige C], [Getuige D], [Getuige B], [Getuige E], [Betrokkene A] en [Betrokkene B] komen in belangrijke mate op de essentiële onderdelen overeen en worden ondersteund door de overigens gebezigde bewijsmiddelen. Met name de verklaringen van medeverdachte [Medeverdachte Z] komen daarbij telkens in detail overeen met de inhoud van de genoemde verklaringen. De rechtbank acht op grond van het vorenstaande wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 1, 2 en 3 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat: 1. hij in de periode van 1 juni 2006 tot en met 15 januari 2007, in de gemeenten Groningen, Hulst, Eindhoven en elders in Nederland, tezamen en in vereniging met anderen, meermalen, (telkens) A. [Getuige A] (geboren 08-05-1990) heeft medegenomen, met het oogmerk die [Getuige A] in Nederland, ertoe te brengen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met of voor een derde tegen betaling; en B. [Getuige A] heeft vervoerd, overgebracht, gehuisvest of opgenomen, met het oogmerk van uitbuiting in de prostitutie van die [Getuige A], terwijl die [Getuige A] de leeftijd van achttien jaren nog niet had bereikt; en C. [Getuige A] ertoe heeft gebracht zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met of voor een derde tegen betaling, terwijl die [Getuige A] de leeftijd van achttien jaren nog niet had bereikt; en D. opzettelijk voordeel heeft getrokken uit de seksuele handelingen van die [Getuige A] met of voor een derde tegen betaling, terwijl die [Getuige A] de leeftijd van achttien jaren nog niet had bereikt bestaande dat voordeel trekken en dat ertoe brengen en de overige hierboven omschreven handelingen hieruit dat verdachte en verdachtes mededaders, meermalen, (telkens) - die [Getuige A] vanuit het buitenland Bulgarije naar Nederland hebben vervoerd en doen vervoeren, - de benodigde papieren/vergunningen voor die [Getuige A] hebben geregeld en laten regelen en - die [Getuige A] hebben ondergebracht in een pand, en - die [Getuige A] in een kwetsbare positie hebben gebracht en gehouden doordat zij de Nederlandse taal niet machtig was en niet over inkomsten beschikte en - die [Getuige A] in een club en kamer/vitrine hebben geplaatst, en - die [Getuige A] hebben gebracht en gehaald naar en van haar club en kamer/vitrine en - die [Getuige A] als prostituee hebben laten werken, en - die [Getuige A] onder controle hebben gehouden; 2. hij in de periode van 1 juni 2006 tot 01 juni 2007, in de gemeenten Groningen, Hulst, Eindhoven en elders in Nederland, tezamen en in vereniging met anderen, meermalen, (telkens) A. [Getuige B] en [Getuige C] en [Getuige D] en [Getuige E] door dwang, een andere feitelijkheid of door dreiging met geweld of een andere feitelijkheid, door misleiding dan wel door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht, door misbruik van een kwetsbare positie hebben vervoerd, overgebracht, gehuisvest of opgenomen, met het oogmerk van uitbuiting in de prostitutie van die [Getuige B] en [Getuige C] en [Getuige D] en [Getuige E]; en B. [Getuige B] en [Getuige C] en [Getuige D] en [Getuige E] hebben medegenomen, met het oogmerk die [Getuige B] en [Getuige C] en [Getuige D] en [Getuige E] in Nederland, ertoe te brengen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met of voor een derde tegen betaling; en C. [Getuige B] en [Getuige C] en [Getuige D] en [Getuige E], door dwang, een andere feitelijkheid of door dreiging met geweld of een andere feitelijkheid, door misleiding dan wel door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht, door misbruik van een kwetsbare positie, hebben gedwongen of bewogen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van arbeid of diensten dan wel onder voornoemde omstandigheden enige handelingen heeft ondernomen waarvan verdachte en verdachtes mededaders wisten dat die [Getuige B] en [Getuige C] en [Getuige D] en [Getuige E] zich daardoor beschikbaar stelden tot het verrichten van arbeid of diensten; en D. opzettelijk voordeel hebben getrokken uit de uitbuiting in de prostitutie van [Getuige B] en [Getuige C] en [Getuige D] en [Getuige E]; en E. [Getuige B] en [Getuige C] en [Getuige D] en [Getuige E], door dwang, een andere feitelijkheid