Wetboek-online maakt gebruik van cookies. sluiten
bladeren
zoeken

Jurisprudentie

BJ1049

Datum uitspraak2009-06-25
Datum gepubliceerd2009-07-01
RechtsgebiedCiviel overig
Soort ProcedureVoorlopige voorziening
Instantie naamRechtbank Amsterdam
Zaaknummers429311 / KG ZA 09-1166 P/PvV
Statusgepubliceerd


Indicatie

Kort geding. GIN Schade en Beleggers GIN zijn allebei stichtingen die opkomen voor de belangen van beleggers in het failliete beleggingsfonds Groen Invest Nederland (GIN). Beide stichtingen vragen aan de bij hun aangesloten beleggers om een bijdrage. Beleggers GIN heeft op haar website onder meer gesteld dat GIN Schade zich alleen richt op het verhalen van schade en dat GIN Schade ook om een extra bijdrage kan vragen indien niet voldoende beleggers zijn aangesloten. Volgens GIN Schade zijn deze uitlatingen op de website van Beleggers GIN onrechtmatig en gaat het hier om misleidende vergelijkende reclame. GIN Schade vordert daarom een rectificatie. Vorderingen worden afgewezen.


Uitspraak

vonnis RECHTBANK AMSTERDAM Sector civiel recht, voorzieningenrechter, zaaknummer / rolnummer: 429311 / KG ZA 09-1166 P/PvV Vonnis in kort geding van 25 juni 2009 in de zaak van 1. [eiser1], wonende te [woonplaats], 2. de stichting STICHTING GIN SCHADE, gevestigd te Amsterdam, eisers bij dagvaarding van 8 juni 2009, advocaat mr. E.L. van de Water te Amsterdam, tegen 1. de stichting STICHTING C.V. IN NOOD, gevestigd te Amsterdam, 2. de stichting STICHTING BELEGGERS GIN, gevestigd te Amsterdam, gedaagden, advocaat mr. M.H.R.N.Y. Cordewener te Amsterdam. 1. De procedure Ter terechtzitting van 17 juni 2009 hebben eisers, verder gezamenlijk te noemen [eiser1] c.s. en ieder afzonderlijk [eiser1] en Gin Schade, gesteld en gevorderd overeenkomstig de in fotokopie aan dit vonnis gehechte dagvaarding. Gedaagden, verder gezamenlijk te noemen Beleggers GIN c.s. en ieder afzonderlijk C.V. in Nood en Beleggers GIN, hebben verweer gevoerd met conclusie tot weigering van de gevraagde voorzieningen. Beide partijen hebben producties en pleitnota’s in het geding gebracht. Aan de zijde van [eiser1] c.s. was [eiser1] ter terechtzitting aanwezig. Aan de zijde van Beleggers GIN c.s. waren aanwezig: [bestuurder], bestuurder van C.V. in Nood en Beleggers GIN, mr. K.A, Jelsma en mr. Cordewener. Na verder debat hebben partijen verzocht vonnis te wijzen. 2. De feiten 2.1. Groen Invest Nederland (GIN) B.V. (hierna: GIN) houdt zich vanaf omstreeks 1996 bezig met het aanbieden aan particuliere beleggers van rechten op kapopbrengsten - na 8, 15 en 20 jaar - van in Nederland en in Frankrijk te kweken Robiniabomen op geïndividualiseerde percelen. In totaal werd door de GIN-groep in Nederland ruimt 765 ha. grond beplant met Robiniabomen en werden er 7.000 participaties verkocht aan ongeveer 5.000 particuliere beleggers. De totale inleg door de particuliere beleggers bedraagt circa EUR 70 miljoen. 2.2. [eiser1] is advocaat te Amsterdam. Bij brief van 29 februari 2008 heeft [eiser1] participanten in GIN, in verband met het uitblijven van een eerste (kap)uitkering door GIN, aangeboden om een collectieve actie tegen GIN te starten. De brief vermeldt, voor zover van belang, het volgende: “Op verzoek van diverse GIN participanten, en bij voldoende animo, beoogt [eiser1] & Van de Water Advocaten een collectief juridische actie GIN te entameren. U kunt mogelijk uw schade(deels) vergoed krijgen indien u deelneemt. Bij voldoende animo zal een collectief juridische aansprakelijkheidsprocedure, alsmede één of meer