Wetboek-online maakt gebruik van cookies. sluiten
bladeren
zoeken

Jurisprudentie

BJ1043

Datum uitspraak2009-06-29
Datum gepubliceerd2009-06-30
RechtsgebiedStraf
Soort ProcedureEerste aanleg - meervoudig
Instantie naamRechtbank Utrecht
Zaaknummers16/711276-07
Statusgepubliceerd


Indicatie

Vrijspraak van drie overvallen en twee inbraken. De rechtbank veroordeelt verdachte wegens twee inbraken tot een gevangenisstraf van zes maanden


Uitspraak

RECHTBANK UTRECHT Sector strafrecht Parketnummer: 16/711276-07 Datum uitspraak: 29 juni 2009 Vonnis van de meervoudige kamer voor strafzaken op tegenspraak gewezen in de zaak tegen: [verdachte], geboren op [1988] te [geboorteplaats] (Marokko), wonende te [woonplaats], [adres]. Raadsman: mr. R.I. Takens. Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van 11 november 2008, 13 november 2008, 18 november 2008, 19 november 2008, 4 december 2008, 22 januari 2009, 14 april 2009, 12 mei 2009 en 15 juni 2009. De tenlastelegging Aan de verdachte is ten laste gelegd wat in de dagvaarding is omschreven. Op vordering van de officier van justitie is aanpassing van de omschrijving van de tenlastelegging conform artikel 314a van het Wetboek van Strafvordering ter terechtzitting van 4 september 2008 toegestaan. Van de inleidende dagvaarding is een kopie als bijlage I aan dit vonnis gehecht. De inhoud van deze bijlage geldt als hier ingevoegd. Aan bovenbedoelde gedagvaarde persoon wordt (na aanpassing van de tenlastelegging) ten laste gelegd dat: 1. (zaak 8) hij op of omstreeks 28 september 2007 te Utrecht, althans in het arrondissement Utrecht, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] heeft gedwongen tot de afgifte van twee, althans één, (een) (Post)bankpas(sen) en/of een (ABN-Amro)bankpas en/of de daarbij behorende pincode(s) en/of een mobiele telefoon (merk Sony Ericsson) en/of twee, althans één, portemonnee(s) (met inhoud) en/of een mp3-speler (merk Ipod), in elk geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan voornoem[slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat verdachte en/of zijn mededader(s) - die [slachtoffer 1] en/of die [slachtoffer 2] heeft/hebben tegengehouden, althans de weg versperd, (terwijl die [slachtoffer 1] en die [slachtoffer 2] op een fiets reden) en/of (vervolgens) van die fiets hebben getrokken, en/of - tegen die [slachtoffer 1] en/of die [slachtoffer 2] heeft/hebben gezegd: "bek houden, meekomen", althans woorden geuit van gelijke aard of strekking en/of (vervolgens) die [slachtoffer 1] en/of die [slachtoffer 2] heeft/hebben meegetrokken naar (nabijgelegen) bosjes, en/of - die [slachtoffer 1] en/of die [slachtoffer 2] een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, heeft/hebben getoond, althans dat vuurwapen/voorwerp voor die [slachtoffer 1] en/of die [slachtoffer 2] zichtbaar heeft/hebben gedragen/ vastgehad, en/of - tegen die [slachtoffer 1] en/of die [slachtoffer 2] heeft/hebben gezegd dat hij/zij zijn/hun telefoon(s) en/of bankpas(sen) en/of portemonnee(s), althans zijn/hun spullen, moest(en) afgeven, en/of - die [slachtoffer 1] en/of die [slachtoffer 2] heeft/hebben gevraagd naar de bij die bankpas(sen) bijbehorende pincode(s), en/of - tegen die [slachtoffer 1] en/of die [slachtoffer 2] heeft/hebben gezegd dat hij/zij verder de bosjes in moest(en) lopen en/of (vervolgens) gezegd dat hij/zij daar op de grond moest(en) gaan liggen, en/of - tegen die [slachtoffer 1] en/of die [slachtoffer 2] heeft/hebben gezegd: "rustig aan met die handen, anders schiet ik je kop eraf" en/of (zakelijk weergegeven) gezegd dat hij goed met wapens was en/of dat zij niet bang waren om te schieten en/of dat hij die [slachtoffer 2] niet wilde doodschieten maar wel door de knieschijven kon schieten, althans woorden geuit van gelijke dreigende aard of strekking; 2. (zaak 9) hij in of omstreeks de periode van 29 september 2007 tot en met 30 september 2007 te Utrecht, althans in het arrondissement Utrecht, op/aan de openbare weg, te weten de [adres], althans een openbare weg, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening weg te nemen geld en/of goederen, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 3], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), en daarbij die voorgenomen diefstal te doen voorafgaan en/of te doen vergezellen en/of te doen volgen van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [slachtoffer 3], te plegen met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of (een) aan andere deelnemer(s) van dat misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, als volgt heeft gehandeld: zijnde en/of hebbende hij, verdachte, en/of (één of meer van) zijn mededader(s) - op die [slachtoffer 3] afgelopen en/of een (vuur)wapen, althans een op