Wetboek-online maakt gebruik van cookies. sluiten
bladeren
zoeken

Jurisprudentie

BJ0629

Datum uitspraak2009-05-28
Datum gepubliceerd2009-06-29
RechtsgebiedStraf
Soort ProcedureEerste aanleg - meervoudig
Instantie naamRechtbank Zwolle
Zaaknummers07.607076-09
Statusgepubliceerd


Indicatie

ontvankelijkheid OM gesprek verdachte met raadsman voor derden te horen oplichting gewoontewitwassen bewijs enkelvoudige spiegelconfrontatie beslag strafmaatmotivering


Uitspraak

RECHTBANK ZWOLLE - LELYSTAD Sector Strafrecht - Meervoudige Strafkamer Parketnummer: 07.607076-09 (P) Uitspraak: 11 juni 2009 VONNIS IN DE STRAFZAAK VAN: het openbaar ministerie tegen [verdachte], geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats], thans verblijvende in de PI Flevoland, Huis van Bewaring Almere Binnen te Almere. 1. HET ONDERZOEK TER TERECHTZITTING Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg op 28 mei 2009. De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie, mr. C.J.W.M. Janssen, en van hetgeen door de raadsman van verdachte, mr. I.R. Rigter, advocaat te Amsterdam, en de verdachte naar voren is gebracht. 2. DE TENLASTELEGGING De verdachte is ten laste gelegd dat: 1. hij in of omstreeks de periode van 4 november 2008 tot en met 21 januari 2009 in de gemeente Almere en/of (elders) in Nederland tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, meermalen, althans eenmaal, A. met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen (telkens) door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door een of meer listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels (internetwinkel) [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] heeft/hebben bewogen tot de afgifte van - (in totaal) negen-en-twintig, in elk geval meerdere paren schoenen, en/of - een tas merk [merk], kleur beige en/of - een tas merk [merk], kleur wit in elk geval van enig goed en/of (daarmee) [benadeelde partij 1] en/of [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] heeft/hebben bewogen tot het aangaan van een schuld hebbende verdachte en/of zijn mededader(s) toen aldaar (telkens) met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid zich (op internet) voorgedaan als rechtmatige houder(s) van (een) creditcard(s) en/of bij (een) internetbestelling(en) (via de site van die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2]) gebruik gemaakt van die (creditcard)gegevens, waardoor die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] (telkens) werd bewogen tot bovenomschreven afgifte en/of die [benadeelde partij 1] en/of [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] (telkens) werd(en) bewogen tot het aangaan van een schuld en/of ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door een of meer listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] te bewegen tot de afgifte van schoenen en/of andere goederen, in elk geval van enig goed en/of (daarmee) [benadeelde partij 1] en/of [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] te bewegen tot het aangaan van een schuld, met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid met een of meer van zijn mededader(s), althans alleen, zich (op internet) heeft/hebben voorgedaan als rechtmatige houder(s) van (een) creditcard(s) en/of bij (een) internetbestelling(en) (via de site van die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2]) gebruik heeft/hebben gemaakt van die (creditcard)gegevens, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid en/of B. (een) digitale koopovereenkomst(en) met (die) [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2], - (elk) zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen - valselijk heeft/hebben opgemaakt of vervalst, immers heeft/hebben verdachte en/of zijn mededader(s) (telkens) valselijk (een) digitale handtekening(en) onder die digitale koopovereenkomst(en) geplaatst, zulks (telkens) met het oogmerk om die/dat geschrift(en) als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken; 2. hij in of omstreeks de periode van 11 februari 2009 tot en met 18 februari 2009 in de gemeente Almere en/of (elders) in Nederland tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, meermalen, althans eenmaal, A. met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen (telkens) door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door een of meer listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels [slachtoffer 5] heeft/hebben bewogen tot de afgifte van - een dameshorloge (merk [merk]) en/of een herenhorloge (merk [merk]) en/of een bijouxdoos en/of een make-upset en/of - een printer (merk [merk]) en/of - een-en-twintig, in elk geval meerdere kledingstukken (waaronder overhemden en/of blouses) en/of twee, in elk geval meerdere riemen en/of een leren portemonnee in elk geval van enig goed en/of (daarmee) [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 6] heeft/hebben bewogen tot het aangaan van een schuld hebbende verdachte en/of zijn mededader(s) toen aldaar (telkens) met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid zich (op internet) voorgedaan als rechtmatige houder(s) van (een) creditcard(s) en/of bij (een) internetbestelling(en) (via de site van die [slachtoffer 5]) gebruik gemaakt van die (creditcard)gegevens, waardoor