Wetboek-online maakt gebruik van cookies. sluiten
bladeren
zoeken

Jurisprudentie

BJ1250

Datum uitspraak2009-07-01
Datum gepubliceerd2009-07-01
RechtsgebiedStraf
Soort ProcedureEerste aanleg - meervoudig
Instantie naamRechtbank 's-Gravenhage
Zaaknummers09/758731-08
Statusgepubliceerd


Indicatie

Brandstichting in een kleine kelderbox waar verdachte zich met een minder valide vrouw bevond. De vrouw is om het leven gekomen. Diverse bewoners van boven de kelderbox gelegen woningen hebben voor hun leven gevreesd.


Uitspraak

RECHTBANK ‘S-GRAVENHAGE Sector Strafrecht Meervoudige strafkamer Parketnummer 09/758731-08 Datum uitspraak: 1 juli 2009 Tegenspraak (Promis) De rechtbank ’s-Gravenhage heeft op de grondslag van de tenlastelegging en naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting het navolgende vonnis gewezen in de zaak van de officier van justitie tegen de verdachte: [verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1979, adres: [adres], thans gedetineerd in de penitentiaire inrichting Haaglanden, P.C.S. Unit 2, te ’s-Gravenhage. 1. Het onderzoek ter terechtzitting Het onderzoek is gehouden ter terechtzitting van 17 juni 2009. De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie mr. P.A. Willemse en van hetgeen door de raadsvrouw van verdachte mr. H.H.M. de Vries-Veringa, advocaat te Voorburg, en door de verdachte naar voren is gebracht. 2. De tenlastelegging Aan de verdachte is ten laste gelegd dat: hij op of omstreeks 27 december 2008 te 's-Gravenhage opzettelijk brand heeft gesticht in een kelderbox (behorende bij een woning aan de [adres]), immers heeft verdachte toen aldaar (in die kelderbox) opzettelijk: - een of meer spoelbak(ken) (van roestvrij-staal en/of aluminium) bij de ingang van die kelderbox gezet/geplaatst en/of - (vervolgens) een (of meer) stukje(s) papier en/of een (of meer) stukje(s) isolatiemateriaal in die spoelbak(ken) gedaan/gelegd en/of - (vervolgens) dat papier en/of isolatiemateriaal (met een aansteker) aangestoken, in elk geval opzettelijk (open) vuur in aanraking gebracht met papier en/of isolatiemateriaal, althans met (een) brandbare stof(fen), ten gevolge waarvan die kelderbox (met de in die kelderbox aanwezige inboedel/goederen) geheel of gedeeltelijk is/zijn verbrand, in elk geval brand is ontstaan, - terwijl daarvan levensgevaar en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander of anderen (te weten [X] en/of een (of meer) bewoner(s) van een (of meer) belendende perce(e)l(en) aan die [straatnaam]), te duchten was en/of - terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen (te weten een (of meer) belendende perce(e)l(en) (woning(en) aan de [straatnaam]) met de in die perce(e)l(en) aanwezige inboedel(s)), in elk geval gemeen gevaar voor goederen te duchten was, - en het feit de dood van [X] ten gevolge heeft gehad; art 157 ahf/sub 3 Wetboek van Strafrecht art 157 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht art 157 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht Subsidiair, indien het vorenstaande niet tot een bewezenverklaring en/of een veroordeling mocht of zou kunnen leiden: hij op of omstreeks 27 december 2008 te 's-Gravenhage, grovelijk, althans aanmerkelijk onvoorzichtig en/of onoplettend en/of onachtzaam - in een kelderbox vuur heeft gemaakt door in een spoelbak (van roestvrij-staal en/of aluminium) papier en/of isolatiemateriaal (met een aansteker) aan te steken, - terwijl die kelderbox een (kleine) omvang had van 4,5 meter x 2,4 meter, met een (laag) plafond ter hoogte van 2,6 meter, met slechts één in/uitgang, zonder verlichting, - terwijl in die kelderbox veel (brandbare) goederen/spullen en/of (een) brandversnellend(e) middel(en) lag(en)/aanwezig was/waren, - terwijl hij, verdachte, de spoelbak met het vuur had gesitueerd tussen enerzijds hem en [X] en anderzijds de deur/enige uitgang, dus daarmee de vluchtroute blokkerend, - waarbij hij, verdachte, niet voldoende/voortdurend heeft gelet op de hoogte van de vlammen en/of de mate van rookontwikkeling, - wetende dat [X] minder-valide was