
Jurisprudentie
BJ1287
Datum uitspraak2009-06-03
Datum gepubliceerd2009-07-02
RechtsgebiedCiviel overig
Soort ProcedureEerste aanleg - enkelvoudig
Instantie naamRechtbank Rotterdam
Zaaknummers280418 / HA ZA 07-726
Statusgepubliceerd
Datum gepubliceerd2009-07-02
RechtsgebiedCiviel overig
Soort ProcedureEerste aanleg - enkelvoudig
Instantie naamRechtbank Rotterdam
Zaaknummers280418 / HA ZA 07-726
Statusgepubliceerd
Indicatie
Verzekerde verwijt assurantietussenpersoon haar zorgplicht te hebben geschonden door er geen zorg voor te dragen dat in 2001 door de verzekerde verrichte werkzaamheden onder dekking van de aansprakelijkheidsverzekering vallen. Causaal verband tussen verweten gedraging en gestelde schade ontbreekt.
Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
Sector civiel recht
Zaak-/rolnummer: 280418 / HA ZA 07-726
Uitspraak: 3 juni 2009
VONNIS van de enkelvoudige kamer in de zaak van:
1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
BOLIDT KUNSTSTOFTOEPASSING B.V.,
gevestigd te Alblasserdam,
2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
BOL & PLAISIER BEHEER B.V.,
gevestigd te Hendrik Ido Ambacht,
eiseressen,
advocaat mr. D. Horeman,
- tegen -
1. de commanditaire vennootschap
AON NEDERLAND C.V., onder meer handelend onder de naam Aon Risico Management,
gevestigd te Rotterdam,
2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
HUDIG-LANGEVELDT MAKELAARDIJ IN ASSURANTIËN B.V.,
in haar hoedanigheid van beherend vennoot van gedaagde sub 1,
gevestigd te Rotterdam,
3. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
AON MAKELAARS IN ASSURANTIËN B.V.,
in haar hoedanigheid van beherend vennoot van gedaagde sub 1,
gevestigd te Rotterdam
gedaagden,
advocaat mr. A.L. Krenning.
Eisers worden hierna gezamenlijk (in enkelvoud) aangeduid als “Bolidt” en gedaagden gezamenlijk (in enkelvoud) als “Aon”.
1 Het verloop van het geding
De rechtbank heeft kennisgenomen van de volgende stukken:
- dagvaarding d.d. 5 maart 2007 en de door Bolidt overgelegde producties;
- conclusie van antwoord, met producties;
- tussenvonnis van deze rechtbank d.d. 18 juli 2007, waarbij een comparitie van partijen is gelast;
- proces-verbaal van de comparitie van partijen, gehouden op 26 november 2007;
- de ter gelegenheid van de comparitie van partijen door Bolidt overgelegde spreekaantekeningen en door beide partijen overgelegde producties;
- conclusie van repliek;
- akte houdende overlegging producties aan de zijde van Bolidt;
- conclusie van dupliek, met producties;
- akte uitlating producties aan de zijde van Bolidt.
2 De vaststaande feiten
Als enerzijds gesteld en anderzijds erkend dan wel niet of onvoldoende gemotiveerd weersproken, gelet ook op de in zoverre niet betwiste inhoud van de in het geding gebrachte producties, staat tussen partijen – voor zover van belang – het volgende vast:
2.1 Aon en haar rechtsvoorgangster hebben als assurantietussenpersoon Bolidt sinds 1983 geadviseerd over en voor haar bemiddeld bij de totstandkoming van een aansprakelijkheidsverzekering ten behoeve van Bolidt en tot haar groep behorende vennootschappen.
2.2 In 1999 was van kracht de Aansprakelijkheidsverzekering, vervangende polis, nr. 3, met polisnummer VA0016491. Hierin namen als verzekeraars deel Hannover International Insurance (Nederland) N.V. (30%), Axa Schade N.V. (20%), Royal Nederland Schadeverzekering N.V. (17,5%), Nieuwe Hollandse Lloyd Schadeverzekeringmaatschappij N.V. (15%) en Amev Interlloyd Schadeverzekering N.V. (17,5%). In de polis staat als ingangsdatum vermeld 31 december 1985, als mutatiedatum 1 januari 1999 en als einddatum 1 januari 2000. De verzekering is per 1 januari 2000 stilzwijgend verlengd.