een (vuur)wapen gelijkend voorwerp tegen de borst en/of de rug en/of het lichaam van die [slachtoffer 3] gericht en/of gezet en/of gedrukt en/of gehouden en/of - de jaszakken en broekzakken van die [slachtoffer 3] doorzocht en/of - die [slachtoffer 3] gedwongen, althans gezegd, om de bosjes in te gaan en/of de handen achter zijn hoofd te houden en/of - die [slachtoffer 3] (dreigend) toegevoegd dat wanneer hij zou ontsnappen of wanneer hij aangifte zou doen, hij dood zou zijn en/of - gedreigd die [slachtoffer 3] door zijn ballen, zijn hart en zijn keel te schieten en daarbij een (vuur)wapen, althans een op een (vuur)wapen gelijkend voorwerp op voornoemde lichaamsdelen gericht en/of gezet en/of gedrukt, zijnde de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet voltooid; 3. Primair (zaak 01) hij op of omstreeks 28 april 2007 te Utrecht, althans in het arrondissement Utrecht, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, in/uit een (bedrijfs)pand (bakkerij [X], gelegen aan de [adres 2] 53 aldaar) met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen twee, althans één, mobiele telefoon(s) (merk Nokia) en/of een portemonnee (inhoudende diverse passen en/of een geldbedrag) en/of vijftienduizenddriehonderdnegenentachtig (15.389,-) euro, althans een (groot) geldbedrag, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 4], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen voornoemde [slachtoffer 4], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan (een) andere deelnemer(s) van voormeld misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, en/of met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer 4] heeft gedwongen tot de afgifte van twee, althans één, mobiele telefoon(s) (merk Nokia) en/of een portemonnee (inhoudende diverse passen en/of een geldbedrag) en/of vijftienduizenddriehonderdnegenentachtig (15.389,-) euro, althans een (groot) geldbedrag, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 4] [slachtoffer 4], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) - een mes en/of een pistool dreigend op die [slachtoffer 4] heeft/hebben gericht en/of gericht gehouden, en/of - tegen die [slachtoffer 4] heeft/hebben gezegd: "ga liggen, ga liggen", en/of (daarbij) die [slachtoffer 4] op de grond heeft/hebben geduwd/gegooid, en/of - de handen van die [slachtoffer 4] achter zijn rug (met handboeien) heeft/hebben geboeid, en/of - (meermalen, althans eenmaal) tegen die [slachtoffer 4] en/of binnen de gehoorsafstand van die [slachtoffer 4], heeft/hebben gezegd (zakelijk weergegeven) dat die [slachtoffer 4] in zijn been gestoken zou worden, althans woorden van gelijke aard of strekking, en/of - die [slachtoffer 4] (met een tweede set handboeien) aan een verwarmingsbuis heeft/ hebben vastgemaakt, en/of - het snoer van de telefoon heeft/hebben doorgesneden of -geknipt, en/of - tegen die [slachtoffer 4] heeft/hebben gezegd dat hij niet meteen om hulp mocht gaan roepen en/of dat hij/zij over 5 minuten nog een keer langs zouden komen, althans woorden van gelijke aard of strekking; Subsidiair één of meer onbekend gebleven dader(s) op of omstreeks 28 april 2007 te Utrecht, althans in het arrondissement Utrecht, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, in/uit een (bedrijfs)pand (bakkerij [X], gelegen aan de [adres 2][adres] aldaar) met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft/hebben weggenomen twee, althans één, mobiele telefoon(s) (merk Nokia) en/of een portemonnee (inhoudende diverse passen en/of een geldbedrag) en/of vijftienduizenddriehonderdnegenentachtig (15.389,-) euro, althans een (groot) geldbedrag, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 4] [slachtoffer 4], in elk geval aan een ander of anderen dan aan voornoemde dader(s) en/of zijn/hun mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen voornoemde [slachtoffer 4], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan (een) andere deelnemer(s) van voormeld misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, en/of met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer 4] heeft/hebben gedwongen tot de afgifte van twee, althans één, mobiele telefoon(s) (merk Nokia) en/of een portemonnee (inhoudende diverse passen en/of een geldbedrag) en/of vijftienduizenddriehonderdnegenentachtig (15.389,-) euro, althans een (groot) geldbedrag, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 4], in elk geval aan een ander of anderen dan aan voornoemde onbekende dader(s) en/of zijn/hun mededader(s), welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat die onbekende dader(s) en/of zijn/hun mededader(s) - een mes en/of een pistool dreigend op die [slachtoffer 4] heeft/hebben gericht en/of gericht gehouden, en/of - tegen die [slachtoffer 