en/of niet mobiel genoeg was om zelfstandig/zonder hulp die kelderbox te verlaten, ten gevolge waarvan het aan zijn schuld te wijten is geweest, dat die kelderbox (met de in die kelderbox aanwezige inboedel/goederen) geheel of gedeeltelijk is/zijn verbrand, in elk geval brand is ontstaan, - terwijl daarvan levensgevaar en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander of anderen (te weten [X] en/of een (of meer) bewoner(s) van een (of meer) belendende perce(e)l(en) aan[straatnaam]), ontstond en/of - terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen (te weten een (of meer) belendende perce(e)l(en) (woning(en) aa[straatnaam]) met de in die perce(e)l(en) aanwezige inboedel(s)), in elk geval gemeen gevaar voor goederen ontstond, - en het feit de dood van [X] ten gevolge heeft gehad; en/of hij op of omstreeks 27 december 2008 te 's-Gravenhage, door roekeloos, in elk geval zeer, althans aanmerkelijk, onvoorzichtig en/of onoplettend, - in een kelderbox vuur heeft gemaakt door in een spoelbak (van roestvrij-staal en/of aluminium) papier en/of isolatiemateriaal (met een aansteker) aan te steken, - terwijl die kelderbox een (kleine) omvang had van 4,5 meter x 2,4 meter, met een (laag) plafond ter hoogte van 2,6 meter, met slechts één in/uitgang, zonder verlichting, - terwijl in die kelderbox veel (brandbare) goederen/spullen en/of (een) brandversnellend(e) middel(en) lag(en)/aanwezig was/waren, - terwijl hij, verdachte, de spoelbak met het vuur had gesitueerd tussen enerzijds hem en [X] en anderzijds de deur/enige uitgang, dus daarmee de vluchtroute blokkerend, - waarbij hij, verdachte, niet voldoende/voortdurend heeft gelet op de hoogte van de vlammen en/of de mate van rookontwikkeling, - wetende dat [X] minder-valide was en/of niet mobiel genoeg was om zelfstandig/zonder hulp die kelderbox te verlaten, waardoor het aan zijn schuld te wijten is geweest dat die kelderbox (met de in die kelderbox aanwezige inboedel/goederen) geheel of gedeeltelijk is/zijn verbrand, in elk geval brand is ontstaan, terwijl door dit feit [X] zodanig letsel, te weten rookgasvergiftiging, heeft bekomen, dat deze aan de gevolgen daarvan is overleden; art 307 lid 1 Wetboek van Strafrecht art 307 lid 2 Wetboek van Strafrecht art 158 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht art 158 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht 3. Het bewijs 3.1 Het standpunt van de officier van justitie De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte opzettelijk brand heeft gesticht waarvan levensgevaar voor personen en gemeen gevaar voor goederen te duchten was nu de brand werd gesticht door het aansteken van papier en isolatiemateriaal in een spoelbak in een kleine, inpandige, kelderbox waarin zich veel brandbare zaken bevonden. In die kelderbox bevond zich een vrouw genaamd [X], die door de brand om het leven is gekomen. Bovendien maakte die kelderbox deel uit van een flatgebouw met woningen waarin mensen sliepen. Tengevolge van de brand hebben omwonenden hun woningen moeten verlaten en hebben zij schade geleden. De officier van justitie heeft gevorderd dat de rechtbank wettig en overtuigend bewezen zal verklaren dat verdachte de onder 1 primair ten laste gelegde feiten heeft begaan. 3.2 Het standpunt van de verdediging De raadsvrouw heeft aangevoerd dat er geen sprake is van opzettelijke brandstichting nu verdachte in de kelderbox slechts vuur heeft aangestoken om zichzelf en [X] warm te houden, welk vuur uit de hand is gelopen. Opzet op het ontstaan van brand en het overlijden van [X] heeft ontbroken; verdachte is enkel naïef en onzorgvuldig te werk gegaan en heeft daarbij onaanvaardbare risico’s genomen. Voorts heeft verdachte er alles aan gedaan om het vuur te doven, en [X] - die mogelijk buiten kennis was door een hypoglycaemie als gevolg van suikerziekte - te redden en omwonenden te alarmeren. 