Wetboek-online maakt gebruik van cookies. sluiten
bladeren
zoeken

Jurisprudentie

BJ1034

Datum uitspraak2009-06-16
Datum gepubliceerd2009-06-30
RechtsgebiedPersonen-en familierecht
Soort ProcedureEerste aanleg - enkelvoudig
Instantie naamRechtbank Haarlem
Zaaknummers150827
Statusgepubliceerd


Indicatie

verdeling bruidschat


Uitspraak

RECHTBANK HAARLEM Sector civiel familie- en jeugdrecht echtscheiding/tegenspraak zaak-/rekestnr.: 150827/08-3680 (es) en 157704/09-1954 (vd) beschikking van de enkelvoudige kamer voor familiezaken van 16 juni 2009 in de zaak van: [naam man] wonende te [woonplaats], hierna te noemen: de man, advocaat mr. M. Verkijk, kantoorhoudende te Haarlem, tegen [naam vrouw], wonende te [woonplaats], hierna te noemen: de vrouw, advocaat mr. M. Meerman-Padt, kantoorhoudende te Haarlem. 1 Procedure 1.1 Het verloop van de procedure blijkt uit: - het verzoekschrift, met bijlagen, van de man van en ingekomen op 16 oktober 2009, waarin echtscheiding met nevenvoorzieningen is gevraagd; - het verweerschrift, tevens zelfstandig verzoek, met bijlage, van de vrouw van 14 januari 2009, ingekomen op 15 januari 2009; - het verweer op zelfstandig verzoek van de man van 10 februari 2009, ingekomen op 12 februari 2009. 1.2 De behandeling van de zaak heeft plaatsgevonden op de zitting van 2 juni 2009 in aanwezigheid van partijen, de man bijgestaan door mr. Verkijk voornoemd en de vrouw door mr. Meerman-Padt voornoemd. 2 Feiten en omstandigheden Partijen zijn op [datum] 2007 in de gemeente [plaats] met elkaar gehuwd. 3 Beoordeling ten aanzien van de rechtsmacht 3.1 Door de omstandigheid dat de man en de vrouw zowel de Nederlandse als de Turkse nationaliteit bezitten, draagt deze zaak een internationaal karakter, zodat eerst de vraag moet worden beantwoord of de Nederlandse rechter rechtsmacht toekomt. 3.2 Deze vraag wordt ten aanzien van het verzoek tot echtscheiding in bevestigende zin beantwoord, nu uit de overgelegde stukken is gebleken dat beide echtgenoten hun gewone verblijfplaats in Nederland hebben. 3.3 Met betrekking tot de nevenvoorziening tot verdeling komt de rechtbank rechtsmacht toe, aangezien de rechtbank bevoegd is ten aanzien van het verzoek tot echtscheiding. ten aanzien van het toepasselijke recht 3.4 Vervolgens komt aan de orde welk rechtsstelsel op het verzoek tot echtscheiding en nevenvoorziening van toepassing is. 3.5 Op het verzoek tot echtscheiding is het Nederlandse recht van toepassing, aangezien de rechtbank het er op grond van hetgeen over en weer ter zitting is verklaard voor houdt, dat zowel de man als de vrouw de sterkste banden hebben met Nederland en Nederland derhalve als land van hun gemeenschappelijke nationaliteit te gelden heeft. 3.6 Het verzoek met betrekking tot de verdeling van de huwelijkse goederen wordt beheerst door het Nederlandse recht, aangezien partijen hun eerste gewone verblijfplaats na de huwelijkssluiting – naar de rechtbank als vaststaand aanneemt en partijen ter zitting hebben verklaard – in Nederland vestigden. ten aanzien van het verzochte 3.7 Het verzoek tot echtscheiding kan, als onweersproken en op de wet gegrond, worden toegewezen. 3.8 De man heeft het verzoek tot toekenning van het huurrecht van de echtelijke woning aan de vrouw ingetrokken, zodat de rechtbank hierop niet meer behoeft te beslissen. Ter zitting hebben partijen verklaard dat de huurovereenkomst inmiddels is opgezegd. 3.9 De man heeft verzocht de verdeling te bevelen van de tussen partijen bestaande huwelijksgoederengemeenschap, ten overstaan van een notaris en met benoeming van onzijdige personen. De vrouw heeft tegen dit verzoek verweer gevoerd en de rechtbank verzocht de wijze van verdeling vast te stellen. 3.10 Uit de overgelegde stukken en hetgeen ter zitting is verklaard is gebleken dat de huwelijksgoederengemeenschap bestaat uit een aantal schulden en de opbrengst van een door de man verkochte auto. De vrouw heeft er geen bezwaar tegen dat, indien de man alle schulden voldoet, aan hem de opbrengst van de door hem verkochte auto wordt toebedeeld, maar zij wil er wel zeker van zijn dat, mochten er nog schulden uit de huwelijkse periode opkomen, de man deze zal voldoen. Nu de man ter zitting heeft verklaard dat hij alle schulden op zich heeft genomen – hij heeft deze al grotendeels afgelost – en zal nemen, gaat de rechtbank er vanuit dat tussen partijen geldt dat alle huwelijkse schulden voor rekening van de man komen en dat de opbrengst van de verkoop van de auto aan de man toekomt, zonder recht op nadere verrekening wegens over- dan wel onderbedeling over en weer. 3.11 De vrouw stelt dat zij ter gelegenheid van de huwelijksdag 21 gouden armbanden, 51 gouden muntstukken, twee