Wetboek-online maakt gebruik van cookies. sluiten
bladeren
zoeken

Jurisprudentie

BJ1092

Datum uitspraak2009-07-01
Datum gepubliceerd2009-07-01
RechtsgebiedBestuursrecht overig
Soort ProcedureEerste aanleg - meervoudig
Instantie naamRaad van State
Zaaknummers200808478/1/R2
Statusgepubliceerd


Indicatie

Bij besluit van 3 juni 2008, kenmerk 2006-023535, heeft het college van gedeputeerde staten van Gelderland (hierna: het college) opnieuw besloten over de goedkeuring van het door de raad van de gemeente Ede (hierna: de raad) bij besluit van 29 januari 2004 vastgestelde bestemmingsplan "ISEV" (hierna: het plan).


Uitspraak

200808478/1/R2. Datum uitspraak: 1 juli 2009 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak in het geding tussen: [appellant], wonend te [woonplaats], en het college van gedeputeerde staten van Gelderland, verweerder. 1. Procesverloop Bij besluit van 3 juni 2008, kenmerk 2006-023535, heeft het college van gedeputeerde staten van Gelderland (hierna: het college) opnieuw besloten over de goedkeuring van het door de raad van de gemeente Ede (hierna: de raad) bij besluit van 29 januari 2004 vastgestelde bestemmingsplan "ISEV" (hierna: het plan). Tegen dit besluit heeft [appellant] bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 24 november 2008, beroep ingesteld. De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige. De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 11 juni 2009, waar [appellant], vertegenwoordigd door mr. ing. E. Stroobosscher, en het college, vertegenwoordigd door P.G.A.L. Evers, ambtenaar in dienst van de provincie, zijn verschenen. 2. Overwegingen 2.1. Ingevolge artikel 28, tweede lid, van de Wet op de Ruimtelijke Ordening, gelezen in samenhang met artikel 10:27 van de Algemene wet bestuursrecht, rust op het college de taak om - in voorkomend geval mede op basis van de ingebrachte bedenkingen - te onderzoeken of het plan niet in strijd is met een goede ruimtelijke ordening. Daarbij dient het college rekening te houden met de aan de raad toekomende vrijheid om bestemmingen aan te wijzen en voorschriften te geven die de raad uit een oogpunt van een goede ruimtelijke ordening nodig acht. Daarnaast heeft het college er op toe te zien dat het plan en de totstandkoming daarvan niet in strijd zijn met het recht. 2.2. Het bestemmingsplan voorziet voor het gebied tussen Ede en De Klomp in de aanleg van drie bedrijventerreinen met daartussen een landelijk middengebied dat onder meer als ecologische verbindingszone en stedelijk uitloopgebied zal worden ingericht. Met omliggende groenzones en verbindende weginfrastructuur heeft het totale gebied dat is gemoeid met de ontwikkeling van de bedrijventerreinen een oppervlakte van meer dan 150 hectare. 2.3. Bij besluit van 31 augustus 2004, kenmerk RE2004.18344, heeft het college gedeeltelijk goedkeuring aan het plan onthouden. Tegen dit besluit heeft [appellant] beroep ingesteld. De Afdeling heeft bij uitspraak van 26 oktober 2005 in zaak nr. 200408414/1, het besluit van het college vernietigd voor zover daarbij goedkeuring is verleend aan het plandeel met de bestemming "Bedrijventerrein uit te werken", gelegen op een afstand van 100 meter, gemeten vanuit de kleine veestal op het perceel [locatie]. Het college heeft bij het thans bestreden besluit wederom gedeeltelijk, zij het voor een groter gedeelte, goedkeuring onthouden aan het desbetreffende plandeel. 2.4. [appellant] oefent een rundveehouderij uit op het perceel [locatie]. Hij stelt in beroep dat het college opnieuw ten onrechte goedkeuring heeft verleend aan plandelen met de bestemming "Bedrijventerrein uit te werken" die betrekking hebben op gronden die liggen binnen de stankcirkel die geldt vanwege zijn agrarisch bedrijf. Het college heeft ten onrechte niet gemeten vanaf de kleine veestal op de grens van het agrarische bouwperceel met als gevolg dat het bedrijf zal worden belemmerd in zijn ontwikkelingsmogelijkheden en een goed woon- en leefklimaat niet kan worden gegarandeerd, aldus [appellant]. 