3.3 De beoordeling van de tenlastelegging(1) Op 27 december 2008 zag de politie dat in de kelderbox behorend bij [adres] te 's Gravenhage brand had gewoed. Op de grond in de kelderbox zag de politie een verbrand vermoedelijk menselijk lichaam liggen. Dit lichaam is vervoerd naar het mortuarium gelegen [adres 2] te 's Gravenhage. De betreffende kelderbox maakt deel uit van een flatgebouwencomplex. De woningen van het complex bevinden zich boven de kelderboxruimtes op 4 etages.(2) Vanwege hevige rookontwikkeling moesten woningen gelegen boven de kelderbox worden ontruimd(3), sommige bewoners waren genoodzaakt zich een weg te banen via balkons van andere woningen teneinde in veiligheid te komen.(4) Bij de brand is [X], geboren [geboortedatum] 1982, om het leven gekomen. Op het stoffelijk overschot van het slachtoffer is sectie verricht en er heeft toxicologisch onderzoek plaatsgevonden. Bij toxicologisch onderzoek bleek in het bloed van het slachtoffer een koolmonoxidegehalte van 79,2 procent aanwezig te zijn.(5) De patholoog concludeert dat het slachtoffer als gevolg van rookgasvergiftiging door een brand is overleden(6). Uit aanvullende rapportage blijkt dat het slachtoffer nog in leven was ten tijde van een moment van brand.(7) Verdachte heeft ter terechtzitting van 17 juni 2009 verklaard dat hij zich op 27 december 2008 enige tijd na middernacht met [X] bevond in de kelderbox behorende bij de woning [adres] te 's Gravenhage. [X] was minder valide. Verdachte heeft daar toen papier en groen en wit isolatiemateriaal in een zich in de kelderbox bevindende spoelbak gedaan en dit aangestoken met een aansteker. De spoelbak was op kleine afstand van een motorbike geplaatst; na zeer korte tijd vatten de motorbike en daarna de andere zich in de kelderbox bevindende zaken vlam en breidde de brand zich uit. Verdachte is uit de kelderbox gevlucht in verband met de hevige rook en hij heeft [X] in de kelderbox achtergelaten. De kelderbox maakt deel uit van een bewoond flatgebouw. De woningen in het flatgebouw behoorden verdachte niet toe. Ook de zich in de woningen bevindende inboedels behoorden hem niet toe(8). De kelderbox had een afmeting van 4,5 bij 2,4 meter(9) en stond vol met spullen(10). De rechtbank is van oordeel dat de stelling van de raadsvrouw dat het met een aansteker in brand steken van papier en isolatiemateriaal in een spoelbak in een kleine, volle kelderbox geen brandstichting in de zin van artikel 157 van het Wetboek van Strafrecht is, geen steun vindt in het recht. Brandstichting is voltooid wanneer voorwerpen opzettelijk in brand worden gestoken, terwijl die daartoe op die tijd, plaats en wijze niet bestemd zijn. Voor bewezenverklaring van brandstichting is niet nodig dat deze is verricht met het opzet op het opgetreden gevaar of ingetreden gevolg; het benodigde opzet strekt niet verder dan de handeling. Verdachte heeft in casu het in brand steken van daartoe niet bestemd materiaal in een kleine daartoe niet bestemde kelderbox beoogd, immers hij heeft papier en isolatiemateriaal in brand gestoken omdat hij het warm wilde hebben. 3.4 De bewezenverklaring Op grond van het voorgaand acht de rechtbank, met verbetering van eventueel in de tenlastelegging voorkomende type- en taalfouten wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het hem bij dagvaarding primair ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat: hij op 27 december 2008 te 's-Gravenhage opzettelijk brand heeft gesticht in een kelderbox behorende bij een woning aan de [adres], immers heeft verdachte toen aldaar in die kelderbox opzettelijk: - stukjes papier en stukjes isolatiemateriaal in een spoelbak gedaan en - vervolgens dat papier en isolatiemateriaal met een aansteker aangestoken, ten gevolge waarvan die kelderbox met de in die kelderbox aanwezige inboedel/goederen gedeeltelijk zijn verbrand, - terwijl daarvan levensgevaar voor anderen te weten [X] en bewoners van belendende percelen aan die [straatnaam] te duchten was en - terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen te weten belendende percelen (woningen aan de [straatnaam]) met de in die percelen aanwezige inboedels te duchten was, - en het feit de dood van [X] ten gevolge heeft gehad. 