2.2 Onder voormelde verzekering bestond geen dekking voor aanspraken naar het recht van de Verenigde Staten en Canada voortvloeiende uit door Bolidt (aan boord van Amerikaanse schepen) verrichte retopping- en nieuwbouwwerkzaamheden (verder: VS/Canada-aanspraken). Bolidt heeft Aon vanaf eind 2000/begin 2001 verzocht zorg te dragen voor dekking voor VS/Canada-aanspraken. Aon heeft daarover overleg gevoerd met verzekeraars, met als leader Hannover International Insurance (Nederland) N.V. (hierna: Hannover) en aan Bolidt voorstellen gedaan.
2.3 In januari 2001 zijn door Bolidt retoppingwerkzaamheden uitgevoerd aan boord van het cruiseschip “Maasdam”, waarbij de bovenlaag van het Lido-dek is vervangen. De Maasdam behoorde toe aan de Holland America Line (verder: HAL) en voer onder Amerikaanse vlag.
2.4 Een brief van Aon aan Bolidt d.d. 7 februari 2001 luidt – voor zover thans van belang – als volgt:
“(...)
Naar aanleiding van uw verzoek de verzekering uit te breiden met de aansprakelijkheid voor schade die voortvloeit uit re-topping van dekking van Amerikaanse schepen delen wij u het volgende mee.
(...)
De offerte luidt als volgt:
Verzekerd bedrag NLG 10.000.000,-- (...)
Condities (...)
Uw bij verzekeraars bekende leveringsvoorwaarden dient u verplicht toe te
passen.
(...)
Inlooppremie 2000 eenmalig NLG 4.500,--
(...)”.
2.5 Een brief van Aon aan Bolidt d.d. 11 mei 2001 luidt – voor zover thans van belang – als volgt:
“(...)
Verzekeraars gaan accoord met het verlenen van dekking met ingang van 1 januari 2001 voor de door u uitgevoerde re-topping werkzaamheden/productleveranties in/aan USA/Canada resp. op/aan schepen onder Amerikaanse vlag varend, ook indien dit buiten de USA/Canada plaatsvindt, (...).
De dekking wordt verleend onder voorwaarden:
- die genoemd zijn in onze offerte d.d. februari 2001 (...);
- dat tot op heden geen schaden bij u bekend zijn.
(...)”.
2.6 Op 22 mei 2001 heeft een gesprek tussen Bolidt, Hannover en Aon plaatsgevonden. Tijdens deze bespreking werd duidelijk dat het voor Bolidt vaak niet mogelijk is haar eigen leveringsvoorwaarden van toepassing te verklaren, omdat haar opdrachtgevers hiermee niet akkoord gaan. Als gevolg daarvan was het voorstel van 7 februari 2001 niet bruikbaar voor Bolidt. Afgesproken werd dat Hannover de zaak opnieuw zou bekijken en met een nieuw voorstel zou komen.
2.7 Een faxbericht van Aon aan Bolidt d.d. 10 juli 2001 luidt – voor zover thans van belang – als volgt:
“(...)
Onder referte aan het telefoongesprek van vanmorgen stuur ik u hierbij de beloofde conceptbrief. (...)
Indien u uw leveringsvoorwaarden niet kunt hanteren dan wensen verzekeraars het verzekerd bedrag te verlagen tot NLG 5 mio p.g.
Ik wil nog een poging wagen om verzekeraars tot een ander standpunt te bewegen doch daarvoor ontvang ik graag de relevante aansprakelijkheidsartikelen uit de leveringsvoorwaarden van uw opdrachtgevers.(...)”.
2.8 De conceptbrief waaraan in voormeld faxbericht gerefereerd wordt, is een brief van Aon aan Bolidt gedateerd 10 juli 2001 en luidt – voor zover thans van belang – als volgt:
“(...)
Hierbij refereren wij aan het persoonlijk onderhoud dat plaatsvond op 22 mei j.l. betreffende de applicatie alsmede re-topping van kunststoffen op scheepsdekken.
(...)
Tijdens het onderhoud mochten wij de volgende gegevens noteren.
(...)