die [slachtoffer 5] (telkens) werd bewogen tot bovenomschreven afgifte en/of die [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 6] (telkens) werd(en) bewogen tot het aangaan van een schuld en/of B. (een) digitale koopovereenkomst(en) met (die) [slachtoffer 5] - (elk) zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen - valselijk heeft/hebben opgemaakt of vervalst, immers heeft/hebben verdachte en/of zijn mededader(s) (telkens) valselijk (een) digitale handtekening(en) onder die digitale koopovereenkomst(en) geplaatst, zulks (telkens) met het oogmerk om die/dat geschrift(en) als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken; 3. hij in of omstreeks de periode van 15 oktober 2008 tot en met 27 oktober 2008 in de gemeente Almere en/of (elders) in Nederland tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, meermalen, althans eenmaal, A. met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen (telkens) door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door een of meer listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels (internetwinkel) [slachtoffer 7] heeft/hebben bewogen tot de afgifte van - een mobiele telefoon merk [merk]) en/of - een mobiele telefoon merk [merk] en/of - een mobiele telefoon merk [merk] in elk geval van enig goed en/of (daarmee) [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 6] heeft/hebben bewogen tot het aangaan van een schuld hebbende verdachte en/of zijn mededader(s) toen aldaar (telkens) met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid zich (op internet) voorgedaan als rechtmatige houder(s) van (een) creditcard(s) en/of bij (een) internetbestelling(en) (via de site van die [slachtoffer 7]) gebruik gemaakt van die (creditcard)gegevens, waardoor die [slachtoffer 7] (telkens) werd bewogen tot bovenomschreven afgifte en/of die [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 6] (telkens) werd(en) bewogen tot het aangaan van een schuld; en/of B. (een) digitale koopovereenkomst(en) met (die) [slachtoffer 7] - (elk) zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen - valselijk heeft/hebben opgemaakt of vervalst, immers heeft/hebben verdachte en/of zijn mededader(s) (telkens) valselijk (een) digitale handtekening(en) onder die digitale koopovereenkomst(en) geplaatst, zulks (telkens) met het oogmerk om die/dat geschrift(en) als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken; 4. hij in of omstreeks de periode van 6 november 2008 tot en met 31 december 2008 in de gemeente Almere en/of (elders) in Nederland tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, meermalen, althans eenmaal, A. met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen (telkens) door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door een of meer listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels (internetwinkel) [slachtoffer 8] heeft/hebben bewogen tot de afgifte van - (in totaal) twee-en-dertig, in elk geval meerdere paren schoenen, en/of - een onderhoudspakket (glad leer) in elk geval van enig goed en/of (daarmee) [slachtoffer 6] heeft/hebben bewogen tot het aangaan van een schuld hebbende verdachte en/of zijn mededader(s) toen aldaar (telkens) met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid zich (op internet) voorgedaan als rechtmatige houder(s) van (een) creditcard(s) en/of bij (een) internetbestelling(en) (via de site van die [slachtoffer 8]) gebruik gemaakt van die (creditcard)gegevens, waardoor die [slachtoffer 8] (telkens) werd bewogen tot bovenomschreven afgifte en/of die [slachtoffer 6] (telkens) werd bewogen tot het aangaan van een schuld; en/of B. (een) digitale koopovereenkomst(en) met (die) [slachtoffer 8] - (elk) zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen - valselijk heeft/hebben opgemaakt of vervalst, immers heeft/hebben verdachte en/of zijn mededader(s) (telkens) valselijk (een) digitale handtekening(en) onder die digitale koopovereenkomst(en) geplaatst, zulks (telkens) met het oogmerk om die/dat geschrift(en) als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken; 5. hij in of omstreeks de periode van 26 oktober 2008 tot en met 4 november 2008 in de gemeente Almere en/of (elders) in Nederland tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, meermalen, althans eenmaal, A. met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen (telkens) door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door een of meer listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels (internetwinkel) [slachtoffer 9] heeft/hebben bewogen tot de afgifte van - twee, in elk geval meerdere flessen [merk] - 2000 (75 cl) en/of - drie, in elk geval meerdere flessen [merk] (75 cl) en/of - een fles [merk] (magnum 150 cl) en/of - een fles [merk] - 1999 (75 cl), in elk geval van enig goed en/of (daarmee) [slachtoffer 6] heeft/hebben bewogen tot het aangaan van een schuld hebbende verdachte en/of zijn mededader(s) toen aldaar (telkens) met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid zich (op internet) voorgedaan als rechtmatige houder(s) van (een) creditcard(s) en/of bij (een) internetbestelling(en) (via de site van die [slachtoffer 9]) gebruik gemaakt van die (creditcard)gegevens, waardoor die [slachtoffer 9] (telkens) werd