Wetboek-online maakt gebruik van cookies. sluiten
bladeren
zoeken

Jurisprudentie

BJ0708

Datum uitspraak2009-06-29
Datum gepubliceerd2009-06-29
RechtsgebiedStraf
Soort ProcedureHoger beroep
Instantie naamGerechtshof Leeuwarden
Zaaknummers24-000072-09
Statusgepubliceerd


Indicatie

Verdachte is ter zake van poging zware mishandeling en vernieling veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 4 maanden, waarvan 2 maanden voorwaardelijk met als bijzondere voorwaarde reclasseringstoezicht. Voorts heeft het hof een beslissing genomen ten aanzien van de vordering tot tenuitvoerlegging van een eerder aan verdachte opgelegde voorwaardelijke gevangenisstraf. Deze vordering wordt gedeeltelijk toegewezen en wel voor de duur van 2 maanden.


Uitspraak

Parketnummer: 24-000072-09 Parketnummer eerste aanleg: 17-885120-08 en 17-880156-06 (tul) Arrest van 29 juni 2009 van het gerechtshof te Leeuwarden, meervoudige strafkamer, op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Leeuwarden van 24 december 2008 in de strafzaak tegen: [verdachte], geboren op [1981] te [geboorteplaats], wonende te [woonplaats], [adres], niet ter terechtzitting verschenen. Wel verschenen is de raadsman van verdachte mr. R.P. Snorn, advocaat te Leeuwarden. Het vonnis waarvan beroep De politierechter in de rechtbank Leeuwarden heeft de verdachte bij het vonnis wegens misdrijven veroordeeld tot een straf en op een vordering tot tenuitvoerlegging beslist, zoals in dat vonnis omschreven. Gebruik van het rechtsmiddel De verdachte is op de voorgeschreven wijze en tijdig in hoger beroep gekomen. Het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep De raadsman van verdachte heeft verklaard uitdrukkelijk te zijn gemachtigd verdachte ter terechtzitting te verdedigen. Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep, alsmede het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg. De vordering van de advocaat-generaal De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof verdachte ter zake van het onder 1 primair en 2 ten laste gelegde zal veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van 4 maanden, waarvan 2 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren en reclasseringstoezicht als bijzondere voorwaarde. Voorts heeft de advocaat-generaal gevorderd dat het hof de tenuitvoerlegging zal bevelen van de bij vonnis van de rechtbank Leeuwarden van 19 september 2006 aan de verdachte voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf voor de duur van 6 maanden. De beslissing op het hoger beroep Het hof zal het vonnis vernietigen en opnieuw recht doen. Tenlastelegging Aan de verdachte is ten laste gelegd dat: 1. hij op of omstreeks 15 mei 2008, te [plaats], (althans) in de gemeente [gemeente], ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan een persoon genaamd [slachtoffer], opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, immers heeft verdachte, met dat opzet een (metalen en/of stenen) vuurkorf/potkachel, althans een hard en/of stevig voorwerp, op het hoofd van die [slachtoffer] gezet/geplaatst en/of vervolgens één of meer klap(pen) op (de hals van) die (metalen en/of stenen) vuurkorf/potkachel, althans dat hard(e) en/of stevig(e) voorwerp, gegeven, en/of (althans) een (metalen en/of stenen) vuurkorf/potkachel, althans een hard en/of stevig voorwerp, (met kracht) op het hoofd van die [slachtoffer], doen neerkomen, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid; Subsidiair zo het vorenstaande niet mocht leiden tot schuldigverklaring van en strafoplegging aan verdachte hij op of omstreeks 15 mei 2008, te [plaats], (althans) in de gemeente [gemeente], opzettelijk een persoon (te weten [slachtoffer]) heeft mishandeld, immers heeft hij, verdachte, toen aldaar -een (metalen en/of stenen) vuurkorf/potkachel, althans een hard en/of stevig voorwerp, op het hoofd van die [slachtoffer] gezet/geplaatst en/of vervolgens één of meer klap(pen) op (de hals van) die (metalen en/of stenen) vuurkorf/potkachel, althans dat hard(e) en/of stevig(e) voorwerp, gegeven, en/of (althans) -een (metalen en/of stenen) vuurkorf/potkachel, althans een hard en/of stevig voorwerp, (met kracht) op het hoofd van die [slachtoffer], doen neerkomen, en/of -die [slachtoffer], met zijn, verdachtes, hand(en) op haar hoofd geslagen, waardoor deze letsel heeft bekomen en/of pijn heeft ondervonden; 2. hij op of omstreeks 15 mei 2008, te [plaats], (althans) in de gemeente [gemeente], opzettelijk en wederrechtelijk een (tuin)hek, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, heeft vernield en/of beschadigd en/of onbruikbaar gemaakt; Bewezenverklaring Het hof acht het ten laste gelegde bewezen, met die verstande dat: 1. primair: hij op 15 mei 2008, te [plaats], ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan een persoon genaamd [slachtoffer], opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet een metalen vuurkorf/potkachel, met kracht op het hoofd van die [slachtoffer], heeft doen neerkomen, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid; 2. hij op 15 mei 2008, te [plaats], opzettelijk en wederrechtelijk een tuinhek, toebehorende aan [slachtoffer], heeft beschadigd. Het hof acht niet bewezen hetgeen aan verdachte als voormeld meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen. Kwalificatie Het bewezen verklaarde levert op de misdrijven: 1. primair: poging tot zware mishandeling; 2. opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, beschadigen. Strafbaarheid Het hof acht verdachte strafbaar. Strafuitsluitingsgronden worden niet aanwezig geacht. Strafmotivering Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en gelet op de persoon van verdachte. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen. Verdachte heeft zich op 15 mei 2008 schuldig gemaakt aan zowel poging tot zware mishandeling als aan vernieling. Verdachte heeft [slachtoffer], zijn buurvrouw, zonder enige aanleiding met een metalen vuurkorf op haar hoofd geslagen, alsmede haar tuinhek beschadigd door de palen van dit hek uit de grond te trekken. Door zijn handelen heeft verdachte inbreuk gemaakt op de lichamelijke integriteit van die [slachtoffer] en gevoelens van angst en onveiligheid bij haar teweeggebracht. Voorts heeft verdachte door zijn handelen haar eigendomrecht niet gerespecteerd. Het hof is van oordeel dat gezien de ernst van het onder 1 primair ten laste gelegde feit onder deze omstandigheden niet kan worden volstaan met een andere straf dan een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf. Uit het verdachte betreffende Uitreksel Justitiële Documentatie d.d. 27 april 2009 blijkt, dat verdachte reeds eerder is veroordeeld wegens ernstige strafbare feiten. Dit heeft hem er niet van weerhouden opnieuw strafbare feiten te plegen. Het hof zal evenwel een gedeelte van de gevangenisstraf voorwaardelijk opleggen teneinde verdachte ervan te weerhouden zich opnieuw aan een (soortgelijk) strafbaar feit schuldig te maken. Het hof zal verdachte als bijzondere voorwaarde bij de voorwaardelijke straf, hulp en steun van Reclassering Nederland opleggen om hem te begeleiden en te helpen in verband met zijn overmatig middelengebruik en zijn psychische gesteldheid. Gelet op het voorgaande, in samenhang beschouwd, zal het hof verdachte veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van 4 maanden waarvan 2 maanden voorwaardelijk met als bijzondere voorwaarde reclasseringstoezicht. Vordering tenuitvoerlegging (17/880156-06) Bij vonnis van de rechtbank Leeuwarden d.d. 19 september 2006 is verdachte veroordeeld tot (onder meer) een gevangenisstraf voor de duur van 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren. Voormeld vonnis is op 4 oktober 2006 onherroepelijk geworden. De proeftijd is ingegaan op 4 oktober 2006. De officier van justitie heeft op 31 oktober 2008 gevorderd dat last zal worden gegeven tot tenuitvoerlegging van voormelde gevangenisstraf. Nu gebleken is dat verdachte de onder 1 primair en onder 2 bewezenverklaarde feiten heeft begaan voor het einde van de bij voormeld vonnis gestelde proeftijd, zal het hof op grond van het vorenstaande tenuitvoerlegging gelasten van de voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf. Gelet op de straf die het hof voor het onderhavige feit oplegt en op alle omstandigheden de veroordeelde betreffende zal het hof niet de tenuitvoerlegging van het gehele voorwaardelijk opgelegde gedeelte van de destijds opgelegde straf bevelen, zoals door de advocaat-generaal gevorderd, maar zal het hof evenals de politierechter heeft gedaan van een gedeelte van de straf de tenuitvoerlegging bevelen en wel van 2 maanden. Toepassing van wetsartikelen Het hof heeft gelet op de artikelen 14a, 14b, 14c, 14d, 14g, 45, 63, 302 en 350 van het Wetboek van Strafrecht. De uitspraak HET HOF, RECHT DOENDE OP HET HOGER BEROEP: vernietigt het vonnis, waarvan beroep, en opnieuw recht doende: verklaart het verdachte onder 1 primair en 2 ten laste gelegde bewezen, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart deze feiten en verdachte strafbaar; verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte als voormeld meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt verdachte daarvan vrij; veroordeelt verdachte [verdachte] tot gevangenisstraf voor de duur van vier maanden; beveelt, dat van de gevangenisstraf een gedeelte van twee maanden, niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond dat de veroordeelde zich voor het einde van een proeftijd van twee jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt, of de hierna te noemen bijzondere voorwaarde niet heeft nageleefd; stelt als bijzondere voorwaarde: dat de veroordeelde zich zal stellen onder toezicht van de Stichting Reclassering Nederland en zich zal gedragen naar de aanwijzingen van die instelling; draagt genoemde instelling op de veroordeelde bij de naleving van de voorwaarden hulp en steun te verlenen; bepaalt dat dit toezicht door genoemde instelling reeds tijdens de proeftijd kan worden beëindigd; gelast de tenuitvoerlegging van een gedeelte van de aan veroordeelde bij vonnis van de meervoudige kamer te Leeuwarden van 19 september 2006 voorwaardelijk opgelegde straf, te weten: gevangenisstraf voor de duur van twee maanden; Dit arrest is aldus gewezen door mr. P.J.M. van den Bergh, voorzitter, mr. G. Dam en mr. J. Hielkema, in tegenwoordigheid van A.L.H. Wilkens als griffier.