7. Uw eigen leveringsvoorwaarden worden vaak (noodgedwongen) overruled door leveringsvoorwaarden van de opdrachtgevers.
De basis voor de offerte die wij u thans doen is onze brief d.d. 7 februari 2001 doch aangevuld/gewijzigd op basis van de nieuwe gegevens.
(...)
Eigen risico USD 25.000,-- per aanspraak.
Als gevolg van het hiervoor onder punt 7 gestelde wensen
verzekeraars het eigen risico te verhogen van USD 10.000,--
naar USD 25.000,--
(...)
De verzekering is van kracht voor werkzaamheden die zijn uitgevoerd op of na 1 januari 2001. (...)
De mogelijkheid bestaat om eveneens t.a.v. werkzaamheden die in 2000 zijn uitgevoerd dekking te bieden (...). Hiervoor geldt een separate premie.
(...)”.
2.9 Een faxbericht van Aon aan Bolidt d.d. 18 december 2001 luidt – voor zover thans van belang – als volgt:
“(...)
Betreft: aansprakelijkheidsverzekering voor bedrijven (...)
Hierbij sturen wij u het voorstel tot verlenging per 1 januari 2002 (...).
Aangezien vorig jaar door opname van de verplichting leveringsvoorwaarden te hanteren feitelijk geen dekking voor de retopping etc. was beginnen we nu vanaf 1 januari a.s. opnieuw. De dekking is van toepassing op werkzaamheden die plaatsvinden op of na 1 januari 2002. Indien u ook het risico wil verzekeren voor aanspraken die betrekking hebben op werkzaamheden die eerder plaatsvonden dan verzoeken wij u ons de relevante omzetcijfers op te geven zodat een premie kan worden vastgesteld.
(...)”.
2.10 Een bezoekverslag van Aon betreffende een gesprek dat op 28 februari 2002 tussen Aon en Bolidt heeft plaatsgevonden, luidt – voor zover thans van belang – als volgt:
“(...)
In het bijzonder gesproken over de polissen die per 1-1-2002 zijn geprolongeerd.
Aansprakelijkheidsverzekering
Per 1-1-2002 is de polis uitgebreid met export werkzaamheden USA Canada voor nieuwbouw scheepsdekken en re-topping van scheepsdekken.
(...)
Ten einde inloop dekking USA Canada te realiseren voor de periode voor 2002 dient cliënt een opgave te doen van de omzet in de twee jaar voor 2002.
Actie: Cliënt
(…)”.
2.11 Een e-mail van Hannover aan Aon d.d. 7 mei 2002 luidt – voor zover thans van belang – als volgt:
“(...)
Ik wil absolute zekerheid dat voor 01-01-2002 uitgevoerde “werkzaamheden”, noch direkt, noch indirekt, dekking onder de polis verkrijgen.
(...)”.
2.12 Op 4 juni 2002 heeft Bolidt aan Aon de omzet over 2000 en 2001 die zij heeft gegenereerd op cruiseschepen doorgegeven. Aon heeft deze gegevens per e-mail van diezelfde dag doorgegeven aan Hannover met het verzoek een voorstel te doen voor het inlooprisico. Bij e-mail van 3 juli 2002 heeft Aon Hannover aan dit verzoek herinnerd. Hannover heeft hierop niet gereageerd.
2.13 Bij brief van 25 september 2002 heeft Aon het polisblad behorende bij de aansprakelijkheidsverzekering met betrekking tot het verzekeringsjaar 2002 naar Bolidt gezonden. Uit de van de verzekering deel uitmakende clausule VX002-002 kan worden opgemaakt dat de inloop niet is gedekt.
De VS/Canada-aanspraken zijn op claimsmade-basis gedekt. De van de verzekering deel uitmakende clausule VS961-003 luidt als volgt:
“de schade moet zijn ontstaan en de aanspraak op schadevergoeding terzake daarvan moet bij verzekeraars zijn ingediend gedurende de periode waarvoor de dekking terzake van deze werkzaamheden van kracht is.”
2.14 Op 15 oktober 2002 heeft zich aan boord van de Maasdam een ongeval voorgedaan. De heer [persoon 1], een Amerikaanse staatsburger, is op het Lido-dek uitgegleden nadat hij uit het zwembad was gestapt. [persoon 1] heeft HAL aansprakelijk gesteld voor de door hem geleden en te lijden schade als gevolg van zijn ongeval.