of door dreiging met geweld of een andere feitelijkheid, door misleiding dan wel door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht, door misbruik van een kwetsbare positie, hebben gedwongen dan wel hebben bewogen verdachte en verdachtes mededaders te bevoordelen uit de opbrengst van hun seksuele handelingen met of voor een derde bestaande die dwang en die andere feitelijkheden en die dreiging met geweld of die andere feitelijkheden, en die misleiding en dat misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en dat misbruik van een kwetsbare positie en dat voordeel trekken en de overige hierboven omschreven handelingen hieruit dat verdachte en verdachtes mededaders, meermalen, (telkens) - die [Getuige B] en [Getuige C] en [Getuige D] en [Getuige E] vanuit het buitenland Bulgarije naar Nederland hebben vervoerd en doen vervoeren, onder de valse voorstelling van zaken dat zij, [Getuige B] en [Getuige C] en [Getuige D] en [Getuige E], in Nederland, in vrijheid veel meer geld konden verdienen met werkzaamheden als prostituee, en - de benodigde papieren/vergunningen voor die [Getuige B] en [Getuige C] en [Getuige D] en [Getuige E] hebben geregeld en laten regelen en - die [Getuige B] en [Getuige C] en [Getuige D] en [Getuige E] hebben ondergebracht in een pand, en - die [Getuige B] en [Getuige C] en [Getuige D] en [Getuige E] in een kwetsbare positie hebben gebracht en gehouden doordat zij de Nederlandse taal niet machtig waren en niet over inkomsten beschikten en door hen te zeggen en/of te doen geloven dat er buiten het prostitutiewerk geen ander werk voor hen was in Nederland, en - die [Getuige B] en [Getuige C] en [Getuige D] en [Getuige E] in een club en kamer/vitrine hebben geplaatst, en - die [Getuige B] en [Getuige C] en[Getuige D] en [Getuige E] telkens hebben gebracht en gehaald of laten brengen en halen naar en van hun club en kamer/vitrine, en - die [Getuige B] en [Getuige C] en [Getuige D] en [Getuige E] als prostituee hebben laten werken en hun werktijden hebben bepaald, en - die [Getuige B] en [Getuige C] en [Getuige D] en [Getuige E] onder controle hebben gehouden en laten houden, en - die [Getuige B] en [Getuige C] en [Getuige D] en [Getuige E] hebben bedreigd, en - die [Getuige B] en [Getuige C] en [Getuige D] en D.S.[Getuige E] hebben verteld of doen voorkomen dat zij, [Getuige B] en [Getuige C] en [Getuige D] en D.S.[Getuige E], schulden dienden af te lossen alvorens zij terug mochten naar Bulgarije, en - die [Getuige B] en [Getuige C] en [Getuige D] en D.S.[Getuige E] hebben verteld dat de helft van de verdiensten in de prostitutie voor haar zouden zijn, en - die [Getuige B] en [Getuige C] en [Getuige D] en [Getuige E] een groot deel van de verdiensten uit de prostitutie aan verdachte en verdachtes mededaders hebben laten afdragen; 3. hij in de periode van 1 januari 2001 tot en met 30 april 2002, in de gemeente Groningen en elders in Nederland, meermalen, (telkens) A. [Getuige F] door feitelijkheden heeft gedwongen, dan wel door misbruik van uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht en door misleiding heeft bewogen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met een derde tegen betaling; en B. [Getuige F] heeft medegenomen met het oogmerk die [Getuige F] in Nederland, ertoe te brengen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met een derde tegen betaling; en C. opzettelijk voordeel heeft getrokken uit seksuele handelingen van [Getuige F] met een derde tegen betaling, terwijl verdachte wist, dat die [Getuige F] zich onder de onder A genoemde omstandigheden beschikbaar zou stellen tot het plegen van die seksuele handelingen; en D. [Getuige F] door feitelijkheden heeft gedwongen, dan wel door misbruik van uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht en door misleiding heeft bewogen hem, verdachte, uit de opbrengst(en) van haar seksuele handelingen met een derde te bevoordelen; bestaande die feitelijkheden en dat misbruik van uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht en die misleiding en die ondernomen handelingen en dat getrokken voordeel hieruit dat verdachte, meermalen, (telkens) - die [Getuige F] vanuit het buitenland Bulgarije