4] heeft/hebben gezegd: "ga liggen, ga liggen", en/of (daarbij) die [slachtoffer 4] op de grond heeft/hebben geduwd/gegooid, en/of - de handen van die [slachtoffer 4] achter zijn rug (met handboeien) heeft/hebben geboeid, en/of - (meermalen, althans eenmaal) tegen die [slachtoffer 4] en/of binnen de gehoorsafstand van die [slachtoffer 4], heeft/hebben gezegd (zakelijk weergegeven) dat die [slachtoffer 4] in zijn been gestoken zou worden, althans woorden van gelijke aard of strekking, en/of - die [slachtoffer 4] (met een tweede set handboeien) aan een verwarmingsbuis heeft/ hebben vastgemaakt, en/of - het snoer van de telefoon heeft/hebben doorgesneden of -geknipt, en/of - tegen die [slachtoffer 4] heeft/hebben gezegd dat hij niet meteen om hulp mocht gaan roepen en/of dat hij/zij over 5 minuten nog een keer langs zouden komen, althans woorden van gelijke aard of strekking; tot en/of bij het plegen van welk misdrijf verdachte in of omstreeks de periode van 28 januari 2007 tot en met 28 april 2007 te Utrecht, althans in het arrondissement Utrecht, opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft door de toegangcode van de ingangsdeur te vertellen en/of de informatie te verstrekken dat voornoemde toegangsdeur bij dichtvallen niet met de slotschoot in de sluitkom valt, en/of opzettelijk behulpzaam is geweest door voornoemde toegangsdeur (met de code) te openen en/of vervolgens niet (helemaal) te sluiten; 4. (zaak 11) hij in of omstreeks de periode van 28 augustus 2007 tot en met 29 augustus 2007 te Bunnik, althans in het arrondissement Utrecht, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een bedrijfspand (gelegen aan de [adres 3]) heeft weggenomen een (aantal) laptop(s) en/of een (aantal) beamer(s), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan opleidingsinstituut [naam], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de het weg te nemen goed(eren) onder zijn / hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van een valse sleutel en/of braak en/of verbreking van een raam/ruit van dat pand en/of inklimming; 5. (zaak 17) hij op of omstreeks 18 oktober 2007 te Utrecht, althans in het arrondissement Utrecht, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning (gelegen aan de [adres 4]) heeft weggenomen een tv en/of een spelcomputer en/of een fotocamera en/of een (groot) (aantal) computerspel(len) en/of twee zonnebril(len) en/of een paspoort en/of een laptop en/of een beeldscherm en/of drie tas(sen) en/of een (groot) (aantal) dvd('s) en/of een bankpas en/of een creditcard, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 5] en/of [slachtoffer 6], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn / hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van inklimming en/of braak en/of verbreking van een deur van voornoemde woning; 6. (zaak 28) hij in of omstreeks de periode van 03 november 2007 tot en met 04 november 2007 te Utrecht, althans in het arrondissement Utrecht, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in / uit een school (gelegen aan de [adres 5]) heeft weggenomen een computer en/of een dvd-speler, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan Dependance [slachtoffer 7] en/of [slachtoffer 8], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking van (een) ra(a)m(en) en/of ruit(en) van voornoemde school en/of inklimming; 7. (zaak 41) hij op of omstreeks 13 november 2007 te Utrecht, althans in het arrondissement Utrecht, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in / uit een woning (gelegen aan de [adres 6]) heeft weggenomen een aantal dvd('s) en/of twee beeldscherm(en) en/of een mobiele telefoon en/of twee tas(sen) en/of een horloge en/of een bedrag aan geld en/of een fiets en/of autosleutels, in elk geval enig goed en/of geldbedrag, geheel of ten dele toebehorende aan J. van [slachtoffer 9], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking van een raam van voornoemde woning en/of inklimming in voornoemde woning. Verweer als bedoeld in artikel 359a van het Wetboek van Strafvordering De opgenomen vertrouwelijke communicatie Voor het bewijs van een aantal van de ten laste gelegde feiten heeft de officier van justitie een beroep gedaan op opgenomen vertrouwelijke communicatie (hierna: de OVC). Het betreft hier de opname van gesprekken die door medeverdachten zijn gevoerd tijdens hun transport van en naar huizen van bewaring en de rechtbank. De OVC is op schrift gezet en vertaald door een aantal tolken. Tijdens de terechtzitting van 13 november 2008 is gebleken dat de uitwerking van de OVC vertaalfouten bevat. De rechtbank heeft naar aanleiding hiervan bevolen dat de OVC opnieuw, door een andere tolk, uitgewerkt en vertaald moest worden. De rechtbank heeft daarbij aangegeven dat