4. De strafbaarheid van de feiten Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Dit levert de in de beslissing genoemde strafbare feiten op. 5. De strafbaarheid van de verdachte De rechtbank heeft acht geslagen op het verdachte betreffende voorlichtingsrapport van GGZ reclassering Palier van 14 mei 2009, opgemaakt en ondertekend door [A], reclasseringswerker, alsmede op het milieurapport van Palier van 4 juni 2009, opgemaakt door [B]. De rechtbank heeft voorts acht geslagen op de pro-justitia rapportages van psychiater drs. R. Thomassen (vast beëdigd deskundige) van 26 april 2009 en psycholoog dr. R.A.R. Bullens (vast beëdigd deskundige) van 11 mei 2009. Uit de rapporten komt naar voren dat verdachte niet lijdt aan een persoonlijkheidsstoornis en er ook geen sprake is van een gebrekkige ontwikkeling en/of ziekelijke stoornis. Wel is bij verdachte sprake van een lichte depressie en als gevolg van het gebeuren op 27 december 2008 van een posttraumatische stress stoornis (PTSS). Er is naar het oordeel van genoemde deskundigen echter geen causaal verband tussen de vastgestelde depressie of PTSS en de ten laste gelegde feiten. Deze kunnen, indien bewezen verklaard, hem volledig worden toegerekend. Wel is behandeling voor de PTSS geïndiceerd. De rechtbank kan zich vinden in bovenstaande rapporten en maakt de daarin opgenomen conclusies tot de hare. Er is ook overigens geen omstandigheid die de strafbaarheid van verdachte uitsluit aannemelijk geworden. Verdachte is derhalve strafbaar. 6. De straf/maatregel 6.1. De vordering van de officier van justitie De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 4 jaren, met aftrek van de tijd in voorarrest doorgebracht, waarvan 1 jaar voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren en als bijzondere voorwaarde reclasseringstoezicht. 6.2. Het standpunt van de verdediging De raadsvrouw heeft aangevoerd dat verdachte door hetgeen hij in de nacht van 26 op 27 december 2008 heeft meegemaakt al genoeg is gestraft. Verzocht wordt het opleggen van een vrijheidsstraf voor de duur van de tijd die verdachte reeds in voorarrest heeft doorgebracht en daarnaast een voorwaardelijke straf met een proeftijd van 2 jaar. Verdachte staat open voor reclasseringscontact. 6.3. Het oordeel van de rechtbank Na te melden straf is in overeenstemming met de ernst van de gepleegde feiten en de omstandigheden waaronder zij zijn begaan en de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan tijdens het onderzoek ter terechtzitting is gebleken. De rechtbank heeft bij de straftoemeting in aanmerking genomen dat brandstichting in het algemeen een zeer ernstig en gevaarzettend delict is. Ook de onderhavige brandstichting, in een kleine kelderbox waarin zich een minder valide vrouw bevond, op een locatie die is omgeven met woningen waarin zich mensen bevonden, is zeer gevaarlijk geweest en heeft grote gevolgen gehad. Er is een mensenleven te betreuren en diverse bewoners van boven de kelderbox gelegen woningen hebben voor hun leven gevreesd. De brand heeft een grote impact op hen gehad. Slachtoffers kunnen daarvan nog lange tijd de psychische gevolgen ondervinden. Daarnaast hebben diverse bewoners materiële schade geleden. De rechtbank zal bij de strafoplegging rekening houden met straffen die in vergelijkbare zaken worden opgelegd. De rechtbank laat voorts meewegen dat verdachte, zoals ter zitting is gebleken, zelf ook onder het gebeuren lijdt omdat hij door de brand zijn nicht heeft verloren met wie hij een nauwe relatie had. In die zin kan hij zelf ook als slachtoffer worden gezien. Echter, niet uit het oog verloren dient te worden dat verdachte in de ogen van de andere bij deze brand betrokkenen niet zozeer slachtoffer als wel dader is en om die reden een passende straf verdient. De door de rechtbank op te leggen straf dient ook aan die gevoelens recht te doen. De rechtbank stelt vast dat verdachte, blijkens het Uittreksel Justitiële Documentatie van 29 december 2008 betreffende verdachte, wel eerder maar niet voor soortgelijke feiten is veroordeeld. Alles afwegend acht de rechtbank