
Jurisprudentie
BJ0672
Datum uitspraak2009-06-17
Datum gepubliceerd2009-06-29
RechtsgebiedCiviel overig
Soort ProcedureKort geding
Instantie naamRechtbank Utrecht
Zaaknummers266438 / KG ZA 09-424.
Statusgepubliceerd
Datum gepubliceerd2009-06-29
RechtsgebiedCiviel overig
Soort ProcedureKort geding
Instantie naamRechtbank Utrecht
Zaaknummers266438 / KG ZA 09-424.
Statusgepubliceerd
Indicatie
Reconventionele geldvordering afgewezen, geldvordering in conventie toegewezen. Verschuldigde betaald op derdenrekening advocaat en direct conservatoir derdenbeslag laten leggen. Vraag of sprake is van een verkapt eigenbeslag, alsmede of niet reeds summierlijk van de ondeugdelijkheid van de vordering is gebleken, nu de vordering in kort geding al was afgewezen.
Uitspraak
vonnis
RECHTBANK UTRECHT
Sector handels- en familierecht
zaaknummer / rolnummer: 266438 / KG ZA 09-424
Vonnis in kort geding van 17 juni 2009
in de zaak van
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
BEURSWAAGE BV,
gevestigd te Laren,
eiseres,
advocaat mr. J.E.M. Oude Kempers,
tegen
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
SYNVEST FUND MANAGEMENT BV,
gevestigd te Amersfoort,
gedaagde,
advocaat mr. R.M. Kohne.
In deze zaak is op 17 juni 2009 een verkort vonnis gewezen. Het onderstaande betreft de nadere motivering van dat vonnis.
Partijen zullen hierna Beurswaage en Synvest genoemd worden.
1. De procedure
1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding
- de mondelinge behandeling
- de pleitnota van Beurswaage
- de pleitnota van Synvest.
1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.
2. De feiten
2.1. Tussen partijen is eerder dit jaar een kort geding aanhangig geweest bij deze rechtbank. Dat kort geding heeft geresulteerd in een vonnis van de voorzieningenrechter van 1 april 2009. In dat vonnis is Synvest veroordeeld om aan Beurswaage te betalen een bedrag van € 115.000,--, te verhogen met BTW, ter zake onbetaald gebleven facturen. De reconventionele vordering van Synvest, om Beurswaage te veroordelen tot betaling van een bedrag van € 103.963,30 is afgewezen, aangezien deze vordering naar het voorlopige oordeel van de voorzieningenrechter vooralsnog onvoldoende aannemelijk was.
2.2. Synvest heeft het op grond van het vonnis van 1 april 2009 verschuldigde bedrag overgemaakt naar de derdenrekening van de advocaat van Beurswaage. Direct nadien, op 9 april 2009 heeft Synvest conservatoir derdenbeslag doen leggen onder:
1. de stichting Stichting Beheer Derdengelden De Kempenaer Advocaten, gevestigd te Arnhem en
2. de naamloze vennootschap De Kempenaer Advocaten N.V., gevestigd te Arnhem,
op al hetgeen zij aan Beurswaage verschuldigd zijn en/of verschuldigd zullen worden, alsmede op al hetgeen zij van Beurswaage onder zich hebben en/of zullen krijgen.
2.3. Synvest heeft het beslag gelegd ter verzekering van haar verhaal van een door haar gestelde vordering op Beurswaage ten bedrage van € 125.000,-- (inclusief rente en kosten).
De door Synvest aan het beslag ten grondslag gelegde vorderingen bestaan uit:
a. een vordering tot vergoeding van schade wegens het tekortschieten van Beurswaage in de nakoming van haar verplichtingen uit hoofde van een tussen partijen gesloten samenwerkingsovereenkomst ad € 151.896,--
b. een vordering uit hoofde van onverschuldigd betaalde BTW ad € 67.067,30, welke door Beurswaage ten onrechte aan Synvest in rekening is gebracht.
Synvest heeft in punt 6 van haar verzoekschrift ter zake haar beweerdelijke vordering op Beurswaage geschreven:
“Omgekeerd vordert verweerster (Beurswaage) van verzoekster (Synvest) een restant afkoopsom van de zogenaamde doorlooppprovisie ad € 115.000,00. Aldus heeft verzoekster na verrekening opeisbaar van verweerder te vorderen € 151.896,-- + € 67.067,30 -/- € 115.000 =) € 103.963,30.
3. Het geschil
3.1. Beurswaage vordert samengevat - de opheffing van de op 9 april 2009 onder de naamloze vennootschap De Kempenaer Advocaten N.V. en de Stichting Beheer Derdengelden De Kempenaer Advocaten gelegde conservatoire derdenbeslagen, op straffe van een dwangsom en met veroordeling van Synvest in de kosten van dit kort geding.
