
Jurisprudentie
BJ0902
Datum uitspraak2009-05-12
Datum gepubliceerd2009-07-06
RechtsgebiedHandelszaak
Soort ProcedureHoger beroep
Instantie naamGerechtshof 's-Hertogenbosch
ZaaknummersHD 103.005.805
Statusgepubliceerd
Datum gepubliceerd2009-07-06
RechtsgebiedHandelszaak
Soort ProcedureHoger beroep
Instantie naamGerechtshof 's-Hertogenbosch
ZaaknummersHD 103.005.805
Statusgepubliceerd
Indicatie
Reikwijdte verplichtstellingsbeschikking met betrekking tot Pensioenfonds metaal en techniek.
Uitspraak
typ. SH
zaaknr. HD 103.005.805
ARREST VAN HET GERECHTSHOF 's-HERTOGENBOSCH,
sector civiel recht,
derde kamer, van 12 mei 2009,
gewezen in de zaak van:
1. STICHTING PENSIOENFONDS METAAL EN TECHNIEK,
gevestigd te s-Gravenhage,
2. STICHTING SOCIAAL FONDS METAAL EN TECHNIEK,
gevestigd te 's-Gravenhage,
3. N.V. SCHADEVERZEKERING METAAL EN TECHNISCHE
BEDRIJFSTAKKEN,
gevestigd te Rijswijk,
4. STICHTING OPLEIDINGS- EN ONTWIKKELINGSFONDS
VOOR HET METAALBEWERKINGSBEDRIJF,
gevestigd te 's-Gravenhage,
appellanten bij exploot van dagvaarding van
12 november 2007,
advocaat: mr. M.J.H. Halsema,
tegen:
1. MIMEOS V.O.F,
gevestigd te Baarlo, gemeente Maasbree,
2. HMH PRODUCTIONS B.V., vennoot van Mimeos vof,
gevestigd te Nuenen, Gerwen en Nederwetten,
3. MIMEOS B.V., vennoot van Mimeos vof,
gevestigd te Baarlo, gemeente Maasbree,
geïntimeerden bij gemeld exploot,
advocaat: mr. G.E.M.C. Reinartz,
op het hoger beroep van het door de rechtbank Roermond, sector kanton, locatie Venlo, gewezen tussenvonnis van
22 augustus 2007 tussen appellanten als eisers in conventie, verweerders in reconventie en geïntimeerden als gedaagden in conventie, eisers in reconventie.
Appellanten worden hierna gezamenlijk aangeduid als de fondsen en ieder afzonderlijk als stichting PMT, stichting SFM, Schade NV en stichting OOM.
Geïntimeerden worden hierna gezamenlijk aangeduid als Mimeos cs en ieder afzonderlijk als Mimeos vof, HMH en Mimeos BV.
1. Het geding in eerste aanleg (zaaknr. 182845/CV EXPL 06-3667)
Voor het geding in eerste aanleg verwijst het hof naar voormeld tussenvonnis alsmede naar
het daaraan voorafgaande tussenvonnis van 31 januari 2007 waarbij een comparitie van partijen werd bevolen en
het vonnis van 3 oktober 2007 waarbij aan de fondsen toestemming is verleend hoger beroep in te stellen tegen het tussenvonnis van 22 augustus 2007.
2. Het geding in hoger beroep
2.1. Bij memorie van grieven hebben de fondsen onder overlegging van 24 producties twaalf grieven aangevoerd en geconcludeerd tot vernietiging van het vonnis waarvan beroep en, kort gezegd, tot toewijzing van hun vorderingen in conventie en - naar het hof begrijpt uit de pleitnotities van de fondsen - tot afwijzing van de vorderingen van Mimeos cs in reconventie.
2.2. Bij memorie van antwoord heeft Mimeos cs de grieven bestreden.
2.3. Partijen hebben daarna hun standpunten doen bepleiten ter terechtzitting van dit hof van 16 maart 2009, waarbij voor de fondsen optrad mr. M.J.H.Halsema en voor Mimeos cs mr. H.J.A. Jansen. Van de gehouden pleidooien zijn pleitnotities overgelegd.
2.4. Partijen hebben na afloop van het pleidooi fotokopieën van de gedingstukken overgelegd en uitspraak gevraagd.
3. De gronden van het hoger beroep
De grieven van de fondsen strekken ten betoge dat de kantonrechter de vorderingen van de fondsen aanstonds had moeten toewijzen en die van Mimeos cs aanstonds had moeten afwijzen.
