
Jurisprudentie
BJ0739
Datum uitspraak2009-06-29
Datum gepubliceerd2009-06-29
RechtsgebiedStraf
Soort ProcedureHoger beroep
Instantie naamGerechtshof Leeuwarden
Zaaknummers24-003014-08
Statusgepubliceerd
Datum gepubliceerd2009-06-29
RechtsgebiedStraf
Soort ProcedureHoger beroep
Instantie naamGerechtshof Leeuwarden
Zaaknummers24-003014-08
Statusgepubliceerd
Indicatie
Het hof acht niet wettig en overtuigend bewezen dat het verdachte is geweest die de valsheid in geschrifte heeft gepleegd zodat verdachte van het ten laste gelegde wordt vrijgesproken.
Uitspraak
Parketnummer: 24-003014-08
Parketnummer eerste aanleg: 17-753675-08
Arrest van 29 juni 2009 van het gerechtshof te Leeuwarden, meervoudige strafkamer, op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Leeuwarden van 3 november 2008 in de strafzaak tegen:
[verdachte],
geboren op [1981] te [geboorteplaats],
wonende te [woonplaats], [adres],
verschenen in persoon, bijgestaan door zijn raadsman mr. E. van der Meer, advocaat te Leeuwarden.
Het vonnis waarvan beroep
De politierechter in de rechtbank Leeuwarden heeft de verdachte bij het vonnis wegens een misdrijf veroordeeld tot een straf, zoals in dat vonnis omschreven.
Gebruik van het rechtsmiddel
De verdachte is op de voorgeschreven wijze en tijdig in hoger beroep gekomen.
Het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep, alsmede het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.
De vordering van de advocaat-generaal
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof verdachte zal vrijspreken van hetgeen aan hem is ten laste gelegd.
De beslissing op het hoger beroep
Het hof zal het vonnis vernietigen en opnieuw recht doen.
Tenlastelegging
Aan verdachte is ten laste gelegd dat:
verdachte
in of omstreeks de periode van 19 juni 2006 tot en met 26 juni 2006, in elk geval in of omstreeks de maand juni 2006, te [plaats 1], althans in de gemeente [gemeente], in elk geval in Nederland, een aan [bedrijf], [adres] te [vestigingsplaats] gerichte brief, gedateerd 20 juni 2006, met een briefhoofd als zijnde afkomstig van[bedrijf], [adres] te [vestigingsplaats], - zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen - valselijk heeft opgemaakt of heeft vervalst, door valselijk en/of in strijd met de waarheid die brief, vermeldende of inhoudende de navolgende tekst:
"Geachte Heer/Mevrouw,
Dhr. [verdachte] [adres], [woonplaats], een cliënt van ons staat bij [bedrijf] in [vestigingsplaats] ingeschreven als werkzoekend. Het is nu ruim 2 jaar geleden dat cliënt via jullie te werk is gesteld bij [bedrijf]. Hier was cliënt werkzaam als verkoopmedewerker. Dit gedurende een periode van minimaal vier 36 urige werkweken.
Nu is gebleken dat cliënt tot op heden nog geen vergoeding heeft mogen ontvangen in de vorm van loon. Uit door de cliënt aangevoerde stukken blijkt dat deze hier wel recht op had. Graag verzoeken wij u dan ook om de loon betaling als nog te laten geschieden. In de bijlage treft u een berekening aan op basis van 3 weken van 30 uren met toevoeging van wettelijke rente.
Wij wensen deze zaak door middel van deze schikking vlot en correct af te handelen.
Hoogachtend"
te ondertekenen, althans te voorzien van een handtekening, welke de ondertekening of handtekening van mevrouw mr. [naam] moest voorstellen, zulks met het oogmerk om dat geschrift als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken
en/of
op tijd en plaats voormeld en/of te [plaats 2], (althans) in de gemeente [gemeente], opzettelijk gebruik heeft gemaakt van bovenvermelde valse of vervalste brief, als ware die brief, althans dat geschrift, echt en onvervalst en bestaande dat gebruikmaken hierin dat verdachte dat geschrift heeft toegezonden, althans heeft doen of laten toezenden, in elk geval heeft doen of laten toekomen, aan uitzendbureau [bedrijf], gevestigd aan het [adres] te [vestigingsplaats].
Vrijspraak
Het hof acht niet wettig en overtuigend bewezen dat het verdachte is geweest die de hem verweten valsheid heeft gepleegd of die de vervalste brief heeft verzonden, zodat hij daarvan moet worden vrijgesproken.
De uitspraak
HET HOF,
RECHT DOENDE OP HET HOGER BEROEP:
vernietigt het vonnis, waarvan beroep, en opnieuw recht doende:
verklaart het verdachte ten laste gelegde niet bewezen en spreekt hem daarvan vrij;
Dit arrest is aldus gewezen door mr. J. Hielkema, voorzitter, mr. G. Dam en mr. P.J.M. van den Bergh, in tegenwoordigheid van A.L.H. Wilkens als griffier.