Wetboek-online maakt gebruik van cookies. sluiten
bladeren
zoeken

Jurisprudentie

BJ1330

Datum uitspraak2009-06-22
Datum gepubliceerd2009-07-02
RechtsgebiedPersonen-en familierecht
Soort ProcedureEerste aanleg - enkelvoudig
Instantie naamRechtbank Zwolle
Zaaknummers159114 / JZ RK 09-465
Statusgepubliceerd


Indicatie

Afwijzing gesloten jeugdzorg in aansluiting strafrechtelijke plaatsing.


Uitspraak

RECHTBANK ZWOLLE-LELYSTAD Sector civiel recht Locatie Zwolle zaak/rolnr.: 159114 / JZ RK 09-465 datum: 22 juni 2009 beschikking van de kinderrechter inzake RAAD VOOR DE KINDERBESCHERMING, gevestigd te Zwolle, vertegenwoordigd door W. Dull, hierna als de Raad aangeduid, verzoeker, met betrekking tot de minderjarige: [minderjarige], geboren op [datum] 1993 in de gemeente [plaats], hierna als [minderjarige] aangeduid, kind van: 1. [moeder], wonende te [plaats], hierna als de moeder aangeduid, 2. [vader], wonende [plaats], hierna als de vader aangeduid; belanghebbenden. De moeder en de vader zijn belast met het gezag. Als belanghebbende is verder nog aangemerkt: BUREAU JEUGDZORG OVERIJSSEL, gevestigd te Zwolle, hierna als de gezinsvoogdijinstelling aangeduid. Het procesverloop De Raad heeft op 17 juni 2009 onder bovenvermeld zaaknummer een verzoekschrift ingediend tot voorlopige ondertoezichtstelling en tot machtiging uithuisplaatsing. De kinderrechter heeft in deze zaak op 18 juni 2009 reeds een beschikking gegeven. In die beschikking is het volgende, voor zover thans van belang, bepaald: “Stelt de minderjarige voornoemd voorlopig onder toezicht met ingang van 18 juni 2009 tot 18 september 2009. Benoemt BUREAU JEUGDZORG OVERIJSSEL tot gezinsvoogdijinstelling. Verleent de gezinsvoogdijinstelling een voorlopige machtiging de minderjarige voornoemd met ingang van 18 juni 2009 tot 23 juni 2009 uit huis te plaatsen in een accommodatie voor gesloten jeugdzorg. Houdt iedere verdere beslissing aan. Verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.” Omdat machtiging is verzocht tot plaatsing van [minderjarige] in een accommodatie voor gesloten jeugdzorg is op 18 juni 2009 aan het bureau rechtsbijstandvoorziening bevolen een advocaat aan de hierna vermelde minderjarige toe te voegen. De kinderrechter heeft na 18 juni 2009 kennis genomen van: - een brief van de vader (ter zitting overgelegd). De zaak is behandeld ter terechtzitting met gesloten deuren op 22 juni 2009. Verschenen zijn: - de moeder; - de vader; - P. Raijer en G.J. Bakker namens de gezinsvoogdijinstelling; - B. Rijkse namens de Raad. [minderjarige] heeft, bijgestaan door mr. C.S.P.M. de Kock, gebruik gemaakt van de geboden gelegenheid te worden gehoord. Vaststaande feiten [minderjarige] verblijft elders. Beoordeling van de zaak Thans dient nog beslist te worden op het verzoek van de Raad [minderjarige] vanaf 23 juni 2009 tot 18 oktober 2009 uit huis te plaatsen in een accommodatie voor gesloten jeugdzorg. Ter onderbouwing van zijn verzoek verwijst de Raad naar de overgelegde stukken. Met name is verlenging van een machtiging noodzakelijk voor het geval de bewaring van [minderjarige] wordt opgeheven en zij niet direct op Commujon geplaatst kan worden, waarvoor ze thans op de wachtlijst staat. Op grond van uitlatingen van [minderjarige] zelf verwacht de Raad dat [minderjarige] zich in de tussentijd aan de nodige zorg die zij nodig heeft zal onttrekken en zij niet (meer) naar Commujon zal gaan. De advocaat van [minderjarige] maakt namens haar bezwaar tegen toewijzing van het verzoek. Hij voert aan dat niet is voldaan aan het wettelijke criterium voor het verlenen van een (voorlopige) machtiging tot plaatsing van [minderjarige] in een accommodatie voor gesloten jeugdzorg. Met name kan niet gesteld worden dat zij zich aan de nodige zorg die zij nodig heeft zal onttrekken en dat daarom onmiddellijke verlening van een (voorlopige) machtiging noodzakelijk is. [minderjarige] is geplaatst op de wachtlijst voor Commujon Almelo. Feitelijk is er thans slechts sprake van wachten tot ze naar Commujon kan. Verder wijst hij er op dat de gedragswetenschapper in dienst is bij de Raad zodat om die reden de vraag rijst of zij voldoende onafhankelijk is. De vader en de moeder sluiten zich aan bij de bezwaren die door [minderjarige] en haar advokaat naar voren zijn gebracht. Zij wijzen er voorts op dat [minderjarige] in afwachting van plaatsing op Commujon kan