zij een letterlijke weergave wenst te krijgen van hetgeen gezegd wordt. Deze tweede uitwerking wijkt duidelijk af van de eerste uitwerking, met name gezien het feit dat in de tweede uitwerking een groter deel van de gesprekken als “onverstaanbaar”wordt aangeduid. In de tweede uitwerking van de OVC is per abuis een gedeelte van de opname van 9 januari 2008, het gesprek tussen medeverdachten [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2], niet weergegeven. De rechter-commissaris heeft hieromtrent een proces-verbaal van bevindingen d.d. 10 juni 2009 opgemaakt. De rechtbank heeft geconstateerd dat het niet vertaalde gedeelte, een gedeelte van de OVC betreft waar zowel de officier van justitie als de verdediging zich niet op hebben beroepen. Zowel de officier van justitie als de verdediging hebben aangegeven op dit moment geen nieuwe verdere aanhouding van de zaak te wensen. De rechtbank heeft vervolgens besloten de behandeling van de zaak voort te zetten zonder over dit gedeelte van de nieuwe uitwerking te beschikken. De rechtbank heeft op basis van de eerste uitwerking van de OVC vastgesteld dat, ook naar haar oordeel, dit gedeelte van het OVC belastend noch ontlastend materiaal bevat. De rechtbank is daarom van oordeel dat aan deze omissie geen gevolgen dienen te worden verbonden. De verweren De raadsman heeft ter terechtzitting primair aangevoerd dat de OVC van het bewijs dient te worden uitgesloten. De raadsman heeft daarbij een beroep gedaan op artikel 6 van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens (hierna: EVRM) en verwezen naar het Luca-arrest (EHRM 27 februari 2001, NJ 2002, 101). Subsidiair heeft de raadsman gesteld dat de eerste uitwerking van de OVC van het bewijs moet worden uitgesloten, nu gedurende het strafproces is gebleken dat er grote verschillen bestaan tussen de eerste en de tweede uitwerking en de juistheid en betrouwbaarheid van de eerste uitwerking niet langer kan worden aangenomen. Het Luca-arrest Wat het beroep van de raadsman op artikel 6 van het EVRM en het Luca-arrest betreft overweegt de rechtbank als volgt. Het Luca-arrest schrijft voor dat wanneer de rechtbank gebruik maakt van bewijs door middel van getuigenverklaringen, de verdachte voldoende gelegenheid moet krijgen om de betreffende getuigen te horen. In deze zaak gaat het echter niet om bewijs door middel van getuigenverklaringen, maar om (geheime) opname van tussen derden gevoerde gesprekken. Dit kan het best vergeleken worden met opname van telefoongesprekken. Over dergelijke bewijsmiddelen geeft het Luca-arrest geen uitsluitsel. De rechtbank is voorts van oordeel dat ook niet anderszins sprake is van een schending van de rechten van de verdediging en van artikel 6 EVRM doordat de medeverdachten, die hieromtrent gehoord zijn in het bijzijn van de raadsman van verdachte, zich op hun zwijgrecht hebben beroepen. De rechtbank verwerpt dan ook het verweer van de raadsman op dit punt. De eerste uitwerking van de OVC De rechtbank stelt vast dat er tussen de eerste en de tweede uitwerking van de OVC verschillen zitten. De rechtbank heeft de volgende elementen in overweging genomen: - In de tweede uitwerking worden de op de zitting van 13 november 2008 geconstateerde vertaalfouten andermaal bevestigd. - De officier van justitie heeft ter terechtzitting aangegeven dat de eerste uitwerking van de OVC geen woordelijke weergave van de OVC is, maar dat er door de tolk op basis van de context een interpretatie is gegeven van wat er wordt gezegd. - De tolken die de eerste uitwerking hebben opgesteld waren op de hoogte van het dossier in deze zaak, zij kenden de namen van de verdachten en de feiten waarvan zij verdacht werden, de tolk die de tweede uitwerking heeft gemaakt had geen kennis van het dossier of de verdachten. - Bij de tweede uitwerking van de OVC is een proces-verbaal van bevindingen van de rechter-commissaris d.d. 25 mei 2009 gevoegd, waaruit volgt dat het de tolk is opgevallen dat de stemmen op de gegevensdragers snel praten en woorden inslikken wat in combinatie met de nadrukkelijk hoorbare achtergrondgeluiden maken dat de gesprekken veelal slecht te verstaan zijn. - In de tweede uitwerking zijn meer gedeelten van de gesprekken als “onverstaanbaar” betiteld. Gelet op al deze elementen is de rechtbank van oordeel dat de eerste uitwerking van de OVC moet worden uitgesloten van het bewijs op grond van artikel 359a van het Wetboek van Strafvordering. De rechtbank is van oordeel dat als in het dossier een transcript van gesprekken wordt opgenomen, zij erop moet kunnen vertrouwen dat dit transcript een letterlijke weergave is van hetgeen gezegd wordt. Het kan niet zo zijn dat de tolken interpretaties geven van hetgeen gezegd is en die interpretatie als een letterlijke