bewogen tot bovenomschreven afgifte en/of die [slachtoffer 6] (telkens) werd bewogen tot het aangaan van een schuld; en/of B. (een) digitale koopovereenkomst(en) met (die) [slachtoffer 9] - (elk) zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen – valselijk heeft/hebben opgemaakt of vervalst, immers heeft/hebben verdachte en/of zijn mededader(s) (telkens) valselijk (een) digitale handtekening(en) onder die digitale koopovereenkomst(en) geplaatst, zulks (telkens) met het oogmerk om die/dat geschrift(en) als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken; 6. hij in of omstreeks de periode van 15 oktober 2008 tot en met 19 februari 2009, in de gemeente Almere, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, van het plegen van witwassen een gewoonte heeft gemaakt, immers heeft hij, verdachte en/of zijn mededader(s) - (een grote hoeveelheid) goederen (waaronder (merk)schoenen en/of (merk)zonnebrillen en/of (merk)kleding en/of horloges en/of sieraden en/of (mobiele) telefoons en/of laptops en/of navigatiesystemen) en/of - (grote) geldbedragen (waaronder een geldbedrag van euro [bedrag]) verworven, voorhanden gehad, overgedragen en/of omgezet, althans van die goederen en/of geldbedragen gebruik gemaakt, terwijl hij, verdachte en/of zijn mededader(s) wist(en), dat die goederen en/of geldbedragen – onmiddellijk of middellijk - afkomstig waren uit enig misdrijf; 3. DE VOORVRAGEN De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is en dat zijzelf bevoegd is tot kennisneming van deze zaak. De raadsman heeft naar voren gebracht dat een gedeelte van het gesprek dat hij met verdachte op 26 mei 2009 in het Huis van Bewaring had door derden te horen is geweest door een kennelijk aanwezige geluidsinstallatie, hetgeen – kort gezegd - in strijd is met het recht van verdachte op vrij verkeer met zijn raadsman, zodat de officier van justitie niet-ontvankelijk verklaard moet worden in zijn vervolging. De rechtbank is van oordeel dat de omstandigheid dat een gedeelte van een gesprek tussen verdachte en diens raadsman op 26 mei 2009, twee dagen voor de zitting, voor derden te horen is geweest, nu die omstandigheid in het onderzoek tegen verdachte geen rol heeft gespeeld, niet van dien aard is dat gesproken kan worden van een grove schending van de belangen van verdachte waar als consequentie de niet-ontvankelijkheid van de officier aan verbonden moet worden. De officier van justitie is derhalve ontvankelijk in zijn vervolging. 4. DE BEWIJSMIDDELEN EN DE BEOORDELING DAARVAN A. Vaststaande feiten De rechtbank stelt de navolgende feiten vast. Naar aanleiding van in januari en februari 2009 ingekomen aangiften van valsheid in geschrift en oplichting door middel van creditcards namens [slachtoffer] en [slachtoffer 6] is er door de politie Flevoland een onderzoek ingesteld. Daaruit is gebleken dat er goederen via internet zijn besteld – waarbij gebruik werd gemaakt van creditcards - en dat deze goederen door [X] werden afgeleverd op het adres [adres]. Later is ook aangifte gedaan door [benadeelde partij] en [slachtoffer 3]. Uit die aangiften blijkt dat de houders van de creditcards niet op dat adres wonen en dat zij hebben aangegeven dat zij die goederen niet besteld hadden. Verdachte en zijn medeverdachte [medeverdachte] zijn sinds oktober 2008 woonachtig op genoemd adres. Bij een gecontroleerde aflevering van goederen op genoemd adres wordt een pakketje aangenomen door een vrouw die voldeed aan het door [X] opgegeven signalement. Die vrouw, medeverdachte [medeverdachte], geeft aan dat er een tweede persoon zich op dat adres bevond. Die tweede persoon, verdachte, wordt aangetroffen in de slaapkamer. Andere personen worden in de woning niet aangetroffen. Verdachte en zijn medeverdachte worden vervolgens aangehouden. Op 19, 20 en 25 februari 2009 is doorzoeking gedaan ter inbeslagname in het pand [adres], waarbij een grote hoeveelheid goederen in beslag genomen zijn. Ook een agenda is in beslag genomen. Een tweetal subcontractors van [X] wordt gehoord; beiden verklaren dat zij regelmatig pakketjes afleverden op [adres]. Op 25 februari 2009 wordt verdachte met gebruikmaking van een confrontatiespiegel geconfronteerd met deze subcontractors; beiden herkennen verdachte als degene die vaak aanwezig was als zij de goederen afleverden. Via bestellijsten van [X] wordt getraceerd van welke leveranciers de goederen die afgeleverd werden op het adres [adres] afkomstig waren. Daaruit is gebleken dat die goederen onder meer afkomstig waren van [slachtoffer]; [slachtoffer], [slachtoffer]; [slachtoffer 8] en de internetwinkel [slachtoffer 9]. Tevens is gebleken dat de pakketjes geadresseerd waren aan anderen dan aan verdachte en/of zijn medeverdachte [medeverdachte]. B. Het standpunt van het openbaar ministerie De officier van justitie heeft aangevoerd dat naar zijn mening de feiten zoals ten laste gelegd wettig en overtuigend bewezen verklaard kunnen worden, in die zin dat er sprake is van medeplegen. In die zin is het volgens de officier van justitie niet noodzakelijk dat verdachte zelf de bestellingen via internet heeft gedaan. Er is voldoende bewijs voorhanden voor een bewuste en nauwe samenwerking tussen verdachte en zijn medeverdachte(n) om te kunnen spreken van medeplegen. De