4. De beoordeling
4.1. Het gaat in dit hoger beroep om het volgende.
a. Mimeos vof is opgericht op 14 april 2004 (prod. 2 inl. dagv.).
Haar vennoten, Mimeos BV en HMH, zijn eveneens op die datum opgericht. [persoon 1] is bestuurder en (indirect) enig aandeelhouder van Mimeos BV en [persoon 2] is bestuurder en (indirect) enig aandeelhouder van HMH (prod. 3 en 4 inl. dagv.).
b. Mimeos vof produceert zogenaamde stampers voor de CD en DVD-industrie met aanverwante artikelen (prod. 3 inl. dagv.). Deze stampers worden vervaardigd van nikkel via een proces van "electroforming" en verkocht aan bedrijven van de CD- en DVD-industrie. Deze bedrijven persen met behulp van deze stampers CD- en DVD-plaatjes.
c. Deze bedrijfsactiviteit van Mimeos vof werd in de periode vóór 14 april 2004 (ten behoeve van de CD-industrie) uitgeoefend door SLE Investments BV, destijds genaamd Mimeos BV (Mimeos BV oud: prod. 20 cva in reconventie). SLE Investments BV is thans de vennootschap die de aandelen houdt van Mimeos BV (prod. 3 inl. dagv.) en waarvan [persoon 1] enig aandeelhouder en bestuurder is (prod. 20 cva in reconventie). Mimeos BV oud nam deel in de CAO- en Bedrijfstakregelingen van de fondsen en heeft daartoe premies afgedragen.
d. Mimeos cs heeft zich in 2005 op het standpunt gesteld dat Mimeos vof niet verplicht is deel te nemen in de CAO- en Bedrijfstakregelingen, uitgevoerd door de fondsen.
e. De fondsen hebben zich op het standpunt gesteld dat Mimeos vof daartoe wel verplicht is.
Het gaat om een viertal regelingen:
De bedrijfstakpensioenregeling, neergelegd in het pensioenreglement, uitgevoerd door stichting PMT (prod. 5 inl. dagv.)
De CAO Werkgeversbijdrage Sociaal Fonds Metaal en Techniek (CAO SFM), uitgevoerd door stichting SFM (prod. 39 mvg).
De CAO Aanvullend Invaliditeitspensioen Metaal en Techniek (CAO AVIM), uitgevoerd door Schade NV (prod. 40 mvg).
De CAO voor het Opleidings- en Ontwikkelingsfonds voor het Metaalbewerkingsbedrijf (CAO OOM), uitgevoerd door stichting OOM (prod. 41 mvg).
f. Deelneming in de stichting PMT (en daarmee in de bedrijfstakpensioenregeling uitgevoerd door stichting PMT) is verplicht gesteld bij beschikking van de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 25 februari 1950, onder meer gewijzigd bij beschikking van 13 juli 2006 (prod. 13 inl. dagv.) en laatstelijk gewijzigd bij beschikking van 25 oktober 2007 (prod. 38 mvg).
g. Bepalingen van de CAO SFM zijn algemeen verbindend verklaard bij beschikking van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 30 december 2003 (prod. 6 inl. dagv. en prod. 39 mvg).
h. Bepalingen van de CAO AVIM zijn algemeen verbindend verklaard bij beschikking van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 30 december 2003 (prod. 7 inl. dagv. en prod. 40 mvg).
i. Bepalingen van de CAO OOM zijn algemeen verbindend verklaard bij beschikking van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 22 december 2004 (prod. 8 inl. dagv. en prod. 41 mvg).
4.2. De fondsen hebben in conventie gevorderd - kort gezegd -
a. te verklaren voor recht dat Mimeos vof en/of Mimeos BV en/of HMH met ingang van 14 april 2004 onder de werkingssfeer vallen van het verplichtstellingsbesluit, genoemd onder 4.1. sub f, en van de algemeen verbindend verklaarde bepalingen van de CAO's, genoemd onder 4.1., sub g, h en i.
b. Mimeos vof en/of Mimeos BV en/of HMH op straffe van een dwangsom te veroordelen gegevens uit hun personeelsbestand met betrekking tot hun werknemers te verschaffen aan de fondsen door terhandstelling van die gegevens aan Mn Services NV, het administratiekantoor van de fondsen.
c. Mimeos vof en/of Mimeos BV en/of HMH te veroordelen tot betaling aan de fondsen van de bedragen terzake van premiebijdragen, renten, boeten en/of kosten die op basis van de onder a. en b. bedoelde gegevens zijn berekend.