weergave presenteren. Voorts acht de rechtbank het bepaald ongewenst dat de tolken voordat zij met hun werk een aanvang maken van de inhoud van het dossier op de hoogte zijn. Als het Openbaar Ministerie een dergelijke werkwijze nodig acht behoort zij de rechtbank en de verdediging hiervan in ieder geval op de hoogte te stellen. Het verweer van de raadsman wordt derhalve in zoverre gevolgd. De rechtbank zal dan ook aan de eerste uitwerking voorbijgaan. De tweede uitwerking van de OVC De rechtbank overweegt voorts dat de tolk, verantwoordelijk voor de tweede uitwerking van de OVC, zijn werkzaamheden heeft verricht onder de door de rechtbank gestelde voorwaarden. De rechtbank is op grond van het voornoemde van oordeel dat ten aanzien van de tweede uitwerking van de OVC de benodigde zorgvuldigheid is betracht. De rechtbank is dan ook van oordeel dat ten aanzien van de tweede uitwerking van de OVC geen sprake is van een schending op grond van artikel 359a van het Wetboek van Strafvordering wat tot bewijsuitsluiting zou moeten leiden. Vrijspraak Feit 3 (zaak 1), feit 6 (zaak 28) De rechtbank is -met de officier van justitie en de raadsman- van oordeel dat niet wettig en overtuigend is bewezen dat verdachte het onder feit 3 primair, feit 3 subsidiair en feit 6 ten laste gelegde heeft begaan. De verdachte moet van deze feiten worden vrijgesproken. Feit 1 (zaak 8) Voorts is de rechtbank van oordeel dat niet wettig en overtuigend bewezen is dat verdachte de onder feit 1 ten laste gelegde overval heeft gepleegd. De rechtbank overweegt daartoe als volgt. Op de plaats delict is een sigarettenpeuk aangetroffen, waarop zich DNA van de verdachte bevond. De plaats delict ligt echter naast de moskee die door verdachte bezocht wordt. De plek waar de sigarettenpeuk is aangetroffen is dus niet specifiek genoeg om vast te kunnen stellen dat verdachte bij de overval aanwezig is geweest. De officier van justitie heeft aangevoerd dat de sigarettenpeuk droog was terwijl het, volgens een rapport van het KNMI, de nacht voor de overval heeft geregend. De overval vond echter rond 22.00 uur in de avond plaats. Dit laat derhalve de mogelijkheid open dat de sigarettenpeuk ergens tussen de ochtend van de dag van de overval en het moment van de overval op die plek terecht is gekomen. De rechtbank is van oordeel dat er ook overigens onvoldoende bewijs in het dossier aanwezig is om tot een bewezenverklaring van deze overval te komen. Op grond van het voornoemde is de rechtbank van oordeel dat verdachte van dit feit moet worden vrijgesproken. Feit 2 (zaak 9) De rechtbank acht eveneens niet wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de onder feit 2 ten laste gelegde overval heeft gepleegd. De rechtbank overweegt daartoe dat de OVC van 19 december 2007 te vaag is om tot betrokkenheid van verdachte bij deze overval te kunnen concluderen. Dat verbalisanten verdachte na de overval in de buurt zien lopen in een zwarte broek en een zwarte jas met capuchon, dat verdachte dan geen verklaring wil geven voor wat hij die avond heeft gedaan en het feit dat uit telefoongegevens blijkt dat na de overval het telefoonnummer van verdachte aanstraalt op een paal in Utrecht in de buurt van de plaats van de overval acht de rechtbank onvoldoende om tot een bewezenverklaring te kunnen komen. Verdachte woont immers vlak bij de plaats delict en is door de politie voor zijn woning aangesproken. Nu er overigens geen concreet bewijs in het dossier voorhanden is dat verdachte deze overval heeft gepleegd moet verdachte ook van dit feit worden vrijgesproken. Feit 5 (zaak 17) Ook de onder feit 5 ten laste gelegde woninginbraak acht de rechtbank niet wettig en overtuigend bewezen. De rechtbank overweegt daartoe dat de persoon die door middel van stemherkenning wordt aangeduid als verdachte in de met betrekking tot dit feit in het dossier opgenomen afgeluisterde telefoongesprekken met verschillende telefoonnummers belt . Niet met zekerheid kan worden vastgesteld dat het deze verdachte is die op dat moment daadwerkelijk met beide telefoonnummers belt. Uit het dossier wordt niet duidelijk waar de stemherkenning op is gebaseerd. De rechtbank acht de afgeluisterde telefoongesprekken daarom onvoldoende om tot een bewezenverklaring van dit feit te komen. De getapte telefoongesprekken met betrekking tot goederen die mogelijk van deze inbraak afkomstig zouden zijn vinden deels plaats op 29 oktober 2007, terwijl de woninginbraak op 18 oktober 2007 plaatsvond. Dat is te ver in de tijd van elkaar verwijderd om te kunnen bijdragen aan bewijs van betrokkenheid bij de inbraak. Niet is uit te sluiten dat verdachte in het bezit is geweest van goederen die afkomstig zijn van dit misdrijf, maar dit gegeven op zich is niet aan hem ten laste