
Jurisprudentie
BJ1315
Datum uitspraak2009-06-17
Datum gepubliceerd2009-07-02
RechtsgebiedCiviel overig
Soort ProcedureEerste aanleg - enkelvoudig
Instantie naamRechtbank Rotterdam
Zaaknummers262865/ HAZA 06-1659
Statusgepubliceerd
Datum gepubliceerd2009-07-02
RechtsgebiedCiviel overig
Soort ProcedureEerste aanleg - enkelvoudig
Instantie naamRechtbank Rotterdam
Zaaknummers262865/ HAZA 06-1659
Statusgepubliceerd
Indicatie
verkeerde persoon gedagvaard
Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
Sector civiel recht
Zaak-/rolnummer: 262865/ HAZA 06-1659
Uitspraak: 17 juni 2009
VONNIS van de meervoudige kamer in de zaak van:
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid PK MEDIA B.V.,
gevestigd te Bergschenhoek,
eiseres,
advocaat mr. H.J. Smit,
- tegen -
de naamloze vennootschap R.E.T. N.V.,
gevestigd te Rotterdam,
gedaagde,
advocaat mr. R.W. van Harmelen.
Partijen worden hierna aangeduid als “PK Media” respectievelijk “RET N.V.”
1. Het verloop van het geding
1.1
De rechtbank heeft kennis genomen van de volgende stukken:
- dagvaarding d.d. 24 mei 2006 en de door PK Media overgelegde producties;
- conclusie van antwoord, met producties;
- tussenvonnis van deze rechtbank d.d. 16 augustus 2006, waarbij een comparitie van partijen is gelast;
- proces-verbaal van de comparitie van partijen, gehouden op 27 februari 2007;
- de bij fax van 26 februari 2007 en de ter comparitie van partijen door PK Media overgelegde producties;
- conclusie van repliek, met productie;
- conclusie van dupliek, met producties.
1.2
PK Media respectievelijk RET N.V. hebben hun standpunten doen bepleiten door mr. Smit en mr. Van Harmelen. Mr. Smit heeft zich daarbij bediend van pleitnotities.
2. De vaststaande feiten
Als enerzijds gesteld en anderzijds erkend dan wel niet of onvoldoende gemotiveerd weersproken, gelet ook op de in zoverre niet betwiste inhoud van de in het geding gebrachte producties, staat tussen partijen - voor zover van belang - het volgende vast:
2.1
Op 31 mei 2005 heeft de [persoon 1] als directeur namens PK Media met de [persoon 2] namens RET een overeenkomst gesloten. Daarin wordt vermeld dat het doel van de overeenkomst is om door middel van samenwerking de netto reclame-inkomsten voor RET te verhogen.
2.2
In de overeenkomst is bepaald dat PK Media tijdens de looptijd van het project een vergoeding in de vorm van een 'fee' zal ontvangen, uitgesplitst in een consultancy- en een succesfee.
2.3
Omtrent een evaluatie en eventuele beëindiging van de overeenkomst is daarin het navolgende opgenomen:
“PK Advies en de RET zullen gedurende de samenwerking evaluatie- en voortgangsmoment (en) inplannen. Het eerste evaluatie moment zal gehouden worden op 1 december 2005. Bij het hier genoemde evaluatiemoment op 1 december 2005 is de RET gerechtigd zonder enige verplichting tot schadevergoeding de samenwerking met onmiddellijke ingang te beëindigen.
Wanneer vanuit de RET de overeenkomst wordt beëindigd kunnen partijen een afkoopsom overeenkomen op basis van de aantoonbaar door PK Advies gemiste opbrengsten voor de hiervoor genoemde drie jaar. Tenminste om de drie jaar volgt een soortgelijk evaluatiemoment".
2.4
Bij brief van 25 oktober 2005 heeft RET aan PK Media meegedeeld dat zij de overeenkomst in de huidige vorm na 30 november 2005 niet wil continueren.
2.5
Op 14 november 2005 hebben PK Media (vertegenwoordigd door de [persoon 1]) en RET (vertegenwoordigd door haar toenmalige directeur de [persoon 3]) een gesprek gevoerd over mogelijke voortzetting van de samenwerking. Naar aanleiding hiervan heeft PK Media op 16 november 2005 een concept-overeenkomst opgesteld. Tot ondertekening daarvan is het niet gekomen, omdat RET zich daarin niet kon vinden.