4.3. Mimeos cs heeft in reconventie - kort gezegd - gevorderd
a. te verklaren voor recht dat zij over de periode voorafgaande aan 14 april 2004 op een ondeugdelijke basis premies aan de fondsen heeft betaald.
b. veroordeling van de fondsen tot betaling van de door Mimeos cs betaalde premies voorafgaande aan 14 april 2004, nader op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet, met de wettelijke rente daarover vanaf 17 januari 2007.
4.4. Bij tussenvonnis van 22 augustus 2007 heeft de kantonrechter overwogen dat hij er zonder deskundigenbericht niet uit komt en een deskundigenonderzoek aangekondigd ter beantwoording van een aantal door hem geformuleerde vragen.
De kantonrechter heeft de zaak naar de rol verwezen teneinde partijen in de gelegenheid te stellen zich uit te laten over het aantal en de persoon van de te benoemen deskundige(n) en eventuele nadere aanvullende vragen.
4.5. De fondsen stellen zich in hoger beroep op het standpunt dat de kantonrechter ten onrechte heeft nagelaten te beoordelen of hun vorderingen op de primaire grondslag toewijsbaar zijn (grief 10), dat de kantonrechter ten onrechte de vorderingen van de fondsen niet direct op de subsidiaire grondslag heeft toegewezen (grief 11) en voorts dat de kantonrechter ten onrechte een deskundigenonderzoek heeft aangekondigd, aangezien het de rechter is die dient vast te stellen of de werkzaamheden van (de werknemers van) Mimeos cs onder de definitie van de werkingssfeerbepalingen van de te dezen toepasselijke CAO- en bedrijfstakregelingen vallen en een deskundigenonderzoek daarvoor niet nodig is.
4.6. Het hof oordeelt als volgt.
4.7. De fondsen leggen aan hun vorderingen - kort gezegd - de volgende stellingen ten grondslag:
a. De bedrijfsactiviteit van Mimeos cs houdt in de vervaardiging van nikkelen stampers.
b. Mimeos vof heeft daartoe 5 werknemers in dienst van wie er vier "direct in de productie" werken.
Daarnaast fungeren [persoon 2] als commercieel en financieel directeur en [persoon 1] als technisch directeur. Zij zijn niet in dienst van Mimeos vof (pleitnotities pag. 5 en 6).
c. Het productieproces waarin de stampers worden vervaardigd kent meerdere fases. Het proces begint met het ontvangen en verwerken van de informatiedata, afkomstig van cliënten van Mimeos vof, (pre-mastering) en eindigt met het afwerken van het nikkelen schijfje (stamper) waarop de (digitale) informatiedata in de vorm van minuscule puntjes en putjes zijn vastgelegd. Tijdens dit productieproces worden, na de pre-mastering, de - aan te brengen - digitale informatiedata eerst vastgelegd op een glazen plaatje ter grootte van een DVD (glass-mastering), waarna dit glazen plaatje (glass-master) in een bad wordt geplaatst met een geconcentreerde chemische nikkeloplossing. Via een elektrochemisch proces wordt vervolgens een nikkelen laag aangebracht op de glass-master (electroforming). Deze nikkelen laag wordt daarna van de glass-master losgemaakt en aldus ontstaat het nikkelen schijfje dat na bewerking resulteert in de stamper.
d. Deze vervaardiging van stampers valt onder de werkingssfeer van de verplichtstellingsbeschikking, genoemd onder 4.1. sub f, en onder de algemeen verbindend verklaarde bepalingen van de CAO's, genoemd onder 4.1. sub g, h en i,
primair omdat er sprake is van vervaardiging van metalen producten zoals matrijzen, stempels e.d. en subsidiair omdat de toegepaste productiemethode inhoudt dat metaalneerslag wordt aangebracht op voorwerpen en metaal wordt gepolijst (galvanotechniek).
4.8. Mimeos cs voert in de eerste plaats als verweer aan dat vervaardiging van stampers niet valt onder de vervaardiging van metalen producten (cva in conventie punt 13).
4.8.1. Het hof verwerpt dit verweer. De stampers die Mimeos vof vervaardigt zijn nikkelen stampers en dus metalen producten. Het doet er in dit verband niet toe op welke wijze deze nikkelen stampers worden vervaardigd.