2.15 Per 1 januari 2003 is de aansprakelijkheidsverzekering stilzwijgend verlengd. De deelnemende verzekeraars waren in 2003 Hannover (30%), Allianz Global Risk Nederland (37,5%), Nieuwe Hollandse Lloyd Schadeverzekeringmaatschappij N.V. (15%) en Fortis Corporate Insurance N.V. (17,5%). In de loop van 2003 heeft een deel van de verzekeraars zijn participatie definitief opgezegd. Een ander deel heeft zijn participatie pro forma opgezegd. Bolidt is hierover bij brief van 17 oktober 2003 geïnformeerd. Vervolgens is overeengekomen tussen Aon en Bolidt dat Bolidt zal overgaan naar een internationaal programma. Vanaf 1 januari 2004 heeft Bolidt een aansprakelijkheidsverzekering met een internationaal aansprakelijkheidsprogramma. Deze verzekering heeft polisnummer V0100057509 en de verzekeraar is voor 100% XL Insurance Company Limited (hierna: XL Insurance). In de polis staat als ingangsdatum 1 januari 2004 vermeld.
Artikel 12 van de op deze verzekeringsovereenkomst van toepassing zijnde algemene voorwaarden (VA930-01 Aansprakelijkheidsverzekering voor bedrijven) luidt als volgt:
“12 De verzekering dekt de aansprakelijkheid van verzekerden voor door derden geleden
schade (…) als gevolg van:
12.1 letsel of aantasting van de gezondheid al dan niet de dood ten gevolge hebbende (hierna te noemen personenschade)
12.2 (…)
mits de personen(…)schade als omschreven in art. 12.1 (…) is ontstaan tijdens de looptijd van de verzekering.”
Op deze verzekeringsovereenkomst is voorts van toepassing clausule VX031-004, welke – voor zover thans van belang – als volgt luidt:
“Binnen de grenzen van de polisbepalingen is eveneens verzekerd de aansprakelijkheid voor schade naar het recht van de Verenigde Staten van Amerika en/of Canada die voor verzekerden voortvloeit uit re-topping werkzaamheden en nieuwbouwapplicatie-werkzaamheden, verricht op of na 1 januari 2002. (…)”.
2.16 Op 1 april 2004 heeft HAL Bolidt aansprakelijk gesteld ter zake de door haar geleden en te lijden schaden als gevolg van het ongeval van [persoon 1]. Op 24 september 2004 heeft Bolidt de aansprakelijkstelling aan Aon doorgeleid ter melding aan verzekeraars.
2.17 HAL is met [persoon 1] een schikking aangegaan voor een bedrag van USD 2.250.000,-. Bij brief van 10 november 2005 heeft HAL Bolidt aansprakelijk gesteld voor € 700.000,-.
2.18 Bij brieven van 29 november 2005 en 15 december 2005 heeft Aon aan Bolidt laten weten dat de claim niet gedekt is onder de vanaf 1 januari 2004 lopende verzekering, aangezien de retopping-werkzaamheden zijn uitgevoerd in 2001 en de verzekering uitsluitend dekking biedt voor na 1 januari 2002 verrichte werkzaamheden en dat hetzelfde geldt voor de tot 1 januari 2004 lopende verzekering, doch dat deze verzekering tevens vereist dat de aanspraak moet zijn ontstaan tijdens de looptijd van de verzekering, hetgeen evenmin het geval is.
2.19 Op 11 juli 2006 heeft Bolidt deelgenomen aan een mediation in de VS. Op basis van deze mediation hebben Bolidt en HAL een schikking getroffen. In het kader van deze schikking heeft Bolidt aan HAL op 6 oktober 2006 USD 443.520,- (€ 350.000,-) betaald.
2.20 Op 9 mei 2006 heeft Bolidt Aon aansprakelijk gesteld. Aon heeft iedere aansprakelijkheid afgewezen.
3 De vordering
De vordering luidt – verkort weergegeven – om bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad gedaagden hoofdelijk te veroordelen aan eisers te betalen de bedragen van USD 528.685,67 en € 145.891,22 met rente en kosten.