officier van justitie baseert zijn mening, naast de aangiften als onder de vaststaande feiten genoemd, op de volgende bewijsmiddelen: - de kennelijk leugenachtige verklaring van verdachte en van zijn medeverdachte dat er meerdere personen op het adres [adres] wonen; - de verklaringen van de subcontractors van [X]; - de bestellijsten van [X], waaruit blijkt van een groot aantal pakketjes die op genoemd adres afgeleverd werden en van wie die pakketjes afkomstig waren; - de herkenning van verdachte en zijn medeverdachte door die subcontractors als zijnde de personen die de pakketjes aannamen; - het huurcontract, waaruit blijkt dat verdachte en zijn medeverdachte sinds oktober 2008 op genoemd adres woonachtig waren. C. Het standpunt van de verdediging De verdediging heeft aangevoerd dat hetgeen ten laste is gelegd niet wettig en overtuigend bewezen verklaard kan worden. Zij heeft daartoe aangevoerd dat verdachte niets van doen heeft met de pakketjes die aan zijn huisadres werden afgeleverd. Er woonde ook nog een zestal anderen in die woning, onder wie een man met de naam [persoon]. Die mensen bewaarden hun spullen in de woning van verdachte. De pakketjes waren bestemd voor genoemde [persoon] en niet voor verdachte. Verdachte heeft nooit pakketjes aangenomen die niet aan hem geadresseerd waren. De raadsman heeft voorts aangevoerd dat de spiegelconfrontaties als bewijs uitgesloten moeten worden, omdat deze niet door een bevoegde verbalisant en niet op de juiste wijze zijn afgenomen. De raadsman heeft tot slot een beroep gedaan op het ontbreken van een machtiging van binnentreden met betrekking tot de doorzoeking en inbeslagneming op 25 februari 2009. D. Beoordeling van de tenlastelegging Ten aanzien van het onder 1 tot en met 5, telkens onder A, ten laste gelegde is de rechtbank van oordeel dat deze feiten wettig en overtuigend bewezen zijn. De rechtbank baseert haar oordeel op de volgende bewijsmiddelen. Zij verwijst daarbij, tenzij anders is vermeld, in voetnoten naar de pagina`s in het door de politie Flevoland opgemaakte en doorgenummerde proces-verbaal met de onderzoeksnaam [naam]. 1. de aangiften van [slachtoffer] , [slachtoffer 6] , [benadeelde partij] en [slachtoffer 3] , waaruit blijkt dat creditcardnummers die niet aan verdachte toebehoorden gebruikt werden om goederen via internet te kopen en dat de rechtmatige houders van die credit cards niet zelf die goederen besteld en ontvangen hadden. 2. lijsten verstrekt door [X] , inhoudende een overzicht van afgeleverde pakketten aan [adres], waaruit blijkt dat er in de ten laste gelegde periode een groot aantal pakketten is afgeleverd aan het adres waar verdachte woonachtig is en dat de ten naam gestelde telkens een andere is dan verdachte of zijn medeverdachte. 3. bestellingen bij [slachtoffer] , [slachtoffer] , [slachtoffer] , [slachtoffer 8] en [slachtoffer 9] , waaruit blijkt dat er op naam van anderen dan van verdachte of zijn medeverdachte werd besteld en afgeleverd en op adres [adres] moest worden afgeleverd. 4. de verklaring van [getuige] , subcontractor bij [X], inhoudende dat zij sinds oktober 2008 bijna dagelijks, meestal meerdere pakketjes per dag afleverde aan het adres [adres] en dat zij, geconfronteerd met medeverdachte [medeverdachte], deze herkent als degene die de pakketjes van haar aannam. 5. de verklaring van [getuige] , subcontractor bij [X], inhoudende dat hij gemiddeld drie keer per week één tot zes pakketten afleverde aan het adres [adres] en dat hij, geconfronteerd met medeverdachte [medeverdachte], die medeverdachte herkent als degene die de pakketjes van hem aannam en dat hij, geconfronteerd met verdachte, verdachte herkent als degene die hij meerdere malen in de gang zag staan als hij een pakketje afleverde. 6. een kennisgeving van inbeslagneming d.d. 19 februari 2009 , waarop vermeld dat er (onder meer) een agenda 2004/2005 in beslag genomen is. 7. een kennisgeving van inbeslagneming d.d. 25 februari 2009 . 8. de verklaring van [persoon], onder meer inhoudende dat het mogelijk is creditcardnummers uit te rekenen en dat dit in de agenda 2004/2005 ook gebeurd is. Uit deze bewijsmiddelen leidt de rechtbank af dat verdachte samen met zijn medeverdachte, en wellicht met (een) andere onbekend gebleven medeverdachte(n), gelet op de duur van de perioden waarin de goederen werden besteld en afgeleverd er een gewoonte van maakte via creditcards die niet aan hem of zijn medeverdachte toebehoorden de in de tenlastelegging genoemde goederen, voor zover bewezen verklaard, te bestellen en in ontvangst te nemen, waarmee hij zich schuldig heeft gemaakt aan medeplegen van oplichting van de in de tenlastelegging genoemde leveranciers en creditcard maatschappijen. De rechtbank gaat er vanuit dat verdachte en zijn medeverdachte de enige bewoners waren van de [adres] nu er een huurcontract is dat uitsluitend op hun naam staat, nu er geen anderen in het pand zijn aangetroffen en de buurtbewoners ook slechts spreken over verdachte en zijn medeverdachte. Aan de verklaringen van verdachte en de medeverdachte over [persoon] kan alleen al geen waarde worden gehecht nu verdachte stelt dat die [persoon] zwart is en zijn medeverdachte stelt dat hij blank is. De rechtbank acht eveneens wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 6 ten laste gelegde heeft begaan. Zij baseert haar oordeel op de volgende bewijsmiddelen en verwijst daarbij, tenzij anders is vermeld, in voetnoten naar de pagina`s in het door de politie Flevoland opgemaakte en doorgenummerde proces-verbaal met de onderzoeksnaam [naam]. 