3.2. Synvest voert verweer. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.
4. De beoordeling
4.1. De opheffing van een conservatoir beslag kan onder meer worden bevolen, indien op straffe van nietigheid voorgeschreven vormen zijn verzuimd, summierlijk blijkt van de ondeugdelijkheid van het door de beslaglegger ingeroepen recht of van het onnodige van het beslag, of, zo het beslag is gelegd voor een geldvordering, indien voor deze vordering voldoende zekerheid is gesteld.
4.2. Beurswaage legt aan haar vordering tot opheffing van het beslag meerdere argumenten ten grondslag.
Nalaten melding eerdere kort geding procedure in verzoekschrift.
4.3. Beurswaage stelt zich in de eerste plaats op het standpunt dat Synvest in strijd heeft gehandeld met artikel 21 Rv en het onder A bepaalde in de Beslagsyllabus, door in haar verzoekschrift tot het leggen van conservatoir beslag geen melding te maken van het feit dat partijen reeds een kort geding procedure hadden gevoerd. Hoewel de raadsman van Synvest ter zitting heeft aangegeven dat het voor de volledigheid van de weergave wellicht beter zou zijn geweest melding te maken van het geding, betwist Synvest dat het weglaten daarvan zou moeten leiden tot opheffing van het beslag.
4.4. Op het moment dat het verzoekschrift werd ingediend was in het eerdere kort geding nog geen vonnis gewezen. Dat de voorzieningenrechter in dat eerdere kort geding de reconventionele vordering van Synvest tot betaling van een bedrag van € 103.963,30 nog niet voldoende aannemelijk heeft geoordeeld voor verrekening met de (volgens de voorzieningenrechter op dat moment wel opeisbare) vordering van Beurswaage was aldus op dat moment niet bekend. Echter, terecht stelt Synvest dat niet aannemelijk is dat dit gegeven, zelfs indien dit wel bekend was geweest, er toe zou hebben geleid dat het verlof niet zou zijn verleend. Immers, artikel 257 Rv bepaalt dat de bodemrechter een geschil dient te beslechten zonder daarbij acht te slaan op een mogelijk kort geding vonnis. De vordering waarvoor Synvest beslag heeft laten leggen betreft een zelfstandige vordering. Nu Beurswaage verder geen feiten en of omstandigheden heeft gesteld die tot de conclusie zouden moeten leiden dat het verlof bij mededeling van het kort geding niet zou zijn verleend, kan dit argument niet leiden tot opheffing van het beslag.
Vordering van Synvest is ondeugdelijk
4.5. De wet bepaalt dat een beslag kan worden opgeheven indien summierlijk is gebleken van de ondeugdelijkheid van de vordering. Beurswaage stelt zich op het standpunt dat hiervan sprake is, nu de voorzieningenrechter zich in het eerdere kort geding inhoudelijk heeft uitgelaten over vordering van Synvest, en heeft geconcludeerd dat deze niet voor toewijzing in kort geding in aanmerking kwam. Hiermee staat volgens Beurswaage de ondeugdelijkheid reeds vast. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter ten onrechte.
4.6. De door Synvest in het eerdere kort geding gevorderde voorziening strekte tot betaling van een geldsom. Voor toewijzing van een dergelijke vordering in kort geding is slechts dan plaats, als het bestaan en de omvang van de vordering in hoge mate aannemelijk zijn. De vordering van Synvest is in het eerdere kort geding gemotiveerd betwist, reden waarom deze in kort geding – zo blijkt uit het vonnis van 1 april 2009 - niet is toegewezen. Dit laat onverlet dat een dergelijke vordering in een bodemzaak, waarin ook nadere bewijslevering kan plaatsvinden, alsnog zou kunnen worden toegewezen.
De toets of al dan niet summierlijk is gebleken van de ondeugdelijkheid van de vordering, zoals aan de voorzieningenrechter voorgelegd in onderhavig kort geding, is van een andere aard dan de toetsing van een geldvordering in kort geding. Het is in dit geval aan de beslagene om aan te tonen dat de vordering behoudens niet aannemelijk ook ondeugdelijk is, dat wil zeggen in een bodemzaak geen enkele kans van slagen heeft. Dit is een zwaardere toets. Nu Beurswaage heeft volstaan met een verwijzing naar het vonnis van 1 april 2009, komt de voorzieningenrechter tot het oordeel dat Beurswaage onvoldoende heeft gesteld om te kunnen concluderen dat sprake is van een ondeugdelijke vordering van Synvest.
Beslag is onnodig
4.7. Beurswaage heeft gesteld dat het beslag onnodig is nu haar financiële situatie goed is. Synvest heeft daarop aangegeven onderzoek te hebben gedaan naar verhaalsmogelijkheden, doch deze niet te hebben gevonden. Bovendien heeft Beurswaage in het eerder kort geding betoogd dat zij spoedeisend belang had bij betaling door Synvest, daar zij anders in liquiditeitsproblemen zou komen. Beurswaage heeft ter zitting onvoldoende gesteld om deze argumenten te ontkrachten, zodat ook deze grond niet tot opheffing kan leiden.
