
Jurisprudentie
BJ0387
Datum uitspraak2009-06-02
Datum gepubliceerd2009-07-01
RechtsgebiedCiviel overig
Soort ProcedureKort geding
Instantie naamRechtbank 's-Gravenhage
Zaaknummers332879 / KG ZA 09-344
Statusgepubliceerd
SectorVoorzieningenrechter
Datum gepubliceerd2009-07-01
RechtsgebiedCiviel overig
Soort ProcedureKort geding
Instantie naamRechtbank 's-Gravenhage
Zaaknummers332879 / KG ZA 09-344
Statusgepubliceerd
SectorVoorzieningenrechter
Indicatie
Aanbesteding natuurbouwproject. Eiseres heeft niet voldaan aan het referentievereiste; één van de door haar ingediende referentiewerken wordt niet in voldoende mate aangemerkt als natuurbouwproject.
Uitspraak
RECHTBANK 'S-GRAVENHAGE
Sector civiel recht - voorzieningenrechter
Vonnis in kort geding van 2 juni 2009,
gewezen in de zaak met zaak- / rolnummer: 332879 / KG ZA 09-344 van:
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Aannemingsmaatschappij [X] B.V.,
gevestigd en kantoorhoudende te [woonplaats],
eiseres,
advocaat mr. P.J.M. von Schmidt auf Altenstadt te Den Haag,
tegen:
de Staat der Nederlanden, (Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, meer speciaal de Dienst Landelijk Gebied, Regio Noord, team inrichting Drenthe),
zetelend te Den Haag,
gedaagde,
advocaat mr. A.L.M. de Graaf te Den Haag.
1. De feiten
Op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting van 20 mei 2009 wordt in dit geding van het volgende uitgegaan.
1.1. Op 15 december 2008 heeft de Dienst Landelijk Gebied, regio Noord (hierna ook: DLG) van gedaagde een aankondiging van een opdracht gedaan van een aanbesteding voor het inrichtingsplan water en natuur Roden-Norg in Drenthe. Het betreft het inrichten van een deel van de waterberginggebieden ten zuiden van het Leekstermeer. Onder andere gaat het om aanleg van kades, plagwerkzaamheden en de aanleg van kleine kunstwerken. Als gunningscriterium geldt de laagste prijs.
1.2. Paragraaf III.2.3 van de aankondiging ziet op vakbekwaamheid als voorwaarde voor deelneming. In de aanhef en onder a van deze paragraaf wordt vermeld dat gegadigden hun technische bekwaamheid onder meer aantonen aan de hand van een lijst van werken die gedurende de afgelopen drie jaar werden verricht, met vermelding van het bedrag van de werken, de plaats en het tijdstip waarop ze zijn uitgevoerd en waarin wordt aangegeven of de werken volgens de regels der kunst zijn uitgevoerd en tot een goed eind gebracht. Daarbij wordt als minimumeis vermeld:
“een referentielijst en referenties overleggen voor 2 projecten waaruit blijkt dat uw onderneming gedurende de laatste 3 jaar werken heeft uitgevoerd van vergelijkbare aard, met een aanneemsom van tenminste euro 400.000,- excl. BTW.”
1.3. In het bestek behorend bij de aanbesteding staat in paragraaf 2.1 van de Algemene Gegevens onder 0.8 het volgende vermeld:
“De werkzaamheden met betrekking tot het afgraven van grond uit terrein als aangegeven in bestekspostnr. 243110, 246110 en 246120 betreffen werkzaamheden t.b.v. natuurbouw.”
Deze bestekspostnummers zien op het graven van een nieuwe watergang en het natuurtechnisch ontgraven van terrein (plaggen).
1.4. Inschrijvers dienden in een eigen verklaring aan te geven of zij aan voormeld referentievereiste voldeden.
1.5. In het kader van haar inschrijving op 6 februari 2009 heeft eiseres een tweetal formulieren ‘model referentieproject’ ingediend, namelijk het project ‘Stadsrandontwikkeling Hoogeveen-Fluitenberg’ en het project ‘Fietsverbinding Hasselt-Lichtmis’.
1.6. Bij brief van 26 februari 2009 heeft DLG eiseres onder meer bericht dat 15 gegadigden hebben ingeschreven en dat DLG voornemens is de opdracht aan [Y] grondverzet B.V. te gunnen. Daarbij is meegedeeld dat eiseres niet voor gunning van de opdracht in aanmerking kwam omdat één van de referenties niet voldoet aan de eis van werken van vergelijkbare aard met een aanneemsom van tenminste € 400.000,- exclusief BTW.
1.7. Naar aanleiding van vragen van eiseres per fax van 4 maart 2009 heeft DLG per e-mail van 6 maart 2009 aan de advocaat van eiseres bericht dat de afweging voor de afwijzing is gebaseerd op de door eiseres aangereikte termijnstaat inzake het werk ‘Fietsverbinding Hasselt-Lichtmis’. Daarbij is meegedeeld dat de door DLG gehanteerde aftrekposten in die termijnstaat betrekking hebben op de aanleg van beton- en asfaltverhardingen en dat de conclusie is dat er aan vergelijkbaar werk in de aanneemsom een bedrag van € 248.830,62 en in de uiteindelijke afrekening een bedrag van € 314.214,06 aanwezig is en dat dit zich niet verhoudt met de eis van € 400.000,--.
2. De vordering, de gronden daarvoor en het verweer
2.1. Eiseres vordert na wijziging van eis – zakelijk weergegeven – op straffe van een dwangsom gedaagde te gebieden om, indien tot gunning van de onderhavige opdracht wordt overgegaan, de opdracht te gunnen aan geen ander dan aan eiseres.
2.2. Daartoe voert eiseres onder meer het volgende aan.
De door eiseres ingediende referentiewerken voldoen wel degelijk aan de gestelde minimumeis. Het werk fietspad Hasselt-Lichtmis is een werk dat is uitgevoerd op een terrein van Staatsbosbeheer in het natuurgebied Stadsgaten in de gemeente Staphorst. Voordat het fietspad kon worden aangelegd moest het terrein worden heringericht. In dat kader moesten ontgravingswerkzaamheden worden verricht en groenvoorzieningen uitgevoerd. De hoofdbestanddelen van het thans uit te voeren werk komen terug in het referentiewerk. De aard van de werkzaamheden zijn vergelijkbaar.
2.3. Gedaagde voert gemotiveerd verweer, dat hierna, voor zover nodig, zal worden besproken.
3. De beoordeling van het geschil
3.1. Gedaagde heeft als verweer aangevoerd dat het bij het aanbestede werk gaat om het aanleggen van een natuurgebied dat ruimte biedt voor een verscheidenheid van flora en fauna en dat voor een dergelijke ‘natuurbouw’ specialistische kennis vereist is. In de visie van gedaagde kan het referentiewerk ‘Fietsverbinding Hasselt-Lichtmis’ niet worden aangemerkt als een natuurbouwproject als het aanbestede werk, waarbij het gaat om maaien (ca. 9000 are), opschonen van watergangen (ca. 5000 m), het verrichten van werkzaamheden ten behoeve van natuurbouw (ca. 150000 m3), grondbewerkingen en inzaaien (ca. 2500 are). Volgens gedaagde komen in het betreffende referentiewerk de hoofdbestanddelen van het aanbestede werk niet of niet in substantiële mate terug.
3.2. Tussen partijen is niet in geschil dat het door eiseres ingediende referentiewerk ‘Stadsrandontwikkeling ‘Hoogeveen-Fluitenberg’ voldoet aan de gestelde minimumeis. Partijen verschillen echter van mening over het antwoord op de vraag of eiseres met het door haar opgegeven referentiewerk ‘Fietsverbinding Hasselt-Lichtmis’ voldoet aan de gestelde eis van vakbekwaamheid. De vraag is of dit referentiewerk in voldoende mate kan worden aangemerkt als een natuurbouwproject.
3.3. Eiseres meent voldaan te hebben aan de gestelde minimumeis. Geoordeeld wordt evenwel dat eiseres eraan voorbij gaat dat in het aanbestede werk het hoofdbestanddeel maaien ongeveer 9000 are betreft terwijl in het betreffende referentiewerk slechts 176 are maaiwerk zit. Daarnaast houdt eiseres er geen rekening mee dat in het aanbestede werk het hoofdbestanddeel “opschonen van watergangen” ongeveer 5000 m betreft terwijl dat in het referentiewerk slechts 340 m is. Bovendien heeft eiseres niet aannemelijk gemaakt dat het door haar verrichte grondwerk van 37.070 m³ in het kader van het aanleggen van het fietspad vergelijkbaar is met de in de onderhavige aanbesteding als hoofdbestanddeel gestelde eis ter zake het grond ontgraven uit terrein ten behoeve van natuurbouw ter grootte van ongeveer 150.000 m³. De opvatting van eiseres dat het in beide gevallen ging om ontgraven (plaggen) van grond en dat het niet uitmaakt of het om natuurtechnisch of cultuurtechnisch ontgraven gaat, wordt niet gedeeld door gedaagde. In dit verband heeft gedaagde beklemtoond dat het plaggen in casu een specifieke vorm betreft van ontgraven van grond ten behoeve van de natuurbouw. Geoordeeld wordt dat eiseres met haar stelling dat het bij de gestelde minimumeis niet ging om natuurtechnisch werk, miskent dat in het bestek van de aanbesteding (zoals hiervoor vermeld onder 1.3) met zoveel woorden staat vermeld dat het gaat om werkzaamheden ten behoeve van natuurbouw. Desgevraagd heeft gedaagde ter zitting verklaard dat het door gedaagde in de arm genomen beoordelingsbureau Arcadis de andere inschrijvers eveneens met dezelfde norm heeft beoordeeld. De klacht van eiseres dat niemand aan zo’n strenge norm kan voldoen heeft gedaagde betwist. Desgevraagd heeft gedaagde ter zitting uitdrukkelijk verklaard dat in ieder geval de opvolgend inschrijver [Y] grondverzet B.V. wel aan deze norm heeft voldaan.
3.4. Het voorgaande leidt tot de conclusie dat gedaagde terecht heeft geoordeeld dat het door eiseres opgegeven referentiewerk ‘Fietsverbinding Hasselt-Lichtmis’ niet van vergelijkbare aard is met het aanbestede werk. Eiseres heeft daarom niet aan de gestelde eisen voldaan. Haar vordering kan dus niet worden toegewezen.
3.5. Eiseres zal, als de in het ongelijk gestelde partij, worden veroordeeld in de kosten van dit geding.
4. De beslissing
De voorzieningenrechter:
wijst het gevorderde af;
veroordeelt eiseres in de kosten van dit geding, tot dusverre aan de zijde van gedaagde begroot op € 1.078,--, waarvan € 816,-- aan salaris advocaat en € 262,-- aan griffierecht;
bepaalt dat, indien niet binnen veertien dagen na heden aan deze proceskostenveroordeling is voldaan, wettelijke rente verschuldigd is.
Dit vonnis is gewezen door mr. R.J. Paris en in het openbaar uitgesproken op 2 juni 2009