gelegd. De rechtbank is van oordeel dat er ook overigens onvoldoende bewijs in het dossier aanwezig is. De verdachte moet daarom van dit feit worden vrijgesproken. De bewezenverklaring De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte de onder 4 en 7 ten laste gelegde feiten heeft begaan op de wijze als hierna is vermeld, te weten dat: Feit 4 (zaak 11): hij in de periode van 28 augustus 2007 tot en met 29 augustus 2007 te Bunnik, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in een bedrijfspand gelegen aan de [adres 3] heeft weggenomen een aantal laptops en een aantal beamers, toebehorende aan opleidingsinstituut [naam], waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft door middel van een valse sleutel. Feit 7 (zaak 41): hij op 13 november 2007 te Utrecht tezamen en in vereniging met anderen met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in een woning gelegen aan de [adres 6] heeft weggenomen een aantal dvd's en twee beeldschermen en een mobiele telefoon en een tas en een horloge en een bedrag aan geld en een fiets en autosleutels, toebehorende aan [slachtoffer 19][slachtoffer 9], in elk geval aan anderen dan aan verdachte en zijn mededaders, waarbij verdachte en/of zijn mededaders zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft door middel van braak van een raam van voornoemde woning en inklimming in voornoemde woning. Voor zover in het bewezen verklaarde deel van de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. De verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad. Hetgeen onder feit 4 en feit 7 meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte moet hiervan worden vrijgesproken. De rechtbank grondt haar overtuiging dat de verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat. De rechtbank overweegt daartoe als volgt: Ten aanzien van feit 4 (zaak 11): In de nacht van 28 op 29 augustus 2007 vond een inbraak plaats in een bedrijfspand van het bedrijf [naam], gelegen aan de [adres 3] te Bunnik . Bij de inbraak werden 13 laptops en 3 beamers weggenomen . Onderzoek door de Technische Recherche wees uit dat er aan de voorzijde van het pand een raam van een kantoor was ingeslagen en dat het raam middels een handreiking was geopend. De gesloten lamellen waren echter niet beschadigd, de glassplinters die zowel aan de binnenzijde als aan de buitenzijde van de vensterbank lagen waren niet verstoord en op de vensterbank binnen en buiten en op de glasscherven en op de binnen-en buitenzijde van het kozijn werden geen sporen aangetroffen. Gelet hierop werd geconcludeerd dat men zeer waarschijnlijk niet door het raam naar binnen en naar buiten is geklommen . Het alarm is tijdens de inbraak niet afgegaan. Het alarm bleek wel te functioneren . Blijkens de registratie van het gebruik van het alarmsysteem was op de avond van de inbraak sprake van afwijkende in-en uitschakelingen van het inbraakalarm. Getuige [getuige], werkzaam bij Randstad Uitzendbureau, verklaarde bij de politie dat verdachte [verdachte] zich op 28 of 29 augustus 2007 moest melden bij het bedrijf [naam] in Bunnik. Verdachte had op zijn eerste werkdag een toegangspasje van Van der [getuige] gekregen voor het pand in Bunnik. Getuige [getuige 2], rayonmanager bij Schoonmaakbedrijf [Y], verklaarde bij de politie dat Khalid Hanaouary (de rechtbank begrijpt: [verdachte]) zich op 28 augustus 2008 meldde bij het pand van [naam]. Getuige [getuige 2] verklaarde voorts dat zij zelf tot ongeveer 19.30 uur is gebleven en dat zij toen is weggegaan. Voordat zij wegging heeft zij verdachte de werking van het alarm uitgelegd, want op het moment dat verdachte klaar was met schoonmaken waren er geen medewerkers meer aanwezig, dus moest hij zelf het alarm erop zetten. [getuige 2] heeft hem de code van het alarm en de toegangspas gegeven . Verdachte vertelde later aan [getuige 2] dat hij omstreeks 20.30 uur was weggegaan, nadat hij klaar was met schoonmaken, dat hij buiten erachter kwam dat hij zijn OV-jaarkaart binnen had laten liggen en dat hij weer naar binnen was gegaan om deze jaarkaart te pakken. Dit zou ongeveer 5 minuten extra hebben gekost . Uit een uitdraai van Noodnet Nederland over het gebruik van het alarm blijkt dat op de avond van 28 augustus 2007 het alarm drie keer was ingeschakeld en drie keer was uitgeschakeld. In alle gevallen werd gebruik gemaakt van de code van het schoonmaakbedrijf. Uit het overzicht blijkt dat het alarm op 28 augustus 2007 uitgeschakeld is geweest gedurende de periodes van 07.30 uur tot 21.29 uur en van 21.50 uur tot 22.01 uur . Uit de registratie van het gebruik van het alarmsysteem blijkt voorts dat in de avond van de inbraak het alarm is ingeschakeld en uitgeschakeld door nummer 14 . Dit nummer is gekoppeld aan de code die