Wetboek-online maakt gebruik van cookies. sluiten
bladeren
zoeken

Jurisprudentie

BJ0701

Datum uitspraak2009-06-26
Datum gepubliceerd2009-06-30
RechtsgebiedSociale zekerheid
Soort ProcedureHoger beroep
Instantie naamCentrale Raad van Beroep
Zaaknummers08/876 WAO
Statusgepubliceerd


Indicatie

Intrekking WAO-uitkering. Voldoende medische en arbeidskundige grondslag. De bezwaarverzekeringsarts heeft voldoende gemotiveerd uiteengezet dat in het geval van appellante geen beperking behoeft te worden aangenomen in het aantal uren dat per week kan worden gewerkt. De Raad is van oordeel dat in de aan het besluit ten grondslag liggende stukken voldoende is toegelicht dat de aan appellante voorgehouden functies in overeenstemming zijn met de voor haar geldende belastbaarheid.


Uitspraak

08/876 WAO Centrale Raad van Beroep Enkelvoudige kamer U I T S P R A A K op het hoger beroep van: [Appellante], wonende te [woonplaats] (hierna: appellante), tegen de uitspraak van de rechtbank Alkmaar van 18 december 2007, 06/2941 (hierna: aangevallen uitspraak), in het geding tussen: appellante en de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv). Datum uitspraak: 26 juni 2009 I. PROCESVERLOOP Namens appellante heeft mr. A.J. Vis, regiojurist bij de Abvakabo, hoger beroep ingesteld. Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 15 mei 2009. Appellante is verschenen, bijgestaan door mr. Vis. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. C. Vork. II. OVERWEGINGEN 1. Voor een overzicht van de relevante feiten en omstandigheden verwijst de Raad naar de aangevallen uitspraak. Hier volstaat de Raad met het volgende. 2.1. Bij besluit van 22 februari 2006 heeft het Uwv de mate van arbeidsongeschiktheid van appellante in het kader van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO) vastgesteld op minder dan 15% en de WAO-uitkering op die grond ingetrokken met ingang van 23 april 2006. 2.2. Het bezwaar van appellante is bij besluit van 14 september 2006 ongegrond verklaard. 2.3. Het bestreden besluit berust op het standpunt dat appellante weliswaar beperkingen ondervond bij het verrichten van arbeid, maar dat appellante met inachtneming van die beperkingen geschikt was voor werkzaamheden verbonden aan de door de arbeidsdeskundige geselecteerde functies. 3. De rechtbank heeft in de aangevallen uitspraak de medische aspecten van de schatting onderschreven, maar heeft vanwege een motiveringsgebrek in bezwaar, ziende op de arbeidskundige grondslag, het besluit vernietigd. Omdat dit gebrek in beroep hersteld is heeft de rechtbank aanleiding gezien de rechtsgevolgen van het besluit in stand te laten. 4.1. Appellante kan zich met de aangevallen uitspraak niet verenigen, waarbij het hoger beroep zich met name richt op de beoordeling van de medische grondslag. Haar beperkingen zijn onderschat, terwijl voorts ten onrechte geen rekening meer is gehouden met de in het verleden wel gehanteerde urenbeperking. Appellante is de mening toegedaan dat een werkweek van 4x 5 uur het maximaal haalbare is. Haar klachten die voortkomen uit het bij haar gediagnostiseerde ME/CVS maken dat voor haar rustmomenten onmisbaar zijn. 4.2. Voorts heeft de rechtbank ten onrechte de rapportages van de zijdens appellante ingeschakelde medisch adviseur J.F.G. Wolthuis buiten beschouwing gelaten. 5.1. De Raad kan zich vinden in de overwegingen van de rechtbank ten aanzien van de urenbeperking. De rechtbank was van oordeel dat de bezwaarverzekeringsarts voldoende gemotiveerd heeft uiteengezet dat in het geval van appellante geen beperking behoeft te worden aangenomen in het aantal uren dat per week kan worden gewerkt. Appellante heeft, anders dan algemene informatie, geen medische gegevens overgelegd die kunnen afdoen aan de conclusies van de bezwaarverzekeringsarts. 5.2. De Raad kan zich eveneens vinden in het oordeel van de rechtbank dat de rapporten van medisch adviseur Wolthuis tot stand gekomen zijn uitsluitend op basis van dossieronderzoek en om die reden beperkte betekenis toekomen. 5.3. De Raad is van oordeel dat in de aan het besluit ten grondslag liggende stukken voldoende is toegelicht dat de aan appellante voorgehouden functies in overeenstemming zijn met de voor haar geldende belastbaarheid. 5.4. De aangevallen uitspraak komt derhalve, voor zover aangevochten, voor bevestiging in aanmerking. 6. De Raad acht geen termen aanwezig om toepassing te geven aan artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht. III. BESLISSING De Centrale Raad van Beroep, Recht doende: Bevestigt de aangevallen uitspraak, voor zover aangevochten. Deze uitspraak is gedaan door A.T. de Kwaasteniet. De beslissing is, in tegenwoordigheid van T.R.H. van Roekel als griffier, uitgesproken in het openbaar op 26 juni 2009. (get.) A.T. de Kwaasteniet. (get.) T.R.H. van Roekel. JL