naar Nederland heeft vervoerd, onder de valse voorstelling van zaken dat zij, [Getuige F], in Nederland, in vrijheid veel meer geld kon verdienen met werkzaamheden als prostituee, en - die [Getuige F] heeft ondergebracht in een pand, en - die [Getuige F] in een kwetsbare positie heeft gebracht en gehouden doordat zij de Nederlandse taal niet machtig was en niet over inkomsten beschikte, en - die [Getuige F] in een kamer/vitrine heeft geplaatst, en - die [Getuige F] als prostituee heeft laten werken en haar werktijden heeft bepaald, en - die [Getuige F] onder controle heeft gehouden, en - die [Getuige F] heeft verteld of doen voorkomen dat zij, [Getuige F], schulden diende af te lossen alvorens zij terug mocht naar Bulgarije, en - die [Getuige F] heeft verteld dat de helft van de verdiensten in de prostitutie voor haar zou zijn, en - die [Getuige F] een groot deel van de verdiensten uit de prostitutie aan verdachte heeft laten afdragen. De rechtbank acht niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen onder 1, 2 en 3 meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal hiervan worden vrijgesproken. STRAFBAARHEID VAN HET FEIT Hetgeen de rechtbank bewezen heeft verklaard levert de volgende strafbare feiten op: 1. Mensenhandel in vereniging tegen een persoon onder de achttien jaren, meermalen gepleegd. 2. Mensenhandel in vereniging, meermalen gepleegd. 3. Mensenhandel, meermalen gepleegd. STRAFBAARHEID VAN DE VERDACHTE De rechtbank acht verdachte strafbaar, nu ten aanzien van verdachte geen strafuitsluitingsgronden aanwezig worden geacht. STRAFOPLEGGING Standpunt van het Openbaar Ministerie De officier van justitie heeft geëist dat verdachte voor het onder 1, 2 en 3 tenlastegelegde wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 5 jaren. Daarbij heeft de officier van justitie gelet op de aard en ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan, de persoon van de verdachte en de gevolgen die de feiten hebben gehad voor de betrokken vrouwen. Daarnaast heeft de officier van justitie ook rekening gehouden met het generaal preventieve doel van de straf. Standpunt van de verdediging Door de verdediging is bepleit dat de rechtbank de door de officier van justitie geëiste straf matigt. De raadsvrouw heeft daarbij gewezen op het feit dat in vergelijkbare mensenhandelzaken lagere straffen werden opgelegd. Bovendien heeft de raadsvrouw aangevoerd dat in de onderhavige zaak - voor zover de rechtbank tot een bewezenverklaring komt - geen sprake is geweest van geweld door verdachte gepleegd in de richting van de betrokken vrouwen. Beoordeling Bij de bepaling van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan, de persoon van verdachte zoals deze naar voren is gekomen uit het onderzoek op de terechtzitting, alsmede de vordering van de officier van justitie. Op grond van het bovenstaande komt de rechtbank tot het oordeel dat een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf moet worden opgelegd. De rechtbank neemt hierbij en bij de bepaling van de hoogte hiervan in het bijzonder het volgende in aanmerking. Verdachte heeft zich in twee afzonderlijke periodes met anderen schuldig gemaakt aan de exploitatie van meerdere vrouwen door hen in Nederland voor zich te laten prostitueren, waarbij verdachte goeddeels het door hun verdiende geld opstreek. Nadat in de eerste periode verdachte reeds één slachtoffer had gemaakt en deze periode werd afgesloten door overheidsingrijpen is verdachte enige jaren later wederom in deze handel gedoken, ditmaal met 5 nieuwe slachtoffers, waaronder nota bene een minderjarige. Verdachte wekte daarbij bij zijn slachtoffers eerst grote verwachtingen en ten slotte als rest hiervan slechts schaamte en angst. Verdachte is daarbij zonder enige scrupule te werk gegaan en heeft zijn in totaal zes slachtoffers, geheel gericht op eigen belang, op cynische wijze uitgebuit. De wetgever heeft deze vorm van criminaliteit met forse straffen bedreigd. In zijn soort is de wijze van handelen van verdachte relatief grof te noemen. Ter terechtzitting heeft verdachte geen inzicht gegeven in zijn persoon en zijn achtergronden, welke mogelijk hebben geleid tot het plegen van deze delicten. De rechtbank