door het bedrijf [naam] is uitgegeven aan het schoonmaakbedrijf [Y] Schoonmaakservice , derhalve het schoonmaakbedrijf waar verdachte werkzaam was. Gelet op het feit dat verdachte twee toegangspassen van het pand van [naam] in zijn bezit had, er niet meer toegangspassen aan het schoonmaakbedrijf waren uitgegeven, op de avond van de inbraak alleen de alarmcode van het schoonmaakbedrijf waar verdachte werkte werd gebruikt om het alarm in en uit te schakelen, verdachte deze code van het inbraakalarm wist, verdachte op de avond van 28 augustus 2008 als enige in het pand van [naam] aanwezig was en het feit dat zijn verklaring dat hij om 20.30 uur het pand heeft verlaten niet strookt met de registratie van het gebruik van het alarmsysteem, acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte betrokken is geweest bij deze bedrijfsinbraak. Ten aanzien van feit 7 (zaak 41): Aangever [slachtoffer 9] verklaarde bij de politie dat er op 13 november 2007 tussen 19.30 uur en 23.15 uur was ingebroken in zijn woning aan de [adres 6] in Utrecht. Het zijraam was door de daders opengebroken. Bij de woninginbraak werden onder meer 6 dvd’s, twee beeldschermen, een mobiele telefoon, een sporttas, een videocamera, een horloge, geld, een fiets, autosleutels, een personenauto van het merk Seat Leon, kleur zwart, een Nintendo WII spelcomputer, een Nintendo DS Lite en een televisie weggenomen . De fiets was eigendom van de vriendin van aangever . Getuige [getuige 3] verklaarde bij de politie dat zij vanuit haar woning de woning op de [adres 6] goed kon zien. Op 13 november 2007 zag getuige een drietal Marokkaanse jongens lopen in de richting van de [adres 6]. Even later liepen deze jongens weer terug in de richting waar zij vandaan kwamen. Dit gebeurde meerdere malen. Getuige zag dezelfde avond om 21.30 uur politie in de woning op de [adres 6]. Enkele minuten nadat de politie wegreed om 22.55 uur zag getuige dat twee jongens terugliepen. Deze twee Marokkaanse jongens liepen naar een in de [adres 6] geparkeerde zwarte Seat Leon, stapten in en reden met piepende banden weg . De weggenomen Seat Leon werd op 13 november 2007 om 23.15 uur teruggevonden op de [straatnaam] . Op basis van het dossier stelt de rechtbank vast dat het telefoonnummer 06-38127810, waarvan in de hierna te noemen gesprekken gebruik wordt gemaakt, in gebruik is bij verdachte [verdachte]. Uit een in het dossier opgenomen afgeluisterd telefoongesprek volgt dat verdachte [verdachte] op 13 november 2007 om 20.32 uur aan een medeverdachte vraagt om die deur open te doen. De medeverdachte zegt daarop dat ze al bijna klaar zijn. Verdachte zegt vervolgens dat de medeverdachte moet vluchten als hij weer belt . Verdachte [verdachte] verklaarde in eerste instantie bij de politie dat hij ten tijde van dit gesprek bij het huis van de vriendin van de medeverdachte stond en dat hij hem zou bellen als haar vader kwam. Verdachte [verdachte] verklaarde dat te bedoelen met de opmerking dat de medeverdachte moest vluchten als hij belde . Daarna verklaarde verdachte [verdachte] dat hij ten tijde van het gesprek op de uitkijk stond voor de medeverdachte, omdat deze stiekem de schuursleutel van zijn vader had gepakt . Verdachte [verdachte] legt dus verschillende verklaringen af over het op de uitkijk staan op 13 november 2007. Voorts blijkt uit afgeluisterde telefoongesprekken dat diezelfde medeverdachte op 13 november 2007 om 20.48 uur met een andere persoon afspreekt in het derde bos, omdat hij spullen heeft die de andere persoon zeker zullen bevallen . Diezelfde avond om 23.19 uur zegt de medeverdachte tegen een andere persoon dat ze een goede prijs hebben gegeven voor dat ding wat die persoon zojuist heeft weggenomen . Uit dit gesprek volgt ook dat door een medeverdachte tegen deze andere persoon wordt gezegd dat hij dat ding moet parkeren, omdat de politie is gebeld, waarop de andere persoon zegt dat hij dat ding al geparkeerd heeft. De rechtbank is van oordeel dat hier gesproken wordt over de Seat Leon, die die avond bij de woninginbraak is weggenomen. In een afgeluisterd telefoongesprek d.d. 16 november 2007 om 21.08 uur, dus drie dagen na de woninginbraak, wordt tussen verdachte [verdachte], de medeverdachte en een derde persoon gesproken over een DS, een camera, een tele , een Nintendo WII en een Nintendo DS . Ook wordt tussen de medeverdachte en de derde persoon gesproken over verkopen en verdelen . De rechtbank stelt vast dat bij de woninginbraak op 13 november 2007 onder meer dit soort goederen zijn weggenomen. De rechtbank is van oordeel dat op basis van de inhoud van de op de avond van de woninginbraak en de kort daarna gevoerde telefoongesprekken in combinatie met de bij de woninginbraak weggenomen spullen, wettig en overtuigend