Tegen de achtergrond van de vaststaande feiten heeft Bolidt aan de vordering de volgende stellingen ten grondslag gelegd:
3.1 Aon diende bij de uitvoering van haar werkzaamheden de zorg van een goed opdrachtnemer in acht te nemen. Zij behoorde bij de uitoefening van haar beroep van assurantietussenpersoon te handelen zoals van een redelijk bekwaam en redelijk handelend vakgenoot mag worden verwacht. Aon was bovendien gehouden de instructies van Bolidt, in haar hoedanigheid van opdrachtgever, op te volgen.
3.2 Aon is jegens Bolidt tekortgeschoten doordat zij er niet voor heeft zorg gedragen dat dekking werd verkregen voor de retoppingwerkzaamheden die gedurende 2001 door Bolidt zijn uitgevoerd, ondanks het feit dat Bolidt herhaaldelijk aan Aon had kenbaar gemaakt dat ze die dekking wenste te verkrijgen en verzekeraars blijkens de berichten van Aon bereid waren gevonden deze dekking te verlenen.
3.3 De schade van Bolidt bestaat uit de gemiste dekking van het schadegeval. Indien de claim onder de aansprakelijkheidsverzekering was gedekt, zou Bolidt van de verzekeraars vergoed hebben gekregen, althans had zij niet hoeven te betalen:
- het schikkingsbedrag ad USD 443.520,-
- de kosten van de mediation USD 4.086,96
- de kosten van haar Nederlandse advocaat € 49.511,99
- de kosten van haar Amerikaanse advocaat USD 78.443,44
- interne kosten € 84.750,--
- interne kosten € 11.629,23
- interne kosten USD 2.635,27
Derhalve bedraagt de totale schade van Bolidt USD 528.685,67 plus € 145.891,22.
4 Het verweer
Het verweer strekt tot afwijzing van de vordering, met veroordeling van Bolidt in de kosten van het geding.
Aon heeft daartoe het volgende aangevoerd:
4.1 Aon is niet toerekenbaar tekortgeschoten in de nakoming van de op haar rustende verplichting om alles in het werk te stellen teneinde dekking te verkrijgen voor VS/Canada werkzaamheden verricht voor 1 januari 2002. Het niet realiseren van de dekking is niet aan Aon te wijten.
4.2 Het causaal verband tussen de gestelde schade en de gestelde tekortkomingen ontbreekt. De aansprakelijkheidsverzekering is per 1 januari 2004 definitief beëindigd. Het betrof een dekking op claimsmade basis. Nu de claim pas na 1 januari 2004, derhalve na afloop van de looptijd van de verzekering, is gemeld, zou deze claim niet gedekt zijn onder de polissen die van kracht waren tot 1 januari 2004, ook niet indien er sprake zou zijn geweest van inloopdekking vanaf 1 januari 2001.
4.3 De hoogte van de gevorderde schade wordt betwist. In ieder geval dient rekening gehouden te worden met het eigen risico van USD 100.000,-. Daarnaast zijn op basis van de algemene voorwaarden behorende bij het internationale programma voor het jaar 2004 en 2005 de gevorderde interne kosten niet gedekt.
5 De beoordeling
5.1 De rechtbank zal allereerst overgaan tot bespreking van het hiervoor onder 4.2 vermelde verweer van Aon, nu dit het meest verstrekkend is. Bolidt heeft in reactie op dit verweer allereerst betwist dat er per 1 januari 2004 een nieuwe aansprakelijkheidsverzekering is afgesloten. Deelname van Bolidt aan het internationale programma met ingang van 1 januari 2004 werd door Aon aan Bolidt gepresenteerd als een voortzetting van de polis die gold in 2003. De inhoud van de polissen voor 2003 en 2004 was in hoge mate identiek en de dekking ter zake van de VS/Canada-aanspraken is ook na 1 januari 2004 van kracht gebleven, aldus Bolidt.