2.6
Bij vonnis in kort geding van 2 mei 2006 heeft de voorzieningenrechter van deze rechtbank de vordering van PK Media tot veroordeling van RET N.V. tot betaling van een bedrag van € 641.500,- en tot verklaring voor recht dat PK Media jegens RET N.V. geen wanprestatie heeft gepleegd, afgewezen.
3. Het geschil
3.1
De vordering luidt om,voor zover mogelijk bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad:
1. te verklaren voor recht dat RET N.V. jegens PK Media toerekenbaar tekort is geschoten ten aanzien van de overeenkomst van mei 2005 tot betaling van een succesfee aan PK Media van 2,5 % over de door PK Media te realiseren meeropbrengst van media-inkomsten boven € 2.8 miljoen op jaarbasis;
2. te verklaren voor recht dat RET N.V. jegens PK Media toerekenbaar tekort is geschoten ten aanzien van de overeenkomst van mei 2005 om gedurende 3 jaar over de jaren 2005, 2006 en 2007 aan PK Media een overeen te komen consultancyfee te betalen;
3. te verklaren voor recht dat RET N.V. jegens PK Media heeft gehandeld in strijd met de redelijkheid en billijkheid;
4. te verklaren voor recht dat RET N.V. jegens PK Media, alle relevante omstandigheden in aanmerking nemende, onrechtmatig heeft gehandeld inzake de succesfee en inzake de consultancyfee;
5. te verklaren voor recht dat RET N.V. ter zake jegens PK Media schadeplichtig is;
en
6. RET N.V. te veroordelen alle door PK Media geleden en nog te lijden schade ter zake aan PK Media te vergoeden, de schade nader op te maken bij staat,
met veroordeling van RET N.V. in de kosten van de procedure.
3.2
Tegen de achtergrond van de vaststaande feiten heeft PK Media aan de vordering - zakelijk en verkort weergegeven - de volgende stellingen ten grondslag gelegd:
- de (consultancy)overeenkomst van 31 mei 2005 kon eerst worden opgezegd nadat het evaluatiemoment had plaatsgevonden;
- de afspraak met betrekking tot de succesfee kon niet eenzijdig worden beëindigd;
- door de gehele overeenkomst op te zeggen tegen 1 december 2005 is RET N.V. toerekenbaar tekortgeschoten, heeft zij in strijd met de redelijkheid en billijkheid en onzorgvuldig c.q. onrechtmatig jegens PK Media gehandeld, zodat zij schadeplichtig is;
- PK Media heeft op 14 november 2005 (wederom) een overeenkomst gesloten met RET, waarbij alternatieven zijn gevonden voor de eerder overeengekomen succesfee.
3.3
RET N.V. heeft gemotiveerd verweer gevoerd. Dit verweer zal - voor zover van belang - hierna onder 4 worden weergegeven en besproken.
4. De beoordeling
4.1
PK Media heeft aan haar vordering ten grondslag gelegd de overeenkomst van 31 mei 2005, althans de overeenkomst van 14 november 2005, welke overeenkomsten - naar zij stelt - zijn aangegaan door RET N.V., nu RET als juridische entiteit N.V. deelneemt aan het rechtsverkeer. Daarbij heeft PK Media verwezen naar de registratie bij de KvK. Later in de procedure heeft zij daaraan toegevoegd dat althans RET N.V. als rechtsopvolger onder algemene titel van RET dient te worden beschouwd.
RET N.V. heeft ten verwere primair aangevoerd dat PK Media de verkeerde rechtspersoon heeft gedagvaard, omdat niet RET N.V. maar de Gemeente Rotterdam, dat wil zeggen de gemeentelijke dienst RET, partij bij de in het geding zijnde overeenkomst is geweest.
Naar zij verder heeft aangevoerd, is het gemeentelijk vervoerbedrijf eerst per 1 januari 2007 verzelfstandigd in die zin dat de N.V. eerst vanaf die datum de activiteiten van het gemeentelijk vervoerbedrijf overgenomen.