schadeprocedures worden gevoerd. (…) Juridische kosten Voor de kosten van juridische bijstand heeft u de keuze uit een: (i) (deels) resultaatafhankelijke bijdrage; (ii) niet resultaatafhankelijke bijdrage, bij voorschot te voldoen (uurbasis). Ad (i) De (deels) resultaatafhankelijke bijdrage is gebaseerd op een in de advocatuur gebruikelijk incassotarief. Hierbij is een eenmalige bijdrage verschuldigd per participatie van € 75,00. Voor degenen die kiezen voor de (deels) resultaatafhankelijke bijdrage zullen de externe kosten (griffierecht, deurwaarder, externe deskundigen e.d.) worden voldaan uit de eenmalige bijdrage. Het eventueel nog verschuldigde resultaatafhankelijke deel is dus enkel verschuldigd indien en voor zover door u vergoeding wordt ontvangen. De (deels) resultaatafhankelijke bijdrage strekt tot al hetgeen waartoe u in de toekomst wordt gecompenseerd in verband met de collectief juridische actie. Bij deelname op basis van de resultaatafhankelijke bijdrage verleent u toestemming voor de inning van uw (schade)vergoeding. Ook verleent u toestemming voor de verrekening van de resultaat afhankelijke bijdrage met uw (schade)vergoeding voor zover deze wordt ontvangen. Ad (ii) De niet resultaatafhankelijk bijdrage wordt op uurbasis in rekening gebracht al naar gelang er werkzaamheden zijn verricht. Het uurtarief bedraagt € 200,00 exclusief 6% kantoorkosten en BTW. Voorts zullen de eventuele externe kosten (griffierecht, deurwaarder, externe deskundigen e.d.) pro rato over het totaal aantal deelnemers worden omgeslagen. Indien u kiest voor de niet resultaatafhankelijke vergoeding dient u een voorschot te voldoen van €200,00 per participatie. U bent niets meer verschuldigd bij ontvangst van een vergoeding maar u dient wel rekening te houden met (mogelijk meerdere) verdere voorschotbetalingen.” 2.3. Bij akte van 3 juli 2008 is door [eiser1] GIN Schade opgericht. GIN Schade heeft als doelstelling het behartigen van de belangen van de participanten in GIN. GIN Schade maakt voor het bereiken van haar doelstellingen gebruik van de diensten van [eiser1]. 2.4. Op 6 mei 2009 is aan GIN surseance van betaling verleend. Op 11 mei 2009 heeft de rechtbank ’s-Hertogenbosch de surseance van betaling ingetrokken onder het gelijktijdig uitspreken van het faillissement. 2.5. [bestuurder] is bestuurder van C.V. in Nood. Een stichting met als doel het behartigen van belangen van vennoten in commanditaire vennootschappen. 2.6. Bij akte van 18 mei 2009 is door [bestuurder] Beleggers GIN opgericht. Een van de doelen van Beleggers GIN is het behartigen van de belangen van de beleggers in GIN, waaronder het incasseren van vorderingen en het bemiddelen bij en het ondersteunen van aanvragen voor een (geldelijke) vergoeding van schade. In de akte van oprichting is [bestuurder] tot (enig) bestuurder van Beleggers GIN benoemd. 2.7. Op de website van Beleggers GIN valt het volgende, voor zover hier van belang, te lezen: “VRAAG EN ANTWOORD Op deze pagina geven wij in algemene zin antwoord op vragen die ons zijn gesteld. (…) IS HET BEDRAG VAN EUR 100 EENMALIG? Het bedrag is eenmalig, er zijn geen extra kosten als er uitgekeerd wordt. Alleen als er door de aangesloten beleggers besloten wordt om te gaan procederen om schade te verhalen, dan zou een extra bijdrage gevraagd kunnen worden als er niet voldoende beleggers meedoen. Dat is overigens ook bij [eiser1] het geval. U heeft dan echter altijd de mogelijkheid om daarmee niet mee te gaan. Zonder uw instemming worden de kosten dus niet hoger. (…) MIS IK DE