Wetboek-online maakt gebruik van cookies. sluiten
bladeren
zoeken

Jurisprudentie

BJ0377

Datum uitspraak2009-06-09
Datum gepubliceerd2009-06-26
RechtsgebiedCiviel overig
Soort ProcedureEerste aanleg - meervoudig
Instantie naamRechtbank Haarlem
Zaaknummers157975/HA RK 09-55
Statusgepubliceerd


Indicatie

Wrakingsverzoek. De door verzoeker aangevoerde feiten en omstandigheden, dat hij tijdens de inlichtingencomparitie niet alles heeft kunnen zeggen wat hij graag had willen zeggen mede gezien de omstandigheid dat de kantonrechter stukken van de wederpartij in het geding heeft toegelaten die niet op voorhand aan verzoeker zijn toegestuurd, vormen geen grond voor wraking. De rechtbank is van oordeel dat de kantonrechter tijdens de comparitie heeft gehandeld ter bewaking van de procesorde.


Uitspraak

RECHTBANK HAARLEM Wrakingskamer zaaknummer: 157975/HA RK 09-55 datum beslissing: 9 juni 2009 Op verzoek van: [Verzoeker], verzoeker, gemachtigde mr. L.F. Jansen, advocaat te Hoofddorp. 1. Procesverloop 1.1 Op de openbare zitting van 27 mei 2009 heeft verzoeker de wraking verzocht van [rechter], hierna te noemen: de kantonrechter, in de bij deze rechtbank, sector kanton, aanhangige zaak met zaaknummer 410893 CV EXPL 09-525, hierna te noemen: de hoofdzaak. 1.2 De kantonrechter heeft schriftelijk op het verzoek gereageerd. 1.3 Verzoeker, de gemachtigde van de wederpartij in de hoofdzaak en de kantonrechter zijn in de gelegenheid gesteld te worden gehoord ter zitting van 9 juni 2009. De gemachtigden van de verzoeker en de wederpartij zijn verschenen. De kantonrechter heeft van de geboden gelegenheid, met voorafgaand bericht, geen gebruik gemaakt. 2. Het standpunt van verzoeker 2.1 Verzoeker heeft ter onderbouwing van het verzoek (samengevat) aangevoerd, dat hij tijdens de inlichtingencomparitie van 27 mei 2009 niet alles heeft kunnen zeggen wat hij graag had willen zeggen mede gezien de omstandigheid dat de kantonrechter stukken van de wederpartij in het geding heeft toegelaten die niet op voorhand aan verzoeker zijn toegestuurd. Verzoeker is daarom van mening dat de kantonrechter vooringenomen is en dat de rechterlijke onpartijdigheid niet is gegarandeerd. 3. Beoordeling 3.1 Een rechter kan worden gewraakt op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. Uitgangspunt daarbij is dat de rechter uit hoofde van zijn aanstelling wordt vermoed onpartijdig te zijn, tenzij zich een uitzonderlijke omstandigheid voordoet, die een zwaarwegende aanwijzing oplevert voor het oordeel dat een rechter jegens een partij bij een geding een vooringenomenheid koestert. Daarnaast kan er onder omstandigheden reden zijn voor wraking, indien geheel afgezien van de persoonlijke opstelling van de rechter in de hoofdzaak de bij een partij bestaande vrees voor partijdigheid van die rechter objectief gerechtvaardigd is, waarbij rekening moet worden gehouden met uiterlijke schijn. Dat van dit laatste geval sprake is, is gesteld noch gebleken. De rechtbank beoordeelt of de kantonrechter de door verzoeker gestelde vooringenomenheid koestert. 3.2 De kantonrechter heeft bij brief van 8 juni 2009 schriftelijk verklaard dat de inlichtingencomparitie van 27 mei 2009, geleidelijk aan het karakter had gekregen van een pleidooi. De kantonrechter heeft daarom gemeend in procesrechtelijke zin te moeten ingrijpen. Naar het oordeel van de kantonrechter had mr. Jansen zijn standpunt herhaaldelijk voldoende duidelijk gemaakt. 3.3 De onder 3.2. genoemde verklaring stemt overeen met hetgeen in het proces-verbaal van comparitie van partijen is vermeld en met wat de gemachtigde van de wederpartij in de hoofdzaak, mr. R.J. van der Leur, daarover ter zitting van de wrakingskamer van 9 juni 2009 naar voren heeft gebracht. 3.4 Uit hetgeen ter zitting van 9 juni 2009 door betrokkenen is verklaard en uit hetgeen uit de stukken is gebleken kan niet worden geconcludeerd dat de kantonrechter jegens verzoeker de gestelde vooringenomenheid koestert. De rechtbank is van oordeel dat de kantonrechter tijdens de comparitie heeft gehandeld ter bewaking van de procesorde. De door verzoeker aangevoerde feiten en omstandigheden vormen geen grond voor wraking. 3.5 De rechtbank zal het verzoek derhalve afwijzen. 4. Beslissing De rechtbank: 4.1 wijst het verzoek om wraking af; 4.2 beveelt de griffier onverwijld aan verzoeker, de kantonrechter en de wederpartij een voor eensluidend gewaarmerkt afschrift van deze beslissing toe te zenden; 4.3 beveelt dat het geding in de hoofdzaak wordt voortgezet in de stand waarin het zich bevond ten tijde van het indienen van het verzoek. Deze beslissing is gegeven door mr. W.J. van Andel, voorzitter, en mrs. J.I. de Vreese-Rood en A.A.F. Donders, leden van de wrakingskamer, en in het openbaar uitgesproken op 9 juni 2009 in tegenwoordigheid van mr. P.A.E. Altelaar als griffier. Rechtsmiddel Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.