verblijven bij een zus van de beste vriendin van de moeder in [plaats]. Dit is een alternatief voor plaatsing van [minderjarige] in een accommodatie voor gesloten jeugdzorg tot dat ze op Commujon terecht kan. [minderjarige] verblijft thans op strafrechtelijke titel in het Veenpoortje. Er is geen enkele garantie dat ze als overbrugging direct naar Wilster, een accommodatie voor gesloten jeugdzorg, overgeplaatst kan worden zodra de bewaring wordt opgeheven. De gezinsvoogdijinstelling staat achter het verzoek van de Raad. [minderjarige] is thans op strafrechtelijke titel haar vrijheid ontnomen. Naar het oordeel van de kinderrechter levert het wegvallen van die grond niet zonder meer een reden op voor het verlenen van een “voorlopige”machtiging tot uithuisplaatsing in een accommodatie voor gesloten jeugdzorg. Ook een dergelijk verzoek dient getoetst te worden aan het desbetreffende criterium in art. 29b respectievelijk art. 29c van de wet op de jeugdzorg. Op 14 mei jl. is [minderjarige] op de wachtlijst voor plaatsing op Commujon gezet. De kinderrechter leidt hieruit af dat kennelijk op dat moment plaatsing van [minderjarige] in een accommodatie zorgaanbieder 24 uurs, voor haar behandeling voldoende is. Naar het oordeel van de kinderrechter is het wachten op een plaats in een accommodatie van een zorgaanbieder 24- uurs, zij het voor een korte tijd, geen reden voor een voorlopige plaatsing in een accommodatie voor gesloten jeugdzorg. Dit geldt te meer nu [minderjarige] ook nog geen plaats heeft in een accommodatie voor gesloten jeugdzorg, terwijl de vader en de moeder wel, in afwachting van plaatsing op Commujon, een alternatief aanbieden. Vast staat dat dit alternatief ook aan de gezinsvoogdijinstelling is doorgegeven. Ook al is de tijd kort geweest tot aan de zitting, voorafgaand aan de zitting is geen enkele poging gedaan van de zijde van de Raad of de gezinsvoogdijinstelling om dit alternatief enigszins te toetsen. Naar het oordeel van de kinderrechter hebben zich na 14 mei jl. geen dan wel onvoldoende feiten of omstandigheden voorgedaan waarom sinds die datum thans tot de conclusie gekomen zou moeten worden dat plaatsing van [minderjarige] in een accommodatie voor gesloten jeugdzorg aangewezen is. De enkele uitlatingen zoals de Raad aanvoert en die door [minderjarige] worden betwist of mogelijk uit zijn verband zijn gehaald, is daar voor naar het oordeel van de kinderrechter onvoldoende. De kinderrechter komt op grond van de overgelegde stukken en hetgeen tijdens de zitting over en weer naar voren is gebracht tot de slotsom dat het verzoek de gezinsvoogdijinstelling (voorlopig) te machtigen [minderjarige] uit huis te plaatsen in een accommodatie voor gesloten jeugdzorg, afgewezen dient te worden. Voor wat betreft de positie van de gedragswetenschapper merkt de kinderrechter op dat de desbetreffende verklaring is opgesteld in de hoedanigheid van orthopedagoog nvo, gz-psycholoog en niet als medewerkster van de Raad. Haar positie is te vergelijken met de gedragswetenschapper die in dienst is bij de gezinsvoogdijinstelling, die de machtiging tot uithuisplaatsing in een accommodatie voor gesloten jeugdzorg verzoekt. De thans overgelegde verklaring van de gedragswetenschapper maakt dan ook geen deel uit van de motivering van het verzoek van de Raad. De gedragswetenschapper mag niet betrokken zijn geweest bij de voorbereiding van het thans voorliggend verzoek van de Raad. Daarvan is echter ook niet gebleken. Beslissing Wijst het verzoek tot uithuisplaatsing af. Verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad. Aldus gegeven door mr. W. Miltenburg, kinderrechter, in tegenwoordigheid van M.M. Oosterlaar-Drost als griffier en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 22 juni 2009. Hoger beroep Mocht u, verzoeker of belanghebbende, zich niet met de beslissing van de kinderrechter kunnen verenigen, dan kunt u daartegen hoger beroep instellen bij het gerechtshof te Leeuwarden, als nevenzittingsplaats van het gerechtshof te Arnhem. Hoger beroep dient binnen een bepaalde termijn te worden ingesteld, tenzij een ander dat al heeft gedaan. Die termijn is voor verzoeker en voor de belanghebbende, aan wie een afschrift van deze beschikking is verstrekt of verzonden, drie maanden na de datum van de uitspraak. Voor het instellen van hoger beroep is tussenkomst van een procureur/advocaat verplicht.