1. de hiervoor onder 1 tot en met 8 genoemde bewijsmiddelen, in samenhang bezien met de volgende bewijsmiddelen. 2. de verklaring van verdachte ter terechtzitting van 28 mei 2009, voor zover inhoudende dat hij geen legale inkomsten heeft . Gebleken is ook dat verdachte niet bekend is bij de Belastingdienst 3. het huurcontract, waaruit blijkt dat verdachte en zijn medeverdachte sinds 1 oktober 2008 op het adres [adres] woonachtig zijn en voor die woning maandelijks € [bedrag] contant hebben betaald . 4. uit de kennisgeving inbeslagneming d.d. 19 februari 2009 blijkt dat bij verdachte en zijn medeverdachte naast een grote hoeveelheid goederen een bedrag van € [bedrag] is aangetroffen, terwijl verdachte ter terechtzitting van 28 mei 2009 heeft verklaard dat alles wat in de woning is aangetroffen zijn of medeverdachtes eigendom is. Uit deze bewijsmiddelen leidt de rechtbank af dat verdachte en zijn medeverdachte zich schuldig hebben gemaakt aan medeplegen van een gewoonte maken van witwassen. Zij waren de enige bewoners van de woning [adres] en betaalden € [bedrag] contant aan huur en er is een bedrag van € [bedrag] in die woning aangetroffen dat hun eigendom was. De rechtbank hecht geen geloof aan de verklaring van verdachte dat hij onderhouden werd door de kerk en vrienden van de straat. Ten aanzien van het bewijs heeft de verdediging aangevoerd dat de spiegelconfrontatie uitgesloten moet worden van het bewijs. De rechtbank kan daar niet in mee gaan, omdat, gelet op de vele keren dat de subcontractors van [X] aan het woonadres van verdachte pakketjes bezorgden, gesproken kan worden van bekenden, zodat volstaan kon worden met een enkelvoudige confrontatie. Namens verdachte is ten aanzien van de doorzoeking van 20 februari 2009 nog aangevoerd dat de resultaten van die doorzoeking niet als bewijs mogen worden gebezigd, omdat die doorzoeking zonder machtiging en aldus onrechtmatig heeft plaatsgevonden. De rechtbank heeft de resultaten van genoemde doorzoeking niet als bewijs gebezigd, zodat dit punt verder onbesproken kan blijven. E. Bewezenverklaring De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen hetgeen de verdachte onder 1 A eerste alternatief en 2 tot en met 5, telkens onder A, en onder 6 ten laste is gelegd, met dien verstande dat: 1. hij in de periode van 4 november 2008 tot en met 21 januari 2009 in de gemeente Almere en/of (elders) in Nederland tezamen en in vereniging met een ander of anderen, meermalen, A. met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen (telkens) door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid (internetwinkel) [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] heeft bewogen tot de afgifte van - in totaal negen-en-twintig, in elk geval meerdere paren schoenen, en - een tas merk [merk], kleur beige en - een tas merk [merk], kleur wit en daarmee [benadeelde partij 1] en/of [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] heeft bewogen tot het aangaan van een schuld, hebbende verdachte en/of zijn mededader(s) toen aldaar (telkens) met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en listiglijk en bedrieglijk en in strijd met de waarheid zich (op internet) voorgedaan als rechtmatige houder(s) van (een) creditcard(s) en bij (een) internetbestelling(en) (via de site van die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2]) gebruik gemaakt van die (creditcard)gegevens, waardoor die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] (telkens) werd bewogen tot bovenomschreven afgifte en die [benadeelde partij 1] en/of [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] (telkens) werd(en) bewogen tot het aangaan van een schuld. 2. hij in de periode van 11 februari 2009 tot en met 18 februari 2009 in de gemeente Almere en/of (elders) in Nederland tezamen en in vereniging met een ander of anderen, meermalen, A. met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen (telkens) door het aannemen van een valse naam en van een valse hoedanigheid [slachtoffer 5] heeft bewogen tot de afgifte van - een dameshorloge (merk [merk]) en een herenhorloge (merk [merk]) en een bijouxdoos en een make-upset en - een printer (merk [merk]) en - een-en-twintig kledingstukken (waaronder overhemden en/of blouses) en twee riemen en een leren portemonnee en daarmee [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 6] heeft bewogen tot het aangaan van een schuld, hebbende verdachte en/of zijn mededader(s) toen aldaar (telkens) met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en listiglijk en bedrieglijk en in strijd met de waarheid zich (op internet) voorgedaan als rechtmatige houder(s) van (een) creditcard(s) en bij (een) internetbestelling(en) (via de site van die [slachtoffer 5]) gebruik gemaakt van die (creditcard)gegevens, waardoor die [slachtoffer 5] (telkens) werd bewogen tot bovenomschreven afgifte en die [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 6] (telkens) werd(en) bewogen tot het aangaan van een schuld. 