
Jurisprudentie
BJ1102
Datum uitspraak2009-07-01
Datum gepubliceerd2009-07-01
RechtsgebiedBestuursrecht overig
Soort ProcedureHoger beroep
Instantie naamRaad van State
Zaaknummers200807800/1/H2
Statusgepubliceerd
Datum gepubliceerd2009-07-01
RechtsgebiedBestuursrecht overig
Soort ProcedureHoger beroep
Instantie naamRaad van State
Zaaknummers200807800/1/H2
Statusgepubliceerd
Indicatie
Bij besluit van 5 april 2007 heeft de staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (hierna: de staatssecretaris) een aanvraag van [appellant] om subsidie voor de aanschaf van een automatisch melksysteem afgewezen.
Uitspraak
200807800/1/H2.
Datum uitspraak: 1 juli 2009
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak op het hoger beroep van:
[appellant], wonend te [woonplaats],
tegen de uitspraak van de rechtbank 's-Hertogenbosch van 9 september 2008 in zaak nr. 07/2391 in het geding tussen:
appellant
en
de staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.
1. Procesverloop
Bij besluit van 5 april 2007 heeft de staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (hierna: de staatssecretaris) een aanvraag van [appellant] om subsidie voor de aanschaf van een automatisch melksysteem afgewezen.
Bij besluit van 19 juni 2007 heeft de staatssecretaris het door [appellant] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.
Bij uitspraak van 9 september 2008, verzonden op 15 september 2008, heeft de rechtbank 's-Hertogenbosch (hierna: de rechtbank) het door [appellant] daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard. Deze uitspraak is aangehecht.
Tegen deze uitspraak heeft [appellant] bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 23 oktober 2008, hoger beroep ingesteld.
De staatssecretaris heeft een verweerschrift ingediend.
De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 27 mei 2009, waar [appellant] in persoon en de staatssecretaris, vertegenwoordigd door mr. R.A. van der Oord, werkzaam bij het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, zijn verschenen.
2. Overwegingen
2.1. Ingevolge artikel 8, derde lid, van de SZW-subsidieregeling financiële ondersteuning arbeidsmiddelen (hierna: de regeling) (Stcrt. 2004, 233, pag. 12), zoals gewijzigd bij besluit van 8 juni 2006 (Stcrt. 2006, 113, pag. 18), is voor de toepassing van deze regeling in het kalenderjaar 2006 het subsidieplafond vastgesteld op € 4.400.000,00.
Ingevolge artikel 8, derde lid, zoals gewijzigd bij besluit van 15 december 2006 (Stcrt. 2006, 252, pag. 20), is voor de toepassing van de regeling voor arbeidsmiddelen waarvan de factuurdatum is gelegen op of tussen 1 januari 2006 en 31 december 2006 ten hoogste € 4.400.000,00 beschikbaar.
Ingevolge artikel 4, tweede lid, van de regeling - voor zover thans van belang - wordt de subsidieaanvraag onderbouwd met een factuur en een betalingsbewijs.
Ingevolge het vierde lid wordt de subsidieaanvraag binnen drie maanden na de factuurdatum ingediend.
Ingevolge artikel 9, eerste lid worden subsidieaanvragen behandeld op volgorde van binnenkomst van de volledige aanvraag.
2.2. [appellant] betoogt dat de rechtbank heeft miskend dat hij ten tijde van de aankoop niet kon weten dat het subsidieplafond overschreden zou worden en hem dan ook niet kan worden tegengeworpen dat hij zijn aanvraag pas in 2007 heeft ingediend. Daarbij heeft hij zijn aanvraag laat ingediend om redenen van gezondheid, alsmede door problemen met de software bij het installeren van het melksysteem. Voorts heeft de rechtbank ten onrechte overwogen dat hij de verdeling van het beschikbare subsidiebedrag niet heeft betwist, aldus [appellant].
2.3. [appellant] heeft de aanvraag om subsidie voor de aanschaf van een arbeidsmiddel op 9 februari 2007 gedaan. De koopovereenkomst is op 22 september 2006 gesloten. Niet is geschil is dat de laatste factuur voor die aanschaf dateert van 7 december 2006, zodat de gevraagde subsidie ten laste diende te komen van het budget voor het kalenderjaar 2006. Vast staat voorts dat het subsidieplafond op 31 oktober 2006 was bereikt.
2.4. Aangezien het subsidieplafond ten tijde van de indiening van de aanvraag was bereikt, was de staatssecretaris ingevolge artikel 4:25, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht gehouden het verzoek af te wijzen, als hij heeft gedaan. Dat [appellant] zijn aankoop, als gesteld, heeft gedaan, voordat het subsidieplafond was bereikt, maakt dat niet anders, nu de factuurdatum en het betalingsbewijs bepalend zijn voor het moment waarop de aanvraag kan worden ingediend. Deze gehoudenheid tot afwijzing van de aanvraag brengt ook mee dat geen rekening gehouden kon worden met omstandigheden van persoonlijke of zakelijke aard. Het betoog faalt.
2.5. Het hoger beroep is ongegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.
2.6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
3. Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State
Recht doende in naam der Koningin:
bevestigt de aangevallen uitspraak.
Aldus vastgesteld door mr. R.W.L. Loeb, voorzitter, en mr. C.H.M. van Altena en mr. C.J. Borman, leden, in tegenwoordigheid van mr. A.M. van Meurs-Heuvel, ambtenaar van Staat.
w.g. Loeb w.g. Van Meurs-Heuvel
voorzitter ambtenaar van Staat
Uitgesproken in het openbaar op 1 juli 2009
47.