Verkapt eigenbeslag
4.8. Beurswaage heeft uit hoofde van het uitvoerbaar bij voorraad verklaarde vonnis van 1 april 2009 aanspraak gemaakt op betaling van een bedrag van € 115.000,-- te vermeerderen met BTW, rente en kosten. Op 9 april 2009 heeft Synvest dit bedrag ad € 144.530,56, zoals door Beurswaage verzocht, overgeschreven naar de bankrekening van de Stichting Beheer Derdengelden De Kempenaer Advocaten. Op diezelfde datum heeft Synvest conservatoir derdenbeslag laten leggen. Zij kon hierdoor bewerkstelligen dat dit bedrag door het beslag zou worden getroffen. Gevolg is dat Beurswaage niet over de gelden kan beschikken, hetgeen ook het beoogde doel was. Beurswaage meent dat Synvest de facto de executie van het vonnis van 1 april 2009 frustreert en dat er sprake is van een verkapt eigenbeslag. Synvest bestrijdt dit.
4.9. Synvest stelt een zelfstandige, uit een andere rechtsgrond ontstane vordering te hebben, waarvoor hij – op grond van het verleende verlof - conservatoir beslag mag leggen. Dit betreft een vordering enerzijds uit hoofde van vermeende tekortkoming in de nakoming van de samenwerkingsovereenkomst en anderzijds tot onverschuldigde betaling van BTW. Dit verschilt wezenlijk van de door Beurswaage aangehaalde jurisprudentie, die betrekking had op vorderingen uit dezelfde rechtsgrond. Het feit dat Synvest ter verzekering van haar uit andere hoofde gepretendeerde vordering beslag heeft doen leggen op de derdenrekening van het kantoor van de advocaat van Beurswaage, kort nadat zij daarop, overeenkomstig de wens van Beurswaage, een betaling heeft gedaan ter uitvoering van een uitvoerbaar bij voorraad verklaard vonnis, brengt nog niet met zich mee dat sprake is van een verkapt eigenbeslag en Synvest misbruik van recht maakt.
Aansluiting bij criteria die gelden voor schorsing van executie van een vonnis
4.10. Beurswaage wijst er voorts op dat bij beoordeling van de vraag of gelegde beslagen dienen te worden opgeheven in geval de zaak aan een andere (hogere) instantie wordt voorgelegd, ook wel aansluiting wordt gezocht bij de criteria, die worden gehanteerd bij het beoordelen van de vraag of de executie van een uitvoerbaar bij voorraad verklaard veroordelend vonnis dient te worden geschorst. Dit komt neer op de vraag of het vonnis klaarblijkelijk op een juridische of feitelijke misslag berust, dan wel of sprake is van na het vonnis aan het licht gekomen feiten die, waren zij bekend geweest wellicht tot een ander vonnis hadden geleid. Indien die vraag ontkennend wordt beantwoord, heeft de beslaglegger in beginsel misbuik gemaakt van haar bevoegdheid beslag te leggen. Beurswaage stelt dat haar situatie vergelijkbaar is. Synvest bestrijdt dit.
4.11. Ook hier geldt dat, anders dan in de door Beurswaage aangehaalde jurisprudentie, sprake is van een zelfstandige vordering van Synvest, die thans in een bodemzaak zal worden getoetst en niet van een hoger beroep van het vonnis van 1 april 2009. Geen van partijen, noch de voorzieningenrechter is bovendien van mening dat het vonnis van 1 april 2009 berust op een kennelijke misslag. Voor opheffing op grond van dit argument bestaat dan ook geen aanleiding.
Belangenafweging
4.12. Tot slot heeft Beurswaage overwogen dat het belang van Synvest bij zekerheidstelling voor haar vordering niet opweegt tegen het belang van Beurswaage om daadwerkelijk te kunnen beschikken over het door Synvest op grond van het uitvoerbaar bij voorraad verklaarde vonnis van 1 april 2009. Synvest heeft dit betwist. Nu Beurswaage haar standpunt ter zake nauwelijks heeft onderbouwd kan ook dit argument niet leiden tot opheffing van het beslag.
4.13. Gelet op het voorgaande komt de voorzieningenrechter tot het voorlopige oordeel dat op dit moment onvoldoende aanleiding bestaat het gelegde beslag op te heffen.
Kosten
4.14. Beurswaage zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van Synvest worden begroot op:
- vast recht EUR 262,00
- overige kosten 0,00
- salaris procureur 816,00
Totaal EUR 1.078,00
De beslissing
De voorzieningenrechter
A. wijst de vorderingen af,
B. veroordeelt Beurswaage in de proceskosten, aan de zijde van Synvest tot op heden begroot op EUR 1.078,00,
4.15. verklaart dit vonnis wat betreft de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. A.M. Verhoef en in het openbaar uitgesproken op 17 juni 2009.?
w.g. griffier w.g. rechter