Wetboek-online maakt gebruik van cookies. sluiten
bladeren
zoeken

Jurisprudentie

BJ0659

Datum uitspraak2009-06-15
Datum gepubliceerd2009-06-29
RechtsgebiedBijstandszaken
Soort ProcedureHoger beroep
Instantie naamCentrale Raad van Beroep
Zaaknummers08/4977 WWB
Statusgepubliceerd


Indicatie

Weigering toekenning bijzondere bijstand. Niet-ontvankelijk verklaring beroep wegens het niet tijdig betalen griffierecht. Appellante heeft het griffierecht niet binnen de daarvoor gestelde termijn voldaan. Ingevolge artikel 8:41, tweede lid, tweede volzin, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) wordt in zo'n geval het beroep niet-ontvankelijk verklaard, tenzij redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat de indiener in verzuim is geweest. Niet is gebleken van feiten of omstandigheden die aanleiding kunnen geven om het niet tijdig voldoen van het griffierecht verschoonbaar te achten.


Uitspraak

08/4977 WWB Centrale Raad van Beroep Enkelvoudige kamer U I T S P R A A K op het hoger beroep van: [Appellante], wonende te [woonplaats] (hierna: appellante), tegen de uitspraak van de rechtbank Arnhem van 16 juli 2008, 08/1762 (hierna: aangevallen uitspraak), in het geding tussen: appellante en het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Arnhem (hierna: College) Datum uitspraak: 15 juni 2009 I. PROCESVERLOOP Appellante heeft hoger beroep ingesteld. Het College heeft een verweerschrift ingediend. De zaak is ter behandeling aan de orde gesteld ter zitting van 4 mei 2009. Partijen zijn niet verschenen. II. OVERWEGINGEN 1. Appellante ontvangt bijstand, laatstelijk ingevolge de Wet werk en bijstand (WWB). Zij heeft bij de rechtbank beroep ingesteld tegen een besluit waarbij het College, na bezwaar, de weigering van bijzondere bijstand voor een bril en contactlenzen heeft gehandhaafd. 2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk verklaard op de grond dat appellante het verschuldigde griffierecht niet tijdig heeft betaald. 3. In hoger beroep heeft appellante aangevoerd dat de aangespannen rechtszaak de enige mogelijkheid is om haar recht te halen. Zij vindt het oneerlijk dat zij op een middeleeuwse manier wordt afgestraft door direct te zeggen dat de rechtszaak niet doorgaat, alleen omdat zij een brief in verband met ziekte niet tijdig heeft opgehaald. 4. De Raad komt tot de volgende beoordeling. 4.1. Blijkens de gedingstukken heeft de griffier van de rechtbank appellante bij brief van 10 april 2008 op de verschuldigdheid van griffierecht gewezen. In deze brief is aangegeven dat het griffierecht binnen vier weken na de dag van verzending dient te zijn betaald. Bij aangetekend schrijven van 14 mei 2008 heeft de griffier appellante nogmaals om betaling van het griffierecht verzocht. Daarbij is aangegeven dat het bedrag binnen vier weken na de datum van deze brief moet zijn bijgeschreven of contant moet zijn betaald, bij gebreke waarvan het beroep niet-ontvankelijk zal worden verklaard. Pas op 27 juni 2008 is het griffierecht door de rechtbank ontvangen. 4.2. Appellante heeft het griffierecht dus niet binnen de daarvoor gestelde termijn voldaan. Ingevolge artikel 8:41, tweede lid, tweede volzin, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) wordt in zo'n geval het beroep niet-ontvankelijk verklaard, tenzij redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat de indiener in verzuim is geweest. 4.3. Appellante heeft haar stelling dat zij de aangetekende brief niet eerder bij het postkantoor heeft kunnen ophalen niet gestaafd met objectieve gegevens, zoals bijvoorbeeld een medische verklaring. Ook overigens is niet gebleken van feiten of omstandigheden die aanleiding kunnen geven om het niet tijdig voldoen van het griffierecht verschoonbaar te achten. 4.4. De rechtbank heeft het beroep dan ook terecht niet-ontvankelijk verklaard. Dat het geding daardoor zonder inhoudelijk oordeel wordt beƫindigd, is in overeenstemming met de bedoeling van de wetgever. 4.5. Het hoger beroep slaagt niet. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd. 5. Voor een proceskostenveroordeling met toepassing van artikel 8:75 van de Awb bestaat geen aanleiding. III. BESLISSING De Centrale Raad van Beroep; Recht doende: Bevestigt de aangevallen uitspraak. Deze uitspraak is gedaan door R. Kooper. De beslissing is, in tegenwoordigheid van B.E. Giesen als griffier, uitgesproken in het openbaar op 15 juni 2009. (get.) R. Kooper. (get.) B.E. Giesen. NK