
Jurisprudentie
BJ0686
Datum uitspraak2009-06-26
Datum gepubliceerd2009-06-29
RechtsgebiedSociale zekerheid
Soort ProcedureHoger beroep
Instantie naamCentrale Raad van Beroep
Zaaknummers07/6832 WAO
Statusgepubliceerd
Datum gepubliceerd2009-06-29
RechtsgebiedSociale zekerheid
Soort ProcedureHoger beroep
Instantie naamCentrale Raad van Beroep
Zaaknummers07/6832 WAO
Statusgepubliceerd
Indicatie
Herziening WAO-uitkering. Geen onderschatting beperkingen. Appellant heeft ook in hoger beroep geen informatie overlegd die de Raad aanleiding geeft tot twijfel aan de bevindingen van de verzekeringsartsen inzake zijn belastbaarheid. Met zijn beperkingen moet appellant in staat worden geacht de aan hem (uiteindelijk) geduide functies te vervullen.
Uitspraak
07/6832 WAO
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
U I T S P R A A K
op het hoger beroep van:
[appellant] (hierna: appellant),
tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 26 november 2007, 07/1585 (hierna: aangevallen uitspraak),
in het geding tussen:
appellant
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).
Datum uitspraak: 26 juni 2009
I. PROCESVERLOOP
Namens appellant heeft mr. A.L. Kuit, advocaat te Rotterdam, hoger beroep ingesteld.
Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 15 mei 2009. Appellant is met voorafgaand bericht niet verschenen. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. M.K. Dekker.
II. OVERWEGINGEN
1. Voor een overzicht van de relevante feiten en omstandigheden verwijst de Raad naar de aangevallen uitspraak. Hier volstaat de Raad met het volgende.
2.1. Bij besluit van 10 november 2006 heeft het Uwv de ingevolge de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering aan appellant toegekende uitkering, welke laatstelijk was berekend naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100%, met ingang van 11 januari 2007 herzien naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 15 tot 25%.
2.2. Tegen dit besluit is bezwaar gemaakt.
2.3. Bij besluit van 5 april 2007 heeft het Uwv het bezwaar ongegrond verklaard.
3. De rechtbank heeft het beroep van appellant ongegrond verklaard. De rechtbank kan zich blijkens de overwegingen in de aangevallen uitspraak verenigen met de medische en de arbeidskundige grondslag van het besluit.
4. Appellant heeft in hoger beroep zijn standpunt herhaald dat hij op de datum in geding last had van longklachten, allergie, hoofdpijn, slapeloosheid en concentratieverlies. Hoewel er informatie vanuit de behandelende sector is verkregen en meegewogen, is appellant nog altijd van mening dat zijn beperkingen op basis van die gegevens niet voldoende zijn onderkend. Appellant acht zichzelf in het geheel niet in staat om gangbare arbeid te verrichten.
5.1. Ten aanzien van de medische beoordeling door het Uwv onderschrijft de Raad hetgeen door de rechtbank in de aangevallen uitspraak hieromtrent is overwogen. De Raad ziet evenals de rechtbank geen aanknopingspunten voor het oordeel dat het Uwv de beperkingen van appellant heeft onderschat.
5.2. Voorts heeft appellant ook in hoger beroep geen informatie overlegd die de Raad aanleiding geeft tot twijfel aan de bevindingen van de verzekeringsartsen inzake zijn belastbaarheid. Met zijn beperkingen moet appellant in staat worden geacht de aan hem (uiteindelijk) geduide functies te vervullen.
5.3. Het hoger beroep slaagt niet.
6. De Raad acht geen termen aanwezig om toepassing te geven aan artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep,
Bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze uitspraak is gedaan door A.T. de Kwaasteniet. De beslissing is, in tegenwoordigheid van T.R.H. van Roekel als griffier, uitgesproken in het openbaar op 26 juni 2009.
(get.) A.T. de Kwaasteniet.
(get.) T.R.H. van Roekel.
JL