4.8.2. Bovendien worden deze nikkelen stampers vervaardigd via een proces van "electroforming". Dit proces is aan te merken als het aanbrengen van metaalneerslag op voorwerpen. Voorts worden de door deze metaalneerslag gevormde nikkelen schijfjes bewerkt (gepolijst). Ook met deze werkzaamheid valt Mimeos vof onder de werkzaamheden waarop de verplichtstellingsbeschikking, genoemd onder 4.1. sub f, en de algemeen verbindend verklaarde bepalingen van de CAO's, genoemd onder 4.1. sub g, h en i, betrekking hebben. Het verweer van Mimeos cs op dit punt (conclusie na comparitie (= cncomp.) punt 12) dient derhalve eveneens te worden verworpen.
4.9. Mimeos cs voert voorts als verweer aan dat het proces van "electroforming" "slechts ongeveer 30% van het volledige proces vormt en aldus volstrekt ondergeschikt is aan het geheel van activiteiten bij Mimeos cs." (cva in conventie punt 6 en 7/ cncomp. punt 10). Volgens Mimeos cs zijn haar werknemers niet in hoofdzaak of voor het merendeel betrokken bij metaalbewerkingswerkzaamheden (cva in conventie punt 18/cnc punt 11).
In de memorie van grieven punt 47 en 55 licht Mimeos cs toe dat bij haar 7 personen werkzaam zijn, inclusief [persoon 2] en [persoon 1], dat van deze 7 personen er 3 in de productie werken (met een arbeidsduur van 3 x 40 uur = 120 uur per week) en 4 personen niet in de productie (met een arbeidsduur van (3 x 40)+(1 x 20)= 140 uur per week).
4.10. Het overweegt omtrent dit verweer het volgende.
4.11. Mimeos cs heeft erkend dat [persoon 2] en [persoon 1] niet bij Mimeos vof als werknemer in dienst zijn. Er moet daarom van worden uitgegaan dat Mimeos vof 5 personen in dienst heeft, zoals door de fondsen vermeld op pagina 6 van de pleitnotitie. Aanvankelijk had Mimeos vof overigens vier personen in dienst (zie de brieven die als prod. 5.2. en 5.5. bij cva in conventie zijn overgelegd).
4.11.1. Het hof volgt de fondsen in de stelling dat 4 van de 5 personen (aanvankelijk 3 van de 4 personen) betrokken zijn bij de productie van de stampers. [persoon 3] is daarbij betrokken als mastering manager (40 uur per week) en de heren [persoon 4] en [persoon 5] en [persoon 6] zijn daarbij betrokken als productiemedewerker (3 x 40 uur per week). Daaraan doet niet af dat, zoals Mimeos cs stelt, 2 van de 4 personen full-time bezig zijn met pre-mastering of hieraan gerelateerde werkzaamheden en dat van de overige 2 personen "ongeveer 40%" is toe te wijzen aan het kopiëren van vormen (electroforming) (zie prod. 1 bij cnc d.d. 27 juni 2007). Weliswaar worden in de onderneming van Mimeos vof meer en andere werkzaamheden uitgeoefend dan (enkel) het aanbrengen van metaalneerslag op voorwerpen en het be- en verwerken van het daardoor verkregen nikkelen schijfje, zoals het polijsten van metaal (a), doch deze andere werkzaamheden, bestaande uit het verwerken van de aangeleverde informatiedata (pre-mastering) en het proces van glas-mastering (b), vormen de noodzakelijke voorbereidende werkzaamheden om het nikkelen schijfje (de stamper) te kunnen vervaardigen. Daardoor zijn alle vier werknemers betrokken bij de met (a) aangeduide werkzaamheden. Hierbij neemt het hof tevens in aanmerking dat Mimeos vof uitsluitend tot doel heeft het produceren van nikkelen stampers (vgl. prod. 2 inl. dagv.).