4.2
Op grond van de - in zoverre niet (gemotiveerd) betwiste - stellingen van partijen, verklaringen ter comparitie en overgelegde producties kan het volgende als vaststaand
worden aangenomen:
- tot 01-01-2007 werd de exploitatie van het openbaar vervoer in Rotterdam, met inbegrip van de reclame op de voertuigen en abri’s, verricht door de gemeentelijke dienst RET van de Gemeente Rotterdam;
- per 01-01-2007 is dit gemeentelijk vervoerbedrijf RET verzelfstandigd en zijn diens activiteiten overgegaan naar RET N.V., welke vennootschap voordien (sinds 28-04-1999) al wel bestond maar waarin toen geen activiteiten plaatsvonden;
- de litigieuze overeenkomst van 31 mei 2005 (alsmede de gestelde maar betwiste overeenkomst van 14 november 2005) met PK Media is derhalve gesloten vóór de verzelfstandiging en dus door het gemeentelijk vervoerbedrijf RET;
- in deze overeenkomst wordt weliswaar kortweg gesproken over RET, maar uit de in het geding gebrachte correspondentie tussen partijen in 2005, blijkt dat RET zich destijds bediende van postpapier waarop duidelijk stond aangegeven “gemeentelijk vervoerbedrijf” zonder enige verwijzing naar een inschrijving in de KvK.
Voor zover PK Media heeft willen stellen dat de overeenkomst destijds is gesloten namens RET N.V. is daarvoor geen aanwijzing te vinden in de feiten, zodat deze stelling wordt verworpen.
4.3
De vraag die vervolgens voorligt, is of RET N.V. als rechtsopvolger onder algemene titel dan wel in deze als rechtsopvolger onder bijzondere titel van het gemeentelijk vervoerbedrijf RET is te beschouwen.
Er is naar het oordeel van de rechtbank geen aanleiding om te veronderstellen dat er sprake is geweest van een rechtsopvolging onder algemene titel. De enkele door PK Media aangevoerde omstandigheid dat RET N.V. in een kort geding als aangespannen door JCDecaux in 2007 zich op het standpunt heeft gesteld dat de overeenkomst met een andere contractpartner CBSOutdoor (voorheen Viacom geheten) is gesloten met RET N.V. en toen door RET N.V. geen beroep is gedaan op niet-ontvankelijkheid, is daartoe onvoldoende. Dat sprake zou zijn van een rechtsopvolging onder algemene titel is bovendien ten stelligste door RET N.V. betwist. Naar zijdens RET N.V. ter comparitie van partijen en bij gelegenheid van pleidooi is verklaard, zijn de contractanten van de lopende overeenkomsten met het gemeentelijk vervoerbedrijf aangeschreven met de vraag of zij er mee instemden dat hun contract zou worden overgenomen door RET N.V. Voor zover zij daarmee hebben ingestemd werd een akte opgemaakt en is sprake van contractsoverneming in de zin van artikel 6:159 BW. Voor zover zij dit niet hebben gedaan geldt de Gemeente nog steeds als wederpartij. PK Media is niet aangeschreven, aldus RET N.V., hetgeen door PK Media niet is weersproken. De overeenkomst met PK Media was ook reeds opgezegd bij schrijven van 25 oktober 2005. Van contractsoverneming als bedoeld in artikel 6:159 BW in deze zin is in het onderhavige geval dan ook geen sprake.
Andere feiten of omstandigheden waaruit - indien bewezen - zou kunnen blijken dat de rechten en plichten uit de overeenkomst(en) tussen PK Media en het gemeentelijk vervoerbedrijf RET zijn overgegaan op RET N.V. zijn gesteld noch gebleken, zodat evenmin kan worden aangenomen dat RET N.V. in deze rechtsopvolger onder bijzondere titel is van RET.
4.4
De conclusie moet zijn dat het verweer van RET N.V. dat de verkeerde persoon is gedagvaard slaagt, zodat de vordering reeds hierom dient te worden afgewezen.
Hetgeen overigens nog door partijen is gesteld kan daarmee buiten bespreking blijven.
4.5
PK Media zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten van dit geding.
5. De beslissing
De rechtbank,
wijst af de vordering van PK Media;
veroordeelt PK Media in de proceskosten, tot aan deze uitspraak aan de zijde van RET N.V. bepaald op € 248,- aan vast recht en op € 12.900,- aan salaris voor de advocaat;
verklaart dit vonnis voor zover het de veroordelingen betreft uitvoerbaar bij voorraad;
wijst af het meer of anders gevorderde.
Dit vonnis is gewezen door mrs. Zelm van Eldik, Scheffers en Heevel.
Uitgesproken in het openbaar.
1515/10/1278