De rechtbank overweegt als volgt. Voor het antwoord op de vraag of een bestaande verzekering is verlengd of dat een nieuwe verzekering tot stand is gekomen, zijn alle omstandigheden van het geval, waaronder in het bijzonder de mede door uitleg van de polis vast te stellen bedoeling van partijen, van belang. Gesteld noch gebleken is dat de tot 1 januari 2004 lopende aansprakelijkheidsverzekering (al dan niet met gewijzigde voorwaarden) opnieuw – ter verlenging – op de beurs is aangeboden en XL Insurance hierop vervolgens heeft ingeschreven. Integendeel, het feit dat de vanaf 1 januari 2004 lopende verzekering een ander polisnummer heeft dan de tot die tijd lopende verzekering en voorts als ingangsdatum 1 januari 2004 vermeldt, wijst erop dat er een nieuwe aansprakelijkheidsverzekering op de beurs is aangeboden, waarop XL Insurance voor 100% heeft ingeschreven. Aan het feit dat de inhoud van beide polissen in hoge mate identiek is, zoals Bolidt heeft gesteld, komt in casu geen doorslaggevende betekenis toe, nu het in beide gevallen om een aansprakelijkheidsverzekering gaat.
Gezien het voorgaande gaat de rechtbank ervan uit dat de bestaande aansprakelijkheidsverzekering per 1 januari 2004 is beëindigd en dat er per die datum een nieuwe aansprakelijkheidsverzekering is afgesloten door Bolidt.
5.2 Tussen partijen is niet in geschil dat de aansprakelijkheidsverzekering die tot 1 januari 2004 van kracht was dekking bood op basis van zowel loss occurence als claimsmade. Vereist is derhalve dat tijdens de looptijd van de dekking zowel de schade is ontstaan als de aanspraak op schadevergoeding is ingediend. Tussen partijen staat vast dat Bolidt de claim in 2004 bij Aon heeft gemeld (zie hiervoor onder 2.16), derhalve pas na afloop van de looptijd van de dekking. Hieruit volgt dat ook indien het inlooprisico over het jaar 2001 zou zijn gerealiseerd, onderhavige claim niet gedekt zou zijn geweest onder de tot 1 januari 2004 geldende verzekeringsovereenkomst. Hiermee ontbreekt in beginsel het causaal verband tussen de Aon verweten tekortkomingen en de gestelde schade.
5.3 Bolidt heeft in reactie op onderhavig verweer echter haar grondslag aangevuld en zich op het standpunt gesteld dat Aon ervoor had moeten zorgen dat bij het afsluiten van de nieuwe verzekering met ingang van 1 januari 2004 ook het inlooprisico over 2000 en 2001 meeverzekerd zou worden. Ook deze nieuwe grondslag kan echter niet tot toewijzing van de vordering leiden, aangezien het causaal verband tussen de verweten tekortkoming en de gestelde schade ontbreekt. Ook de vanaf 1 januari 2004 geldende aansprakelijkheids-verzekering biedt immers, gezien artikel 12 van de algemene voorwaarden (zie hiervoor onder 2.15) dekking op basis van loss occurence, zodat vereist is dat de schade tijdens de looptijd van de verzekering is ontstaan. Gezien het hiervoor onder 2.14 vermelde vaststaande feit is de schade, gelet op de bewoordingen van artikel 12.2 van de algemene voorwaarden, ontstaan op 15 oktober 2002, derhalve vóór de looptijd van de verzekering. Hieruit volgt dat ook in het geval Aon bij het afsluiten van deze nieuwe verzekering ervoor had gezorgd dat het door Bolidt gewenste inlooprisico over 2000 en 2001 meeverzekerd was, er geen dekking onder deze verzekering zou zijn geweest. In dat geval had weliswaar de hiervoor onder 2.14 vermelde clausule VX031-004 als datum 1 januari 2000 vermeld, doch omdat in deze clausule niet wordt afgeweken van artikel 12 van de algemene voorwaarden zou deze verzekering desondanks geen dekking hebben geboden voor de schade die reeds in 2002 is ontstaan.
5.4 Nu uit het voorgaande volgt dat het causaal verband tussen de aan Aon verweten tekortkomingen en de gestelde schade ontbreekt, ligt de vordering van Bolidt voor afwijzing gereed. Bolidt zal als de geheel in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de proceskosten.
6 De beslissing
De rechtbank,
wijst af de vordering van Bolidt;
veroordeelt Bolidt in de proceskosten, tot aan deze uitspraak aan de zijde van Aon bepaald op € 4.735,- aan vast recht en op € 6.450,- aan salaris voor de advocaat.
Dit vonnis is gewezen door mr. Fiege.
Uitgesproken in het openbaar.
204/106