BOOT ALS IK MIJ NIET BIJ HET INITIATIEF VAN [eiser1] AANSLUIT? Nee. U kunt wellicht niet meer met die procedure meedoen, maar op eenvoudige wijze kunnen we dezelfde vordering tegen dezelfde partijen instellen. Ook is het goed mogelijk dat met de groep die door [eiser1] wordt vertegenwoordigd kan worden samengewerkt. Er is dus geen noodzaak om zich bij [eiser1] aan te sluiten. NB. [eiser1] richt zich ALLEEN op het verhalen van schade, niet op een goede afwikkeling van het faillissement. Een dergelijke schadeprocedure is langdurig en de uitkomst is onzeker. Bovendien is er geen haast om die procedure te beginnen. Samenbundeling van krachten bij de afwikkeling va het faillissement is hard nodig en kan ook geen uitstel lijden.” 2.8. In mei 2009 heeft [eiser1] participanten in GIN geïnformeerd over GIN Schade en de mogelijkheid om via GIN Schade een collectieve actie te ondernemen. De te betalen resultaatafhankelijk bijdrage is in die brief per participatie gesteld op EUR 150,00 en de niet resultaatafhankelijke bijdrage op EUR 210,00 per uur. 2.9. Bij brief van 20 mei 2009 heeft [eiser1], mede namens GIN Schade, aan Beleggers GIN en C.V. in Nood meegedeeld dat de mededelingen op de website van Beleggers GIN, dat door [eiser1] om een extra bijdrage zal worden gevraagd indien niet voldoende beleggers meedoen en dat [eiser1] zich alleen op het verhalen van schade richt, onjuist en misleidend zijn. Beleggers GIN en C.V. in Nood zijn daarbij gesommeerd om die mededelingen onmiddellijk en elk geval voor 22 mei 2009 om 10.00 uur van de website te verwijderen en verwijderd te houden, alsmede gedurende een termijn van tien dagen een rectificatie op de website van Beleggers GIN te plaatsen. 2.10. Bij brief van 22 mei 2009 heeft [bestuurder], namens Beleggers GIN, aan [eiser1] meegedeeld dat wordt bestreden dat de website onjuiste en misleidende mededelingen bevat en dat de gewraakte mededelingen zullen worden verwijderd zodra [eiser1] bevestigt dat hij noch GIN Schade een extra vergoeding aan de beleggers zullen vragen. 2.11. Op 7 juni 2009 om 14.40 uur is (tevens) de volgende informatie, voor zover hier van belang, op de website van Beleggers Gin geplaatst: “VÓÓR EN DÓÓR BELEGGERS GROEN INVEST (…) De beleggers hebben zich verenigd in de Stichting Beleggers GIN. Deze Stichting werd op 18 mei 2009 opgericht en zal onderzoek doen en actie nemen ter behartiging van de belangen van de beleggers die zich hebben aangesloten. (…) De stichting heeft voor de uitvoering van het onderzoek en de overige werkzaamheden CV in Nood ingeschakeld. Deze organisatie is in 2005 opgericht met als doel de belangenbehartiging van beleggers in vastgoed-, hardhout- en scheepsbeleggingen in niet genoteerde fondsen. [bestuurder] is directeur van CV in Nood en heeft zeer veel ervaring met dit soort beleggingsfondsen en de daaruit voortvloeiende problematiek. De heer [bestuurder] is van 1987 tot 2000 advocaat geweest, actief in het internationale ondernemingsrecht en faillissementsrecht. (…) Het aantal aanmeldingen was op 8 juni 2009 1036 beleggers Deze site wordt beheerd in opdracht van de Stichting Beleggers GIN. ” 3. Het geschil 3.1. [eiser1] c.s. vordert samengevat - Beleggers GIN en C.V. in Nood, op straffe van verbeurte van een dwangsom, te veroordelen de mededelingen: ‘Dat is overigens ook bij [eiser1] het geval’ en ‘NB: [eiser1] richt zich ALLEEN op het verhalen van schade, niet op een goede afwikkeling van het faillissement’, alsmede overig onjuiste mededelingen, waaronder het aantal gemelde beleggers bij Beleggers GIN, haar bestuur, de doelstelling van Stichting C.V. in Nood en de expertise van haar enig bestuurder, van de website te verwijderen en verwijderd te houden en om een rectificatie te plaatsen. Daarnaast vordert [eiser1] c.s. dat Beleggers GIN en C.V. in Nood in de buitengerechtelijke kosten worden veroordeeld, alsmede in de kosten van dit geding. 