4.12. Het feit dat genoemde voorbereidende werkzaamheden meer arbeidstijd van de werknemers van Mimeos vof in beslag nemen dan de tijd die gemoeid is met de eigenlijke vervaardiging van het nikkelen schijfje via electroforming en de afwerking daarvan, staat dan ook niet in de weg aan de conclusie dat de werknemers van Mimeos vof werkzaam zijn in een onderneming waarin in hoofdzaak voormelde met (a) aangeduide werkzaamheden worden uitgeoefend, zoals is bepaald in de verplichtstellingsbeschikking van 13 juli 2006 (prod 13, pag. 1, eerste kolom, en pag 3., tweede kolom bij inl. dagv.). Immers, zoals gezegd, zijn 4 van de 5 personen die in dienst zijn van Mimeos vof (aanvankelijk 3 van de 4 personen), betrokken bij de in 4.11.1. met (a) aangeduide werkzaamheden, zodat bij die werkzaamheden een groter aantal werknemers is betrokken dan het aantal werknemers dat werkzaamheden verricht op het gebied van enige andere bedrijfstak. Dus moet op grond van voormelde verplichtstellingsbeschikking van 13 juli 2006 de onderneming van Mimeos vof worden geacht in hoofdzaak de in 4.11.1. met (a) aangeduide werkzaamheden uit te oefenen. Aldus is voldaan aan de eisen die in de onder 4.1. sub f genoemde verplichtstellingsbeschikking, zoals die is gewijzigd op 13 juli 2006, is gesteld voor de verplichte deelneming van werknemers in de stichting PMT.
4.12.1. In de onder 4.1. sub f genoemde verplichtstellingsbeschikking, zoals die is gewijzigd op 25 oktober 2007, wordt eveneens het criterium van "betrokken zijn bij" gehanteerd (art. 22). Hetzelfde geldt voor de algemeen verbindend verklaarde bepalingen van de CAO SFM (art. E), de CAO AVIM (art. E) en de CAO OOM (art. 6, lid 2).
Voor de vraag of Mimeos vof is aan te merken als een "werkgever in de Metaal en Techniek" is blijkens de genoemde artikelen niet maatgevend of het aantal werknemers dat "betrokken is bij" de in 4.11.1. met (a) aangeduide werkzaamheden groter is dan het aantal werknemers dat werkzaamheden verricht op het gebied van enige andere bedrijfstak, maar is maatgevend of het aantal arbeidsuren van werknemers die "betrokken zijn bij" de in 4.11.1. met (a) aangeduide werkzaamheden groter is dan het aantal overeengekomen arbeidsuren van de werknemers die betrokken zijn bij werkzaamheden uitgeoefend in enige andere tak van bedrijf. Echter ook daaraan is voldaan. Het aantal overeengekomen arbeidsuren van bedoelde vier personen is immers 160 uur per week (aanvankelijk voor 3 personen 120 uur per week), terwijl het aantal overeengekomen arbeidsuren van de in dienst van Mimeos vof zijnde persoon ([persoon 7]) die betrokken is bij administratieve werkzaamheden (financiële administratie) slechts 20 uur per week bedraagt.
4.13. Het bovenstaande leidt tot de conclusie dat de vorderingen van de fondsen met betrekking tot Mimeos vof en HMH en Mimeos BV in hun hoedanigheid van vennoot van Mimeos vof toewijsbaar zijn.
Een voorafgaand deskundigenonderzoek acht het hof niet nodig. De grieven 10, 11 en 12 zijn dus gegrond en het in conventie en in reconventie gewezen vonnis van 22 augustus 2007 moet worden vernietigd. De overige grieven behoeven geen behandeling.
4.14. Opnieuw rechtdoende oordeelt het hof als volgt.
4.15. De vorderingen van de fondsen in conventie zijn toewijsbaar zoals hierboven onder 4.13. is vermeld.
Al hetgeen Mimeos cs daartegen voor het overige als verweer heeft aangevoerd is niet terzake dienend en/of leidt niet tot een ander oordeel. Ter motivering hiervan volstaat het hof met de opmerking dat de uitleg van de toepasselijke bepalingen van de verplichtstellingsbeschikkingen en van de CAO's maatgevend is bij de beoordeling van de vraag of Mimeos vof en haar vennoten verplicht zijn de voorschriften van de bedrijfstakpensioenregeling en de toepasselijke CAO-bepalingen na te komen, gezien de werkzaamheden die de werknemers van Mimeos vof in haar dienst verrichten.
De stelling van Mimeos cs in de pleitnota in hoger beroep dat de fondsen zich schuldig maken aan willekeur (punt 13) en in strijd met de zorgvuldigheid handelen (punt 14) is door haar niet onderbouwd met feiten die die conclusie kunnen dragen.
4.16. De vorderingen van de fondsen zijn niet toewijsbaar voorzover zij zijn ingesteld tegen HMH en Mimeos BV in hun hoedanigheid van werkgever in de Metaal en Techniek. Niet gebleken is immers dat HMH en Mimeos BV ook zelf werknemers in dienst hebben die betrokken zijn bij de in 4.11.1. met (a) aangeduide werkzaamheden.