een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van na te melden duur passend en geboden. Een deel van die straf zal voorwaardelijk worden opgelegd om verdachte ervan te weerhouden in de toekomst opnieuw strafbare feiten te plegen, maar ook om daaraan na te noemen bijzondere voorwaarde te verbinden. Weliswaar heeft de reclassering het opleggen van reclasseringstoezicht niet geadviseerd omdat verdachte te kennen heeft gegeven zelfstandig zijn problemen op gebied van huisvesting en financiën aan te willen pakken en toezicht van de reclassering slechts als een verlenging van zijn straf te zien, maar de rechtbank is van oordeel dat begeleiding van de reclassering niettemin gewenst is omdat het voor verdachte, gelet op alle problemen, te zwaar zal zijn om uitsluitend op eigen kracht zijn leven na afloop van zijn detentie weer op de rails te krijgen. De reclassering kan hem daarbij de nodige hulp en zorg bieden. 7. De toepasselijke wetsartikelen De op te leggen straf is gegrond op de artikelen: - 14a, 14b, 14c, 14d, 57, 63, 157 van het Wetboek van Strafrecht. Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden ten tijde van het bewezenverklaarde. 8. De beslissing De rechtbank, verklaart wettig en overtuigend bewezen, dat de verdachte de bij dagvaarding primair tenlastegelegde feiten heeft begaan en dat het bewezenverklaarde uitmaakt: opzettelijk brand stichten, terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen te duchten is en opzettelijk brand stichten, terwijl daarvan levensgevaar voor een ander te duchten is en het feit iemands dood ten gevolge heeft verklaart het bewezen verklaarde en de verdachte deswege strafbaar; verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij; veroordeelt de verdachte tot: een gevangenisstraf voor de duur van 3 jaren; bepaalt dat de tijd, door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van het onvoorwaardelijk gedeelte van de hem opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht; in verzekering gesteld op: 27 december 2008, in voorlopige hechtenis gesteld op: 30 december 2008, bepaalt, dat een gedeelte van die straf, groot 1 jaar niet zal worden tenuitvoergelegd, zulks onder de algemene voorwaarde, dat de veroordeelde zich voor het einde van de hierbij op 2 jaren vastgestelde proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit alsmede onder de hierna te noemen bijzondere voorwaarden: - dat de veroordeelde zich gedurende de proeftijd zal gedragen naar de voorschriften hem te geven door of namens de stichting Reclassering Nederland, ressort Den Haag. geeft hierbij opdracht aan bovengenoemde reclasseringsinstelling krachtens het bepaalde bij artikel 14d, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht; Dit vonnis is gewezen door mrs Van Rossum, voorzitter, Renckens en Van den Steenhoven-Blanken, rechters, in tegenwoordigheid van mr. Molenaar, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 1 juli 2009. 1 Wanneer hierna wordt verwezen naar een proces-verbaal, wordt - tenzij anders vermeld - bedoeld een ambtsedig proces-verbaal, opgemaakt in de wettelijke vorm door een of meer daartoe bevoegde (opsporings)ambtenaren. Waar wordt verwezen naar dossierpagina’s, betreft dit de pagina’s van het doorgenummerde (pagina’s 1 tot en met 922) proces-verbaal van de Politie Haaglanden met het nummer PL 1532/2008/67692 (hierna: PV1), dan wel het doorgenummerde (pagina’s 1 tot en met 107) relaas proces-verbaal forensisch technisch onderzoek met bijlagen van de Politie Haaglanden, behorende bij PV1 (hierna: PV2). 2 Proces-verbaal van bevindingen, PV1, pag. 31-32 en PV2 pag. 66. 3 Brandrapport, PV1, pag.18-19 4 Getuige [C], PV1, pag. 68 en 430 en getuige [D], PV1, pag 424. 5 Deskundigenrapport NFI (toxicologie) van 9 februari 2009 PV2 pag. 99-104 6 Deskundigenrapport NFI (pathologie) van 24 april 2009, PV2, pag. 66 7 Aanvullend deskundigenrapport NFI (pathologie) van 15 juni 2009 8 Verklaring van verdachte ter terechtzitting van 17 juni 2009. 9 Proces-verbaal forensisch technisch onderzoek, PV2, pag. 53. 10 Proces-verbaal verhoor getuige [E], PV1, pag. 447.