3.2. [eiser1] c.s. stelt daartoe - samengevat - dat GIN Schade in juli 2008 op initiatief van [eiser1] & Van de Water advocaten is opgericht nadat een toenemend aantal verontruste beleggers in GIN zich tot dat advocatenkantoor hadden gewend. Pas na het faillissement van GIN is door [bestuurder] Beleggers GIN opgericht. Beleggers GIN maakt gebruik van de diensten van C.V. in Nood waarvan [bestuurder] ook bestuurder is. Om gedupeerden te werven houdt Beleggers GIN sinds medio 2009 een website in stand. Op de website van Beleggers GIN zijn onjuiste mededelingen opgenomen ten aanzien van [eiser1] en GIN Schade, ten aanzien van de doelstelling en expertise van C.V. in Nood en ten aanzien van het bestuur van Beleggers GIN en het aantal bij Beleggers GIN aangemelde dupeerden. De onjuiste mededeling ten aanzien van [eiser1] en GIN Schade is onder meer dat door [eiser1] een extra bijdrage kan worden gevraagd voor het nemen van rechtsmaatregelen bij onvoldoende animo onder de beleggers. Deze mededeling is onjuist omdat er bij GIN Schade voldoende beleggers zijn aangesloten waardoor geen verzoek om een extra bijdrage zal volgen voor het nemen van verdere rechtsmaatregelen. Voorts wordt op de website ten onrechte de suggestie gewekt als zou er bij [eiser1] en GIN Schade sprake zijn van het eventueel hoger worden van de kosten zonder voorafgaande instemming. Ook is de mededeling op de website dat op eenvoudige wijze een zelfde vordering kan worden ingesteld onjuist. Aan de vorderingen van GIN Schade is honderden uren juridisch onderzoek door [eiser1] voorafgegaan. Door Beleggers GIN wordt echter de indruk gewekt dat het een eenvoudige zaak betreft en dat een vordering van haar gelijke kans van slagen heeft. Verder is volstrekt ontoelaatbaar de mededeling op de website dat [eiser1] zich alleen op het verhalen van schade zou richten en niet op een goede afwikkeling van het faillissement. Deze mededeling is alleen bedoeld om [eiser1] en GIN Schade in een negatief daglicht te stellen en is daarom onrechtmatig. Nu het hier om vergelijkende reclame gaat ligt op grond van artikel 6:195 BW de bewijslast van de juistheid van deze mededelingen bij Beleggers GIN. De onjuiste mededelingen ten aanzien van C.V. in Nood bestaan eruit dat wordt gesteld dat C.V. in Nood als doelstelling zou hebben het behartigen van belangen van beleggers in hardhout. Voor zover [eiser1] en GIN Schade bekend is er nimmer een hardhoutbelegging aangeboden in de vorm van een commanditair vennootschap. Voorts wordt er ten onrechte gepretendeerd dat [bestuurder] zeer veel ervaring heeft met hardhoutbeleggingen. Gelet op het bepaalde in artikel 6:194 BW rust op Beleggers GIN en C.V. in Nood de juistheid van deze mededelingen. De onjuiste mededelingen op de website ten aanzien van Beleggers GIN bestaat uit de mededelingen op de website dat Beleggers GIN vóór en dóór beleggers is en dat het aantal aanmeldingen bij Beleggers GIN op 8 juni 1036 bedroeg. Het bestuur van Beleggers GIN wordt namelijk gevormd door [bestuurder] die geen belegger is in GIN. Beleggers GIN is dan ook niet een stichting door beleggers GIN. Daarnaast is het voor beleggers pas sinds 7 juni 2009 mogelijk