4.17. De vorderingen van Mimeos cs in reconventie zijn niet toewijsbaar.
De fondsen hebben gemotiveerd betwist dat Mimeos cs in de periode vóór 14 april 2004 premies heeft betaald aan de fondsen. Het is ook niet aannemelijk dat Mimeos cs premies heeft betaald aan de fondsen. Mimeos cs is immers pas op 14 april 2004 opgericht. Premies die Mimeos BV oud in de periode vóór 14 april 2004 aan de fondsen heeft betaald kunnen door Mimeos cs reeds daarom niet met succes worden (terug)gevorderd omdat Mimeos cs die premies niet heeft betaald.
4.18. Als de in hoofdzaak in het ongelijk gestelde partij dient Mimeos cs te worden veroordeeld in de kosten van het geding in eerste aanleg en in hoger beroep.
5. De uitspraak
Het hof:
rechtdoende in hoger beroep,
vernietigt het in conventie en in reconventie gewezen tussenvonnis van 22 augustus 2007, waarvan beroep,
en, opnieuw rechtdoende,
in conventie:
5.1. verklaart voor recht dat Mimeos vof en haar vennoten HMH en Mimeos BV met ingang van 14 april 2004 onder de werkingssfeer vallen van:
a. het besluit van de Staatssecretaris van Sociale zaken en Werkgelegenheid van 25 februari 1950, Staatscourant 1950, nummer 42, laatstelijk gewijzigd bij Besluit van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 25 oktober 2007, Staatscourant 29 oktober 2007, pagina 11;
b. de Collectieve Arbeidsovereenkomst Werkgeversbijdrage Sociaal Fonds Metaal en Techniek, de Collectieve Arbeidsovereenkomst Aanvullend Invaliditeitspensioen Metaal en Techniek en de Collectieve Arbeidsovereenkomst voor het Opleidings- en Ontwikkelingsfonds voor het Metaalbewerkingsbedrijf gedurende de perioden van algemeen verbindend verklaring van bepalingen van deze collectieve arbeidsovereenkomsten.
5.2. Veroordeelt Mimeos vof en haar vennoten HMH en Mimeos BV om binnen 14 dagen na betekening van dit arrest gegevens uit het personeelsbestand, bestaande uit een complete lijst van de bij Mimeos vof in dienst zijnde c.q. geweest zijnde werknemers vanaf 14 april 2004 met bijbehorende namen, sofinummers, functies, datum in- en uitdiensttreding, adresgegevens, geboortedata en jaarsalarissen aan de fondsen te overhandigen door ter handstelling aan het administratiekantoor van de fondsen, Mn Services NV;
5.3. bepaalt dat Mimeos vof en haar vennoten HMH en Mimeos BV een dwangsom van € 5.000,- per dag verbeuren voor iedere dag dat zij in gebreke zullen zijn aan de veroordeling onder 5.2. te voldoen;
5.4. veroordeelt Mimeos vof en haar vennoten HMH en Mimeos BV tot betaling aan de fondsen van de op basis van de hierboven onder 5.1. en 5.2. bedoelde gegevens berekende bedragen terzake van premiebijdragen en/of renten en/of boeten en/of kosten.
5.5. Veroordeelt Mimeos vof en haar vennoten HMH en Mimeos BV tot betaling van de proceskosten in eerste aanleg in conventie, welke kosten, voorzover aan de zijde van de fondsen gevallen, worden begroot op € 84,87 wegens dagvaarding, € 281,- wegens griffierecht en € 2.400,- wegens salaris van de gemachtigde;
5.6. wijst af het meer of anders gevorderde;
in reconventie:
wijst de vorderingen van Mimeos cs af;
veroordeelt Mimeos vof en haar vennoten HMH en Mimeos BV tot betaling van de proceskosten in eerste aanleg in reconventie, welke kosten, voorzover aan de zijde van de fondsen gevallen, worden begroot op € 400,- wegens salaris van de gemachtigde;
in hoger beroep voorts:
veroordeelt Mimeos vof en haar vennoten HMH en Mimeos BV tot betaling van de proceskosten in hoger beroep, welke kosten, voorzover aan de zijde van de fondsen gevallen worden begroot op € 84,46 wegens dagvaarding, € 251,- wegens griffierecht en op € 2.682,- wegens salaris van de advocaat.
Verklaart de bovenvermelde veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad.
Dit arrest is gewezen door mrs. Bod, Zweers-Van Vollenhoven en Van Veen en in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer op 12 mei 2009.