rest dan ook geen andere keuze dan om verdachte geheel verantwoordelijk te houden voor het plegen van ernstige criminele feiten. Gelet hierop en de omstandigheden waaronder deze feiten zijn begaan, alsmede ten behoeve van een generale preventie acht de rechtbank het opleggen van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van aanzienlijke duur op zijn plaats. Het gegeven dat verdachte in Nederland niet eerder met justitie in aanraking is geweest, doet hier niet aan af. De benadeelde partij Als benadeelde partij heeft zich in het strafproces gevoegd [Getuige F], wonende te Groningen. De benadeelde partij heeft schriftelijk opgave gedaan van de inhoud van de vordering en van de gronden waarop deze berust. De benadeelde partij is op de terechtzitting bijgestaan door mr. U.H. Hansma, advocaat te Groningen. De rechtbank overweegt dat de stellingen van de benadeelde partij omtrent de hoogte van de schade en de aansprakelijkheid van verdachte voor het schadebedrag door de verdediging onvoldoende gemotiveerd is weersproken. De rechtbank acht de omvang van de schade door de benadeelde partij afdoende geadstrueerd. Naar het oordeel van de rechtbank is daarmee komen vast te staan dat aan de benadeelde partij door het bewezenverklaarde rechtstreeks schade is toegebracht tot een bedrag van € 39.000,-. De rechtbank zal de vordering tot dat bedrag toewijzen. De rechtbank zal aan verdachte de verplichting opleggen voornoemd geldbedrag ten behoeve van de benadeelde partij aan de Staat te betalen. De rechtbank heeft daartoe besloten omdat verdachte jegens de benadeelde partij naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de schade die door het strafbare feit is toegebracht en het belang van de benadeelde partij ermee is gediend niet zelf te worden belast met het innen van de toegewezen schadevergoeding. Toepasselijke wettelijke voorschriften De rechtbank heeft gelet op de artikelen 36f, 57, 250a (oud), 273a (oud) en 273f van het Wetboek van Strafrecht. BESLISSING De rechtbank: - verklaart de officier van justitie niet ontvankelijk met betrekking tot het verdachte telastegelegde in Bulgarije gepleegde; - verklaart het onder 1, 2 en 3 tenlastegelegde wettig en overtuigend bewezen zoals hiervoor is aangegeven, te kwalificeren als voormeld en verklaart het bewezenverklaarde strafbaar; - verklaart verdachte voor het bewezenverklaarde strafbaar; - verklaart het onder 1, 2 en 3 meer of anders tenlastegelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij; - veroordeelt verdachte voor het bewezen- en strafbaar verklaarde tot: een gevangenisstraf voor de duur van 5 jaren; beveelt dat bij de tenuitvoerlegging van deze straf de tijd die veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, in mindering zal worden gebracht tenzij die tijd op een andere straf in mindering is gebracht; beslissing op de vordering van de benadeelde partij wijst de vordering van de benadeelde partij [Getuige F], wonende te Groningen, toe en veroordeelt de veroordeelde tot betaling aan de benadeelde partij van een bedrag van € 39.000,- (zegge negenendertigduizend Euro) en veroordeelt de veroordeelde tevens in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil; verplicht de veroordeelde aan de Staat te betalen een geldbedrag van € 39.000,- (zegge negenendertigduizend Euro) ten behoeve van de benadeelde partij [Getuige F], wonende te Groningen, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 225 dagen hechtenis; toepassing van de vervangende hechtenis heft de hiervoor opgelegde verplichting niet op; heeft de veroordeelde voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat van een bedrag van € 39.000,- (zegge negenendertigduizend Euro) ten behoeve van de benadeelde partij, dan vervalt de verplichting om dit bedrag aan de benadeelde partij te betalen; dit geldt ook omgekeerd: heeft de veroordeelde de vordering van de benadeelde partij betaald, dan vervalt de verplichting tot betaling van dit bedrag aan de Staat. Dit vonnis is aldus gewezen door mr. E.W. van Weringh, voorzitter, mr. S. Tempel en mr. J.E. Wichers, in tegenwoordigheid van mr. J.H.S. Kroeze, als griffier en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 2 juli 2009.