3. hij in de periode van 15 oktober 2008 tot en met 27 oktober 2008 in de gemeente Almere en/of (elders) in Nederland tezamen en in vereniging met een ander of anderen, meermalen, A. met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen (telkens) door het aannemen van een valse naam en van een valse hoedanigheid (internetwinkel) [slachtoffer] heeft bewogen tot de afgifte van - een mobiele telefoon merk [merk]) en - een mobiele telefoon merk [merk] en - een mobiele telefoon merk [merk] en daarmee [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 6] heeft bewogen tot het aangaan van een schuld, hebbende verdachte en/of zijn mededader(s) toen aldaar (telkens) met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en listiglijk en bedrieglijk en in strijd met de waarheid zich (op internet) voorgedaan als rechtmatige houder(s) van (een) creditcard(s) en bij (een) internetbestelling(en) (via de site van die [slachtoffer]) gebruik gemaakt van die (creditcard)gegevens, waardoor die [slachtoffer] (telkens) werd bewogen tot bovenomschreven afgifte en die [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 6] (telkens) werd(en) bewogen tot het aangaan van een schuld. 4. hij in de periode van 6 november 2008 tot en met 31 december 2008 in de gemeente Almere en/of (elders) in Nederland tezamen en in vereniging met een ander of anderen, meermalen, A. met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen (telkens) door het aannemen van een valse naam en van een valse hoedanigheid (internetwinkel) [slachtoffer 8] heeft bewogen tot de afgifte van - meerdere paren schoenen, en - een onderhoudspakket (glad leer) en daarmee [slachtoffer 6] heeft bewogen tot het aangaan van een schuld, hebbende verdachte en/of zijn mededader(s) toen aldaar (telkens) met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en listiglijk en bedrieglijk en in strijd met de waarheid zich (op internet) voorgedaan als rechtmatige houder(s) van (een) creditcard(s) en bij (een) internetbestelling(en) (via de site van die [slachtoffer 8]) gebruik gemaakt van die (creditcard)gegevens, waardoor die [slachtoffer 8] (telkens) werd bewogen tot bovenomschreven afgifte en die [slachtoffer 6] (telkens) werd bewogen tot het aangaan van een schuld. 5. hij in de periode van 26 oktober 2008 tot en met 4 november 2008 in de gemeente Almere en/of (elders) in Nederland tezamen en in vereniging met een ander of anderen, meermalen, A. met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen (telkens) door het aannemen van een valse naam en van een valse hoedanigheid (internetwinkel) [slachtoffer 9] heeft bewogen tot de afgifte van - twee flessen [merk] - 2000 (75 cl) en - drie flessen [merk] (75 cl) en - een fles [merk] (magnum 150 cl) en - een fles [merk] - 1999 (75 cl), en daarmee [slachtoffer 6] heeft bewogen tot het aangaan van een schuld, hebbende verdachte en/of zijjn mededader(s) toen aldaar (telkens) met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en listiglijk en bedrieglijk en in strijd met de waarheid zich (op internet) voorgedaan als rechtmatige houder(s) van (een) creditcard(s) en bij (een) internetbestelling(en) (via de site van die [slachtoffer 9]) gebruik gemaakt van die (creditcard)gegevens, waardoor die [slachtoffer 9] (telkens) werd bewogen tot bovenomschreven afgifte en die [slachtoffer 6] (telkens) werd bewogen tot het aangaan van een schuld. 6. hij in de periode van 15 oktober 2008 tot en met 19 februari 2009, in de gemeente Almere, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander, van het plegen van witwassen een gewoonte heeft gemaakt, immers heeft hij, verdachte en/of zijn mededader - (een grote hoeveelheid) goederen (waaronder (merk)schoenen en (merk)zonnebrillen en (merk)kleding en horloges en sieraden en (mobiele) telefoons en laptops en navigatiesystemen) en (grote) geldbedragen (waaronder een geldbedrag van euro [bedrag]) verworven en/of voorhanden gehad, terwijl hij, verdachte en zijn mededader wisten, dat die goederen en geldbedragen – onmiddellijk of middellijk - afkomstig waren uit enig misdrijf. Van het onder 1 A eerste alternatief en 2 tot en met 5, telkens onder A, en 6 meer of anders ten laste gelegde zal de verdachte worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet wettig en overtuigend bewezen acht. De verdachte dient van het onder 1 A tweede alternatief ten laste gelegde te worden vrijgesproken, omdat de rechtbank bezwaarlijk een poging wettig en overtuigend bewezen kan achten die onder het eerste alternatief als voltooid delict bewezen is verklaard. De verdachte dient van het onder 1 tot en met 5, telkens onder B, ten laste gelegde te worden vrijgesproken, omdat de rechtbank niet wettig en overtuigend bewezen acht dat verdachte, al dan niet in vereniging, valselijk een digitale handtekening heeft geplaatst. 5. DE STRAFBAARHEID Het bewezene levert op: Feit 1 onder A eerste alternatief en feit 2 tot en met 5, telkens onder A, telkens: Medeplegen van oplichting, meermalen gepleegd, strafbaar gesteld bij artikel 326 van het Wetboek van Strafrecht. Feit 6: Medeplegen van een gewoonte maken van witwassen, strafbaar gesteld bij artikel 420ter, juncto artikel 420bis van het Wetboek van Strafrecht. Er zijn geen feiten of omstandigheden die de strafbaarheid van het bewezenverklaarde uitsluiten. Dit levert het genoemde strafbare feit op. Er zijn ook geen feiten of omstandigheden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluiten. De verdachte is derhalve strafbaar. 6. DE STRAFOPLEGGING A. De eis van de officier van justitie De officier van justitie heeft gevorderd verdachte te veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van drie jaar, met aftrek van voorarrest. B. Het standpunt van de verdediging De verdediging heeft primair geconcludeerd tot vrijspraak en heeft, subsidiair, ten aanzien van de strafmaat naar voren gebracht dat een gedeelte van het gesprek dat de raadsman met verdachte op 26 mei 2009 in het Huis van Bewaring had door derden te horen is geweest door een kennelijk aanwezige geluidsinstallatie, waardoor strafvermindering moet plaatsvinden. Daarnaast heeft de raadsman ten aanzien van de strafmaat aangevoerd dat verdachte niet eerder met politie en justitie in aanraking is geweest en dat verdachte lijdende is aan een posttraumatisch stresssyndroom, hetgeen eveneens dient te leiden tot strafvermindering. C. Overwegingen van de rechtbank De rechtbank heeft ten aanzien van de op te leggen straf het volgende overwogen. Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan oplichting door middel van creditcards. In ruim vier maanden heeft hij op die manier honderden transacties verricht, waardoor aanzienlijke schade is toegebracht aan de creditcardmaatschappijen en ernstige overlast aan de kaarthouders. Door het op grote schaal en op professionele wijze plegen van creditcard- fraude is zowel het vertrouwen in het (inter)nationale betalingsverkeer als in de handel via internet door verdachte ernstig geschaad. Dit rekent de rechtbank verdachte zwaar aan. De rechtbank is in dit geval van oordeel dat een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf noodzakelijk is, omdat aard en ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde door een lichtere strafrechtelijke afdoening van de zaak miskend zouden worden. Bijzondere omstandigheden die tot een ander oordeel zouden moeten voeren, acht de rechtbank niet aanwezig. De omstandigheid dat een gedeelte van een gesprek tussen verdachte en diens raadsman op 26 mei 2009, twee dagen voor de zitting, voor derden te horen is geweest, acht de rechtbank, nu die omstandigheid in het onderzoek tegen verdachte geen rol heeft gespeeld, niet van dien aard dat gesproken kan worden van een grove schending van de belangen van verdachte waar enige consequentie aan verbonden moet worden. Anders dan de officier van justitie, zal de rechtbank rekening houden met de omstandigheid dat niet gebleken is dat verdachte eerder met politie en/of justitie in aanraking is geweest. Alles overwegende acht de rechtbank een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van na te melden duur passend en geboden. Ten aanzien van de in beslag genomen voorwerpen overweegt de rechtbank het volgende. De beslaglijst vermeldt 173 items. Van de meeste voorwerpen is de rechtbank niet duidelijk of de voorwerpen gelet op de omschrijving op de lijst uit misdrijf afkomstig zijn, dan wel eigendom zijn van verdachte. De enkele opmerking van de officier van justitie dat die voorwerpen wel van misdrijf afkomstig moeten zijn omdat verdachte geen legaal inkomen heeft is naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende om tot verbeurdverklaring over te gaan. Eveneens is onduidelijk wie de in beslag genomen en niet aan verdachte toebehorende voorwerpen toebehoren. De rechtbank zal dan ook de bewaring ten behoeve van de rechthebbende(n) gelasten van de op de lijst van inbeslaggenomen voorwerpen vermelde voorwerpen, nu voorshands niet duidelijk is wie als zodanig kan/kunnen worden aangemerkt. 7. BENADEELDE PARTIJEN De benadeelde partij [benadeelde partij 1] heeft zich met een vordering tot schadevergoeding ten bedrage van € [bedrag] gevoegd in het strafproces ten aanzien van het tenlastegelegde. De officier van justitie heeft gevorderd de vordering tot een bedrag van € [bedrag] toe te wijzen en voor het meerdere de benadeelde partij niet-ontvankelijk te verklaren. De raadsman heeft naar voren gebracht dat de vordering moet worden afgewezen, nu hij vrijspraak heeft bepleit. Bij het onderzoek ter terechtzitting is komen vast te staan, dat de benadeelde partij [benadeelde partij 1] rechtstreeks schade heeft geleden ten gevolge van de ten laste van verdachte onder 1, 2 en 3 bewezen verklaarde feiten. De hoogte van die schade is, gelet op het voegingsformulier en de toelichting daarop, genoegzaam komen vast te staan tot een bedrag van € [bedrag], vermeerderd met de kosten die - tot op heden - worden begroot op nihil. De vordering van de benadeelde partij, die in die vordering ontvankelijk is, is in dier voege toewijsbaar. De rechtbank zal aan de verdachte op de voet van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht de verplichting opleggen tot betaling aan de Staat van bovengenoemde geldsom van € [bedrag]; ten behoeve van de benadeelde partij, te weten [benadeelde partij 1]. De vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij 1] is naar het oordeel van de rechtbank voor wat het meer gevorderde betreft niet van zo eenvoudige aard dat deze zich leent voor behandeling in het strafgeding. De rechtbank zal derhalve bepalen dat de benadeelde partij in die vordering voor dat deel niet ontvankelijk is en dat de vordering voor dat deel slechts bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht. De benadeelde partij [benadeelde partij 2] heeft zich met een vordering tot schadevergoeding ten bedrage van € [bedrag] gevoegd in het strafproces ten aanzien van het ten laste gelegde. De officier van justitie heeft gevorderd de benadeelde partij niet-ontvankelijk te verklaren in haar vordering. De raadsman heeft naar voren gebracht dat de vordering moet worden afgewezen, nu zij vrijspraak heeft bepleit. Bij het onderzoek ter terechtzitting is komen vast te staan, dat de benadeelde partij [benadeelde partij 2] rechtstreeks schade heeft geleden ten gevolge van het ten laste van verdachte onder 1 bewezen verklaarde feit. De hoogte van die schade is, gelet op het voegingsformulier en de toelichting daarop, genoegzaam komen vast te staan tot een bedrag van € [bedrag], zijnde het enige bedrag van de vordering dat gerelateerd kan worden aan de periode waarin het bewezen verklaarde feit is gepleegd. De vordering van de benadeelde partij, die in die vordering ontvankelijk is, is in dier voege toewijsbaar. De rechtbank zal aan de verdachte op de voet van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht de verplichting opleggen tot betaling aan de Staat van bovengenoemde geldsom van € [bedrag] ten behoeve van de benadeelde partij, te weten [benadeelde partij 2]. De vordering moet voor het meerdere worden afgewezen. 8. TOEPASSELIJKHEID WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN De oplegging van straf of maatregel is, behalve op de reeds aangehaalde wettelijke voorschriften, gegrond op de artikelen 10, 27, 36f, 47 en 57 van het Wetboek van Strafrecht. BESLISSING De rechtbank: Verklaart niet bewezen dat verdachte het onder 1 A tweede alternatief en het onder 1 tot en met 5, telkens onder B, ten laste gelegde heeft begaan en spreekt verdachte daarvan vrij. Verklaart, zoals hiervoor overwogen, wettig en overtuigend bewezen, dat verdachte het onder 1 A eerste alternatief en 2 tot en met 5, telkens onder A, en 6 ten laste gelegde heeft begaan en verklaart verdachte derhalve strafbaar. Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 20 maanden. Bepaalt dat de tijd, door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht. Gelast de bewaring van de op de lijst van inbeslaggenomen voorwerpen vermelde voorwerpen ten behoeve van de rechthebbende(n). Schadevergoeding Wijst de vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij 1] toe tot een bedrag van € [bedrag]. Veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [benadeelde partij 1], van een bedrag van € [bedrag](zegge: [bedrag]) vermeerderd met de wettelijke rente sinds de dag waarop de thans onder 1, 2 en 3 bewezen verklaarde feiten jegens de benadeelde partij werden gepleegd, te weten 15 oktober 2008, tot die van de voldoening, hoofdelijk met dien verstande dat indien en voor zover zijn mededader betaalt, verdachte in zoverre van deze verplichting zal zijn bevrijd. De verdachte wordt voorts veroordeeld in de kosten, door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken. Legt aan de verdachte de verplichting op om, ten behoeve van [benadeelde partij 1] aan de Staat een bedrag te betalen van € [bedrag] bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door [aantal] dagen hechtenis. Wijst de vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij 2] toe tot een bedrag van € [bedrag]. Veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [benadeelde partij 2], van een bedrag van € [bedrag](zegge: [bedrag]) vermeerderd met de wettelijke rente sinds de dag waarop het thans onder 1 bewezen verklaarde feit jegens de benadeelde partij werd gepleegd, te weten 4 november 2008, tot die van de voldoening, hoofdelijk met dien verstande dat indien en voor zover zijn mededader betaalt, verdachte in zoverre van deze verplichting zal zijn bevrijd. De verdachte wordt voorts veroordeeld in de kosten, door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken. Legt aan de verdachte de verplichting op om, ten behoeve van [benadeelde partij 2] aan de Staat een bedrag te betalen van € [bedrag] bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door [aantal dagen] hechtenis. Bepaalt dat, indien verdachte en/of zijn mededader heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat, daarmee verdachtes verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien verdachte en/of zijn mededader heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij, daarmee verdachtes verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen. Bepaalt dat de benadeelde partij [benadeelde partij 1] voor wat het meer gevorderde betreft in haar vordering niet ontvankelijk is en dat zij haar vordering voor dat deel slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen. Wijst de vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij 2] voor wat betreft het meer gevorderde af. Aldus gewezen door mr. M.A. Pot, voorzitter, mrs. M.A.A. ter Meer-Siebers en H.M. Schaak, rechters, in tegenwoordigheid van mr. E.H. Ruitenbeek, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 11 juni 2009.