kan worden bewezen dat verdachte [verdachte] bij deze woninginbraak betrokken is geweest. De strafbaarheid van de feiten Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het onder feit 4 en feit 7 bewezenverklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is. Het onder feit 4 en feit 7 bewezenverklaarde levert de navolgende strafbare feiten op: Ten aanzien van feit 4: Diefstal waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van valse sleutels. Ten aanzien van feit 7: Diefstal door twee of meer verenigde personen waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak en inklimming. De strafbaarheid van de verdachte Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar. Motivering van de op te leggen sancties Bij het bepalen van de op te leggen straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en de persoon van de verdachte. Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een bedrijfsinbraak en een woninginbraak. Bij beide inbraken zijn veel goederen weggenomen. De rechtbank houdt daarnaast rekening met het op de dagvaarding vermelde ad informandum gevoegd strafbare feit, te weten de diefstal van een laptop uit een auto, gepleegd op 3 oktober 2007 te Utrecht, nu verdachte dit feit heeft bekend. Blijkens het uittreksel uit het justitiële documentatieregister d.d. 6 maart 2009 is verdachte eerder veroordeeld voor het plegen van vermogensdelicten. In 2008 is verdachte voor een gekwalificeerde diefstal door het Gerechtshof bestraft met een onvoorwaardelijke jeugddetentie en heeft verdachte van de politierechter voor een winkeldiefstal en een openlijke geweldpleging een onvoorwaardelijke gevangenisstraf opgelegd gekregen. De rechtbank heeft voorts acht geslagen op het voorlichtingsrapport van reclasseringswerker A. Akollo van 14 maart 2008, waaruit onder meer volgt dat geen uitspraak kan worden gedaan over de kans op recidive nu verdachte de aan hem ten laste gelegde feiten ontkent. Daarnaast is verdachte blijkens het voorlichtingsrapport van mening dat hij geen hulp nodig heeft. Ook ter terechtzitting heeft verdachte verklaard geen hulp nodig te hebben. De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte van de onder 3 primair, 3 subsidiair, 4 en 6 ten laste gelegde feiten wordt vrijgesproken en voor de onder 1, 2, 5 en 7 ten laste gelegde feiten wordt veroordeeld tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 6 jaar, met aftrek van de tijd die verdachte in voorarrest heeft doorgebracht. Gelet op het voornoemde en gelet op de omstandigheid dat de rechtbank twee overvallen en twee woninginbraken minder bewezen acht, is de rechtbank van oordeel dat kan worden volstaan met een lagere onvoorwaardelijke gevangenisstraf dan door de officier van justitie gevorderd. Bij het bepalen van de hoogte van de straf heeft de rechtbank ook rekening gehouden met het feit dat verdachte kennelijk geen verantwoordelijkheid neemt voor zijn daden. Teruggave in beslag genomen goederen: Met betrekking tot het in beslag genomen voorwerp, te weten een mobiele telefoon, kleur zilver, HP PDA Ipaq, inclusief accessoires, oplader, houder en gps-ontvanger, zal de rechtbank de teruggave gelasten aan verdachte, bij wie dit voorwerp in beslag is genomen. De toepasselijke wettelijke voorschriften De op te leggen straf is gegrond op de artikelen 57, 63, 310 en 311 van het Wetboek van Strafrecht. DE BESLISSING De rechtbank beslist als volgt: Verklaart niet bewezen dat de verdachte de onder 1, 2, 3 primair, 3 subsidiair, 5 en 6 ten laste gelegde feiten heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij. Verklaart bewezen dat de verdachte de onder 4 en 7 ten laste gelegde feiten, zoals hiervoor vermeld, heeft begaan. Verklaart niet bewezen wat aan de verdachte onder feit 4 en feit 7 meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt de verdachte daarvan vrij. Verklaart dat het onder feit 4 en feit 7 bewezenverklaarde strafbaar is en dat dit de hierboven vermelde strafbare feiten oplevert. Verklaart de verdachte daarvoor strafbaar. Veroordeelt de verdachte tot een GEVANGENISSTRAF voor de duur van 6 (ZES) MAANDEN. Beveelt dat de tijd die de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht. Gelast de teruggave van de mobiele telefoon met toebehoren aan de verdachte. Heft de voorlopige hechtenis van verdachte op. Dit vonnis is gewezen door mrs. A. Wassing, P.K. van Riemsdijk en S.C. Hagedoorn, bijgestaan door mr. K.F. van Dam als griffier en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 29 juni 2009. Mr. Wassing is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen. PROCES-VERBAAL van de in het openbaar gehouden terechtzitting van de rechtbank te Utrecht, enkelvoudige kamer in strafzaken, van 29 juni 2009, in de zaak tegen de verdachte: