
Jurisprudentie
BJ0023
Datum uitspraak2009-06-23
Datum gepubliceerd2009-06-26
RechtsgebiedBestuursrecht overig
Soort ProcedureVoorlopige voorziening
Instantie naamRechtbank Almelo
Zaaknummers09 / 630 GEMWT W1 V
Statusgepubliceerd
Datum gepubliceerd2009-06-26
RechtsgebiedBestuursrecht overig
Soort ProcedureVoorlopige voorziening
Instantie naamRechtbank Almelo
Zaaknummers09 / 630 GEMWT W1 V
Statusgepubliceerd
Indicatie
Betreft een verzoek om voorlopige voorziening in verband met het niet tijdig beslissen op een verzoek om handhavend op te treden tegen bouw- en bedrijfsactiviteiten op het bedrijfsterrein van een autobergingsbedrijf in het buitengebied, waaronder het houden van openbare executieverkopen van auto's door de Belastingdienst.
Uitspraak
RECHTBANK ALMELO
Sector bestuursrecht
Registratienummer: 09 / 630 GEMWT W1 V
uitspraak van de voorzieningenrechter als bedoeld in artikel 8:84 van de Algemene wet bestuursrecht
in het geschil tussen:
[naam] e.a.,
wonende te [plaatsnaam], verzoekers,
gemachtigde: M.H. Middelkamp, milieu-adviesbureau te Almelo,
en
het College van Burgemeester en Wethouders van de gemeente Wierden, verweerder.
Derde-belanghebbenden:
[naam] B.V. en [naam] Holding B.V., beide gevestigd te [plaatsnaam],
gemachtigde: mr. J.H.B. Averdijk, advocaat te Enschede.
1. Besluit waarop het verzoek betrekking heeft
Het niet tijdig beslissen op een verzoek om handhavend op te treden.
2. Procesverloop
[naam] B.V. (hierna te noemen: [naam]) exploiteert op het perceel [straatnaam en huisnummer] te [plaatsnaam] een internationaal bergingsbedrijf voor auto’s.
De gemachtigde van verzoekers heeft op 20 mei 2009 aan verweerder verzocht om:
- handhavend op te treden en middels bestuursdwang een einde te maken aan de vele met de Wet ruimtelijke ordening c.q. het bestemmingsplan strijdige situaties op het perceel [straatnaam en huisnummer] te [plaatsnaam];
- handhavend op te treden tegen de illegaal verwijderde houtwal, houtsingel en dat deze wordt hersteld;
- handhavend op te treden tegen alle illegaal gebouwde bouwwerken;
- hierover zo spoedig mogelijk, maar uiterlijk binnen de wettelijke maximale termijn van acht weken, een beslissing te nemen.
Verweerder heeft nog niet op dit handhavingsverzoek beslist.
Bij faxbericht, gedateerd 22 juni 2009, heeft de gemachtigde van verzoekers bij verweerder bezwaar gemaakt tegen het niet tijdig nemen van een beslissing op het handhavingsverzoek van 20 mei 2009. Hij heeft daarbij aan verweerder verzocht om uiterlijk diezelfde dag vóór 16.00 uur een besluit te nemen op dat handhavingsverzoek. De directe aanleiding voor dit verzoek is dat de Belastingdienst op woensdag 24 juni 2009 een openbare executieverkoop van auto’s zal houden op het bedrijfsterrein van [naam].
Bij faxbericht van 22 juni 2009 heeft de gemachtigde van verzoekers voorts aan de voorzieningenrechter van de rechtbank verzocht een voorlopige voorziening te treffen, inhoudende dat de openbare executieverkopen niet worden gehouden totdat een vrijstelling van het bestemmingsplan van kracht is geworden of anderszins een toestemming is verleend.
3. Overwegingen
Ingevolge artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan, indien voorafgaand aan een mogelijk beroep bij de rechtbank bezwaar is gemaakt, door de indiener van het bezwaarschrift aan de voorzieningenrechter van de rechtbank een voorlopige voorziening worden gevraagd indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist.
Verzoekers zijn van mening dat zij een spoedeisend belang hebben bij hun verzoek omdat de openbare executieverkoop reeds op 24 juni 2009 zal plaatsvinden, wat tot veel verkeersover-last en onveilige situaties zal leiden, en verweerder nog niet heeft beslist op hun verzoek van 20 mei 2009 om handhavend op te treden. Volgens verzoekers is er voor zover het zich laat aanzien geen zicht op legalisatie, omdat een verzoek daartoe niet is ingediend en mede gelet op de uitspraak van de rechtbank Almelo van 13 mei 2009. Verzoekers stellen dat zij niet kunnen wachten op verweerder nu deze stil blijft zitten en vrijwel niets doet. Verzoekers zijn van mening dat er thans sprake is van een besluit waarin wordt gesteld dat verweerder weigert handhavend op te treden.
De voorzieningenrechter overweegt als volgt.
Ingevolge artikel 4:13, eerste lid, van de Awb dient een beschikking te worden gegeven binnen de bij wettelijk voorschrift bepaalde termijn of, bij het ontbreken van zulk een termijn, binnen een redelijke termijn na ontvangst van de aanvraag.
Het tweede lid bepaalt dat de in het eerste lid bedoelde redelijke termijn in ieder geval is verstreken wanneer het bestuursorgaan binnen acht weken na ontvangst van de aanvraag geen beschikking heeft gegeven, noch een kennisgeving als bedoeld in artikel 4:14, derde lid, heeft gedaan.
Artikel 6:2 van de Awb bepaalt dat voor de toepassing van wettelijke voorschriften over bezwaar en beroep met een besluit gelijk gesteld worden:
a. de schriftelijke weigering een besluit te nemen, en
b. het niet tijdig nemen van een besluit.
Het verzoek om handhaving dat op 20 mei 2009 namens verzoekers bij verweerder is ingediend inzake de bouw- en bedrijfsactiviteiten van [naam] op het perceel [straatnaam en huisnummer] te [plaatsnaam] heeft onder meer betrekking op vermeende strijd met de Wet ruimtelijke ordening en het vigerende bestemmingsplan. Het gaat hierbij om een bestaande situatie die reeds vele jaren voortduurt. Ook de openbare executieverkopen van auto’s door de Belastingdienst vinden al langer regelmatig plaats op het bedrijfsterrein van [naam]. De voorzieningenrechter is dan ook voorshands van oordeel dat de vermeende strijdige situatie niet zal toenemen als niet binnen de door verzoekers in hun bezwaarschrift van 22 juni 2009 gestelde zéér korte termijn een beslissing op hun verzoek tot handhaving wordt genomen. Verzoekers stellen dat de openbare executieverkopen telkens verkeersoverlast en onveilige situaties met zich brengen, maar onomkeerbare gevolgen als gevolg van de vermeende strijdige situatie met het bestemmingsplan zijn niet gesteld noch gebleken.
Gelet op het voorgaande kan naar het oordeel van de voorzieningenrechter, zeker gezien de uitgebreide strekking van het verzoek tot handhaving van 20 mei 2009, in redelijkheid niet van verweerder verlangd worden dat hij dit verzoek met bijzondere voorrang dan wel onverwijlde spoed behandelt. Dit betekent dat verweerder binnen een redelijke termijn een beslissing dient te nemen op het verzoek om handhaving. Deze termijn, welke maximaal acht weken bedraagt, was bij de indiening van het bezwaarschrift nog niet verstreken. Er is daarom geen sprake van een niet tijdig nemen van een besluit, dat op grond van artikel 6:2, aanhef en onder b, van de Awb met een besluit kan worden gelijkgesteld. Nu op grond van het bepaalde in artikel 7:1, in verbinding met artikel 8:1, van de Awb alleen bezwaar kan worden gemaakt tegen een besluit, is de voorzieningenrechter van oordeel dat het bezwaarschrift, en gelet op artikel 8:81, eerste lid, van de Awb tevens het verzoek om voorlopige voorziening, prematuur zijn ingediend.
Met het oog hierop is er aanleiding het verzoek met toepassing van het bepaalde in artikel 8:83, derde lid, van de Awb niet-ontvankelijk te verklaren. Dit heeft tot gevolg dat de voorzieningenrechter geen inhoudelijk oordeel over het verzoek kan geven.
Voor een proceskostenveroordeling als bedoeld in artikel 8:75 van de Awb zijn geen termen aanwezig.
Beslist wordt als volgt.
3. Beslissing
De voorzieningenrechter van de Rechtbank Almelo,
Recht doende:
verklaart het verzoek niet-ontvankelijk.
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep open.
Aldus gedaan door mr. J.H. Keuzenkamp, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van
G. Kootstra, griffier.
De griffier, De voorzieningenrechter,
Uitgesproken in het openbaar op 23 juni 2009
Afschrift verzonden op 23 juni 2009
mtl