2.5. Het college stelt zich op het standpunt dat het goedkeuring heeft onthouden aan het plandeel voor zover dit ziet op gronden binnen de stankcirkel van 100 meter van het bedrijf van [appellant]. Volgens het college moet worden gemeten vanaf de oostelijk van de grote veestal gelegen kleine veestal op het perceel. 2.6. Tussen partijen is niet in geschil dat voor het berekenen van de stankcirkel uitgegaan dient te worden van een afstand van 100 meter, gemeten vanuit de kleine veestal. 2.7. Ter zitting is komen vast te staan dat de kleine veestal, waaraan aanbouwen zijn gebouwd en die ongeveer 25 meter lang is, zich bevindt op een afstand van ongeveer 15 meter ten oosten van de grote veestal. Uitgaand van deze locatie correspondeert het op de plankaart roodomlijnde plandeel niet met de stankcirkel welke zich uitstrekt over een afstand van 100 meter van de kleine veestal en heeft het college ten onrechte goedkeuring verleend aan plandelen met genoemde bestemming die zien op gronden binnen bedoelde stankcirkel. 2.8. De conclusie is dat hetgeen [appellant] heeft aangevoerd aanleiding geeft voor het oordeel dat het bestreden besluit is genomen in strijd met de bij het voorbereiden van een besluit te betrachten zorgvuldigheid. Het beroep is gegrond. Het bestreden besluit dient wegens strijd met artikel 3:2 van de Algemene wet bestuursrecht te worden vernietigd voor zover het betreft de goedkeuring van de plandelen met de bestemming "Bedrijventerrein uit te werken", die zien op gronden binnen een straal van 100 meter gemeten vanuit de kleine veestal op het perceel [locatie], zoals nader aangegeven op de bij deze uitspraak behorende kaart. De Afdeling ziet aanleiding om zelfvoorziend goedkeuring aan bedoelde plandelen te onthouden. 2.9. Het college dient op na te melden wijze in de proceskosten te worden veroordeeld. 3. Beslissing De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State Recht doende in naam der Koningin: I. verklaart het beroep gegrond; II. vernietigt het besluit van het college van gedeputeerde staten van Gelderland van 3 juni 2008, kenmerk 2006-023535, voor zover het betreft de goedkeuring van de plandelen met de bestemming "Bedrijventerrein uit te werken", die zien op gronden gelegen binnen een straal van 100 meter gemeten vanuit de kleine veestal op het perceel [locatie], zoals nader aangegeven op de bij deze uitspraak behorende kaart; III. onthoudt goedkeuring aan de plandelen genoemd onder II.; IV. bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van het besluit van 3 juni 2008 voor zover het betreft het onder III. vermelde; V. veroordeelt het college van gedeputeerde staten van Gelderland tot vergoeding van bij [appellant] in verband met de behandeling van het beroep opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 644,00 (zegge: zeshonderdvierenveertig euro), geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand; het dient door het college aan [appellant] onder vermelding van het zaaknummer te worden betaald; VI. gelast dat de provincie Gelderland aan [appellant] het door hem voor de behandeling van het beroep betaalde griffierecht ten bedrage van € 145,00 (zegge: honderdvijfenveertig euro) vergoedt. Aldus vastgesteld door mr. R.J. Hoekstra, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. F.W.M. Kooijman, ambtenaar van Staat. w.g. Hoekstra w.g. Kooijman lid van de enkelvoudige kamer ambtenaar van Staat Uitgesproken in het openbaar op 1 juli 2009 177-612.