complete sets gouden sieraden, twee gouden kettingen met muntstukken, een lange gouden ketting met een grote munt en een armband met muntstukjes heeft gekregen (de bruidsschat). Zij wenst in het kader van de verdeling deze sieraden terug te krijgen. De vrouw beroept zich erop dat deze sieraden aan haar zijn verknocht en daarom niet in de gemeenschap vallen. Uit hetgeen over en weer ter zitting is verklaard is gebleken dat genoemde sieraden na het huwelijk van partijen in een kluis bij de [naam bank] zijn bewaard. Beide partijen hadden toegang tot deze kluis. Aan het einde van het huwelijk heeft de man naar zijn zeggen uit de kluis 8 gouden armbanden meegenomen. De vrouw heeft aan het einde van het huwelijk eveneens de kluis bezocht en naar haar zeggen bevonden zich in de kluis nog slechts 8 gouden armbanden en 1 gouden ketting met muntstukken. Deze heeft zij thans onder zich. De vrouw is van mening dat de man de overige sieraden en muntstukken onder zich heeft, hetgeen door de man wordt betwist. De man is van mening dat de door hem meegenomen armbanden hem toebehoren, omdat deze aan de kant van zijn familie zijn geschonken. Hij heeft deze armbanden aan zijn moeder teruggegeven. De man betwist de overige stellingen van de vrouw. De man is van mening dat de bruidsschat in de gemeenschap valt en is voorts van mening dat – nu hem niet geheel voor ogen staat waaruit de bruidsschat bestond – de wijze waarop deze thans is verdeeld redelijk is. Voorop gesteld dient te worden dat partijen in Nederland met elkaar zijn gehuwd en dat het huwelijksvermogensregime van partijen wordt beheerst door Nederlands recht. Zij zijn gehuwd in algehele gemeenschap van goederen Niet gesteld noch gebleken is dat de sieraden tijdens het huwelijksfeest aan de vrouw zijn geschonken onder voorwaarde dat deze niet in enige gemeenschap van goederen zouden vallen. Het antwoord op de vragen of een goed op bijzondere wijze aan één der echtgenoten is verknocht en, zo ja, in hoeverre die verknochtheid zich ertegen verzet dat het goed in de gemeenschap valt hangt af van de aard van dat goed, zoals deze aard mede door de maatschappelijke opvattingen wordt bepaald. Het feit dat alleen de vrouw de sieraden kan dragen en de door de vrouw aangevoerde culturele aspecten brengen niet met zich mede dat deze sieraden aan de vrouw zijn verknocht. De sieraden vallen naar het oordeel van de rechtbank in de tussen partijen bestaande gemeenschap van goederen en dienen in de verdeling te worden betrokken voor zover zij op het moment van de ontbinding van de huwelijksgemeenschap nog aanwezig zijn. De rechtbank gaat er vanuit dat ten tijde van de ontbinding van het huwelijk slechts nog aanwezig zijn de 8 gouden armbanden die de man onder zich heeft en de 8 gouden armbanden en de ketting die de vrouw onder zich heeft. De rechtbank zal aan ieder der partijen toedelen de sieraden die zij thans onder zich hebben, zonder verdere verrekening, nu niet is gebleken dat één der partijen daarmee wordt overbedeeld. 3.12 De stelling van de man dat de vrouw de gehele inboedel uit de echtelijke huurwoning heeft meegenomen, is door de vrouw niet betwist. De man heeft gesteld dat hij zich erin kan vinden dat de vrouw de meegenomen goederen zonder nadere verrekening behoudt, maar hij wenst wel het navigatiesysteem en de Playstation 3 terug te ontvangen. Uit hetgeen partijen hierover over en weer ter zitting hebben verklaard is gebleken dat de man ten tijde van het vertrek uit de echtelijke woning genoemd navigatiesysteem en de Playstation 3 heeft meegenomen. Nu de stelling van de man dat de vrouw zich deze goederen daarna weer heeft toegeëigend door de vrouw wordt betwist en door de man niet nader is onderbouwd, zal de rechtbank de inboedelgoederen als verdeeld beschouwen. 4 Beslissing De rechtbank: 4.1 Spreekt uit de echtscheiding tussen partijen, op [datum] 2007 in de gemeente [plaats] met elkaar gehuwd. 4.2 Beveelt partijen over te gaan tot verdeling van de tussen hen bestaande huwelijksgoederengemeenschap op de wijze zoals hierboven onder 3.10 tot en met 3.12 is overwogen. 4.3 Verklaart deze beschikking, met uitzondering van de echtscheiding, uitvoerbaar bij voorraad. 4.4 Wijst af het meer of anders verzochte. Deze beschikking is gegeven door mr. M. Flipse, rechter, en in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van E. Dijkstra, griffier, op 16 juni 2009. Tegen deze beschikking kan – voor zover er definitief is beslist – door tussenkomst van een advocaat hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof te Amsterdam. De verzoekende partij en/of de zich verwerende partij dient het hoger beroep binnen de termijn van drie maanden na de dag van de uitspraak in te stellen.