om zich aan te melden bij Beleggers GIN. Dat op 8 juni 2009 reeds meer dan 1.000 beleggers zich hadden aangemeld is dan ook zeer onwaarschijnlijk, te meer nu Beleggers GIN op 18 mei 2009 aan de rechtbank ’s-Hertogenbosch heeft bericht de belangen van 500 beleggers te behartigen en op 9 april 2009 telefonisch, bij monde van [bestuurder], heeft verklaard dat zij door circa 200 beleggers was benaderd om hun belangen te behartigen. Op grond van artikel 6:194 BW rust ook ten aanzien van deze stellingen de bewijslast op Beleggers GIN en C.V. in Nood. Gelet op deze en voormelde misleidende mededelingen is een rectificatie op zijn plaats. Daarnaast zijn Beleggers GIN en C.V. in Nood aansprakelijk voor de gemaakte buitengerechtelijke kosten. Aldus [eiser1] en GIN Schade. 3.3. Beleggers GIN c.s. voert verweer waarop hierna, voor zover van belang, nader zal worden ingegaan. 4. De beoordeling 4.1. In geschil is de vraag of de mededelingen op de website van Beleggers GIN onrechtmatig jegens [eiser1] en GIN Schade zijn. 4.2. Met betrekking tot C.V. in Nood wordt daarbij overwogen dat niet is aangetoond of aannemelijk gemaakt op welke wijze C.V. in Nood verantwoordelijk kan en moet worden gehouden voor de mededelingen op de website van Beleggers GIN. Het betreft hier immers mededelingen van Beleggers GIN en niet van C.V. in Nood zelf. Dat Beleggers GIN C.V. in Nood voor haar werkzaamheden inschakelt of dat de bestuurder van C.V. in Nood tevens bestuurder van Beleggers GIN is maakt dat niet anders. Enkel op grond daarvan kunnen de mededelingen op de website van Beleggers GIN niet (mede) aan C.V. in Nood worden toegerekend. De vorderingen jegens C.V. in Nood zullen daarom worden afgewezen. 4.3. Ten aanzien van Beleggers GIN is allereerst aan de orde of de mededelingen op de website van Beleggers GIN, zoals door [eiser1] en GIN Schade gesteld, als misleidende of vergelijkende reclame moeten worden aangemerkt als bedoeld in de artikelen 6:194 en 6:194a BW. Overwogen wordt dat de artikelen 6:194 en 6:194a BW zien op mededelingen die worden geuit in het kader van commerciële, industriële of ambachtelijke activiteiten. Door Beleggers GIN is in dat verband betoogd dat zij, evenals GIN Schade, een stichting met een ideëel doel is, namelijk de behartiging van beleggers in GIN, en dat door haar geen op winst gerichte activiteiten worden ontplooid. In reactie daarop hebben [eiser1] en GIN Schade weliswaar gesteld dat Beleggers GIN, in tegenstelling tot GIN Schade, wel als een commerciële instelling moet worden aangemerkt, maar daarvoor is geen enkel bewijs aangedragen. De enkele omstandigheid dat Beleggers GIN, evenals GIN Schade, voor het bereiken van haar doelstellingen gebruik maakt van (rechts)personen die met hun handelen wel een commercieel oogmerk hebben is onvoldoende om Beleggers GIN als een commerciële instelling aan te merken. Geoordeeld wordt daarom dat de artikelen 6:194 en 6:194a, alsmede de in dat verband door [eiser1] en GIN Schade genoemde omkering van de bewijslast op grond van artikel 6:195 BW, in het onderhavige geval toepassing missen. 4.4. De hiervoor in 4.1. opgeworpen vraag zal in het onderhavige geval derhalve aan de hand het bepaalde in artikel 6:162 BW moeten worden beantwoord. In dat kader wordt overwogen dat de vorderingen van [eiser1] en GIN Schade in beginsel een beperking inhouden van het in artikel 10 lid 1 van het Europees Verdrag van de Rechten van de Mens (EVRM) neergelegde grondrecht van Beleggers GIN op vrijheid van meningsuiting. Een dergelijk recht kan slechts worden beperkt indien dit bij de wet is voorzien en noodzakelijk is in een democratische samenleving bijvoorbeeld ter bescherming van de goede naam en de rechten van anderen (artikel 10 lid 2 EVRM). Van een beperking die bij de wet is voorzien is sprake, wanneer de uitlatingen van Beleggers GIN onrechtmatig zijn in de zin van artikel 6:162 BW. Voor het antwoord op de vraag welk recht – het recht op vrije meningsuiting of het recht ter bescherming van eer of goede naam – in dit geval zwaarder weegt, moeten de wederzijdse belangen worden afgewogen. 4.5. Het belang van Beleggers GIN is dat zij zich in het openbaar moeten kunnen uitlaten. Het belang van [eiser1] en GIN Schade is erin gelegen dat zij niet lichtvaardig worden blootgesteld aan voor hen ongewenste publiciteit. Welk van deze belangen, die in beginsel gelijkwaardig zijn, de doorslag behoort te geven, hangt af van de omstandigheden van het geval. 4.6. De eerste mededeling van Beleggers GIN waartegen [eiser1] en GIN Schade hun vorderingen richten is de mededeling op de website ‘Alleen als er door de aangesloten beleggers besloten wordt om te gaan procederen om schade te verhalen, dan zou een extra bijdrage gevraagd kunnen worden als er niet voldoende beleggers meedoen. Dat is overigens ook bij [eiser1] het geval. U heeft dan echter altijd de mogelijkheid om daarmee niet mee te gaan. Zonder uw instemming worden de kosten dus niet hoger.’ Met name gaat het daarbij om het tekstgedeelte waarin wordt gesteld dat ook door [eiser1] om een extra bijdrage kan worden gevraagd. Bij de beantwoording van de vraag of deze mededeling onrechtmatig is wordt overwogen dat uit hetgeen [eiser1] ter terechtzitting desgevraagd heeft verklaard blijkt dat hij zijn werkzaamheden weliswaar afstemt op het beschikbare budget, maar dat als het budget op is en er nog rechtsmaatregelen moeten worden genomen er een extra bijdrage nodig zal zijn. Gelet hierop is dus ook bij GIN Schade en [eiser1] niet uit te sluiten dat aan de deelnemende beleggers om een extra bijdrage zal worden gevraagd. Daarnaast blijkt uit vergelijking van de brief van [eiser1] van 29 februari 2008 (zie 2.2) met die van mei 2009 (zie 2.8.), dat de bijdrage die door beleggers moet worden betaald voor het kunnen meedoen met de collectieve actie inmiddels is verhoogd. In dat licht bezien bestaat er op dit moment geen aanleiding voor het oordeel dat voormelde mededeling van Beleggers GIN onjuist en jegens GIN Schade en [eiser1] onrechtmatig is. In het betoog dat in het voormelde tekstgedeelte tevens zou worden gesteld dat de kosten zonder instemming van de bij GIN Schade aangesloten beleggers hoger kunnen worden, kunnen GIN Schade en [eiser1] niet worden gevolgd. Een dergelijke mededeling valt daarin niet te lezen. 4.7. Verder wordt evenmin aanleiding gezien om de mededeling op de website van Beleggers GIN ‘maar op eenvoudige wijze kunnen we dezelfde vordering tegen dezelfde partijen instellen’ als onjuist of onrechtmatig te achten. Dat [eiser1] honderden uren onderzoek aan zijn vorderingen heeft verricht sluit nog niet uit dat Beleggers GIN (daarna) dezelfde vordering jegens GIN of haar bestuurders kan instellen. 4.8. Aan de orde is voorts de mededeling van Beleggers GIN “NB. [eiser1] richt zich ALLEEN op het verhalen van schade, niet op een goede afwikkeling van het faillissement.” Vooropgesteld wordt dat Beleggers GIN deze mededeling op de website heeft gewijzigd in “NB. [eiser1] richt zich op het verhalen van schade”, nadat door [eiser1] is meegedeeld dat hij zich mede zou gaan richten op de begeleiding van het faillissement van GIN. Met betrekking tot de vraag of ook laatstgenoemde mededeling onrechtmatig is wordt vastgesteld dat beleggers in GIN in de brieven van [eiser1] van 29 februari 2008 en mei 2009 worden gewezen op de mogelijkheid om via een collectieve actie de schade (deels) vergoed te krijgen en dat bij voldoende animo een collectief juridische aansprakelijkheidsprocedure, alsmede één of meer schadeprocedures worden gevoerd. Andere jegens GIN te ondernemen acties die niet direct of indirect gericht zijn op het verhalen van schade worden in die brieven niet genoemd. Daarnaast is ook in de door [eiser1] voor de collectieve actie opgerichte stichting, GIN Schade, het woord schade opgenomen. Gelet hierop is de mededeling van Beleggers GIN dat [eiser1] zich richt op het verhalen van schade voorshands dan ook niet onjuist of onrechtmatig. 4.9. Voor zover [eiser1] en GIN Schade tevens stellen dat de mededeling van Beleggers GIN dat zij een stichting ‘Vóór en dóór belegger Groen Invest’ is onjuist is, wordt niet ingezien op welke wijze die mededeling onrechtmatig jegens [eiser1] en GIN Schade is of kan zijn. Deze mededeling ziet immers alleen op Beleggers GIN en heeft geen betrekking op [eiser1] of GIN Schade. De omstandigheid dat beleggers op grond van die mededeling er mogelijk voor kiezen om hun belangen niet door GIN Schade maar door Beleggers GIN te laten behartigen, maakt dat niet anders. Aan de belangenbehartiging door GIN Schade ligt immers geen winstoogmerk ten grondslag, zodat zij voorshands ook niet in een vermogensrecht worden geraakt indien een belegger er voor kiest om zijn/haar belangen door Beleggers GIN te laten behartigen. Het commerciële belang dat [eiser1] wel heeft bij zoveel mogelijk bij GIN Schade aangesloten beleggers wordt daarbij niet rechtstreeks geraakt. Daarbij komt dat, gelet op hetgeen van de zijde van Beleggers GIN ter onderbouwing van voormelde mededeling ter terechtzitting is verklaard, op dit moment evenmin is komen vast te staan dat die mededeling onjuist is. Hetzelfde geldt voor de overige door [eiser1] en GIN Schade genoemde mededelingen. Dat betreffen of mededelingen over C.V. in Nood of mededelingen over Beleggers GIN, maar hebben niet direct betrekking op [eiser1] of GIN Schade. Daarnaast zijn ook die mededelingen ter terechtzitting van de zijde van Beleggers GIN en C.V. in Nood nader onderbouwd, zodat ook daarvan op dit moment niet gezegd kan worden dat die mededelingen onjuist zijn. 4.10. Nu de door GIN Schade en [eiser1] genoemde mededelingen op de website van Beleggers GIN voorshands niet onrechtmatig zijn, bestaat er geen aanleiding voor toewijzing van de gevorderde verwijdering van die mededelingen of een rectificatie. De vorderingen van GIN Schade en [eiser1] zullen daarom worden afgewezen. 4.11. GIN Schade en [eiser1] zullen als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van Beleggers GIN en C.V. in Nood worden begroot op: - vast recht EUR 262,00 - salaris advocaat 816,00 Totaal EUR 1.078,00 5. De beslissing De voorzieningenrechter 5.1. weigert de gevraagde voorzieningen, 5.2. veroordeelt GIN Schade en [eiser1] in de proceskosten, aan de zijde van Beleggers GIN en C.V. in Nood tot op heden begroot op EUR 1.078,00, 5.3. verklaart dit vonnis wat betreft de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad. Dit vonnis is gewezen door mr. M.Y.C. Poelmann, voorzieningenrechter, bijgestaan door mr. P.J. van Vliet, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 25 juni 2009.?